Maleisië

Schiphol - Georgetown

We moeten op een maandagochtend in maart 2003 rond half negen op Schiphol zijn voor het begin van onze fietsvakantie in Maleisië. We houden rekening met files. Het blijkt carnavalsvakantie te zijn, dus de drukte op de wegen valt erg mee. We zijn veel vroeger op het vliegveld dan gepland. Dat is maar goed ook want het inpakken van de fietsen kost wel veel meer tijd dan we hadden verwacht, dus hebben we die extra tijd hard nodig. Onder toeziend oog van bewakingsbeambten en dames achter de incheckbalie pakken we de kwetsbare delen van de fiets in piepschuim in. We hebben gekozen voor de plastic fietshoes in plaats van een fietsdoos, volgens de medewerker van de Fietsvakantiewinkel in Woerden zou dit beter zijn. We brengen een hoop karton aan rond de wielen en gebruiken tientallen meters plakband om alles bij elkaar te houden. De verpakking wordt door de grondstewardess gelukkig goedgekeurd. De fietsen leveren we vervolgens in bij de band bij "odd sized luggage".

Zoals we hadden verwacht, moeten we de handbagage openmaken wanneer we langs de security check gaan. Een aantal vormen zijn voor de bewaking niet goed te herkennen. We leggen een paar keer uit wat we bij ons hebben: trappers, waterfilter, pannenset. De vrees dat we spullen moeten inleveren is gelukkig ongegrond en de beveiligingsbeambte wenst ons zelfs nog veel succes. De regels voor wat wel en niet mee mag in de handbagage zijn niet echt duidelijk, het ligt vooral aan de persoon tegenover je. Gewoon vriendelijk blijven dus en als dat niet helpt gewoon chagrijnig worden want je spullen worden gewoon in beslag genomen zoals we op de terugreis zullen ondervinden.

Malaysia :: Everybody who cycled Malaysia knows this traffic sign: be aware of crossing elephants!We hebben een paar dagen voor vertrek via ons reisbureau geprobeerd om stoelen bij de nooduitgang te reserveren, die hebben meer beenruimte en zo zijn we in noodgevallen ook als eerste buiten. Eenmaal op onze plaats in het vliegtuig blijkt dat gelukt, we hebben volop beenruimte. Het maakt de vlucht een stuk aangenamer. We hebben slaaptabletjes meegenomen in de hoop een groot deel van de 13 uur slapend door te brengen. Vol verwachting nemen we na het eten zo'n tabletje. Bij Patrick gebeurt er helemaal niets, hij maakt alle details van de vlucht vervelend bewust mee. Bij Maureen valt alleen één hand in slaap, niet echt het resultaat waarop we zaten te wachten. Maar ach, de huisarts rijdt een lekkere BMW van al die onzinreceptjes en bijbehorende consultjes.

We vliegen eerst naar Singapore en vanaf daar naar Georgetown op het eiland Penang dat voor de westkust van Maleisië ligt. Toevallig vliegt Maureen’s zus die ochtend vanaf dezelfde terminal in Singapore richting Tokio. We ontmoeten elkaar daarom al kort even op Changi Airport, net lang genoeg voor één blikje fris. Na het voorlopige afscheid moeten we weer door de security scan. Ook daar moeten we aan de bewaking uitleggen dat we trappers, een waterfilter en dergelijke bij ons hebben. Gelukkig gaat ook dit goed, nadat de trappers van alle kanten zijn bekeken, beginnen we het laatste stukje van de heenreis.

Tijdens het wachten tot we het vliegtuig in mogen, hebben we uitzicht op het laden van het vliegtuig. We zien hoe onze fietsen op de transportband het vliegtuig in worden gestuiterd en houden ons hart vast. Eerst wordt een poging gedaan met de wielen naar beneden, als dat niet goed past wordt één fiets hardhandig op het stuur naar boven gestuurd. Deze actie leidt bij Maureen tot een enorme deuk in de zitbuis en bij Patrick tot een balhoofdlager dat minder soepel loopt dan zou moeten. En dan zou Singapore Airlines een luchtvaartmaatschappij zijn dat voorzichtig met de bagage van haar klanten omgaat: "wie gelooft, wordt zalig".Malaysia :: Maureen in the arrivals hall of Penag airport

Bij aankomst op Penang komen zowel de tassen als fietsen op dezelfde bagageband naar buiten, bijzonder om je fietsen tussen de koffers te zien ronddraaien op die band. Als het vliegveld alweer uitgestorven is, zijn wij nog bezig met het afstellen van de fietsen en het ompakken van de bagage. Afgezien van de deuk in zitbuis en lager zijn er verder wat beschadigingen aan de lak. Maar verder doen de fietsen het zonder problemen. Het uitpakken en vervolgens in elkaar zetten van de fietsen krijgt de volle aandacht van de wachtende douanebeambten. Als we eindelijk na een uurtje prutsen klaar zijn mogen we zo naar buiten lopen. De schuifdeuren van Airport Penang gaan open en de tropische hitte valt over ons heen. Meteen in de hal van het vliegtuig kopen we nog wat flessen water om de kruikjes te vullen en kleden we ons om op het toilet. Voor we het vliegveld werkelijk verlaten, worden we aangesproken door een journalist. We worden op de foto gezet en vertellen kort wat onze reisplannen zijn. We hebben nog geen meter gefietst en nu al beroemd in heel Penang! Uiteindelijk is het dan zover: we gaan doen waar we voor gekomen zijn. Fietsen dus.

Georgetown - Sungai Petani

We willen die dag het eiland Penang meteen verlaten en ergens op het vaste land van Maleisië een plekje zoeken om bij te slapen. Het routeboekje begint in Georgetown, maar dat ligt nog zo'n 20 km van het vliegveld vandaan. Het routeboekje maakt namelijk deel uit van de reis Bangkok - Singapore van Asian Way of Live en voorziet dus niet in een aankomst per vliegtuig op Penang. Het links rijden is voor ons nieuw en in eerste instantie een rare gewaarwording, het spiegeltje helpt wel. Zeker in het begin hebben we het idee dat we er eigenlijk aan beide kanten één nodig hebben. De borden boven de weg zijn voor ons volledig onbegrijpelijk. Met name de felrood gekleurde verkeersborden met grote lappen tekst houden ongetwijfeld een verbod in, maar of het ook op ons betrekking heeft? We hopen maar van niet, anders horen we het wel. Af en toe hebben we het idee dat we ’s ochtends op de A2 tussen Utrecht en Amsterdam fietsen, maar dan met een zeer smalle vluchtstrook. Het verkeer dat langs ons heen raast over brede wegen ziet er vreselijk chaotisch uit, maar het lijkt toch goed te gaan. In Georgetown is het doordat we geen plattegrond hebben flink zoeken om bij de veerboot te komen die ons naar het Maleise vasteland zal brengen. Die veerboot is een beleving op zich, in Nederland zou het ding waarschijnlijk al lang uit de vaart zijn genomen, zo oud en verroest is het gevaarte. Patrick kijkt onderweg flink om zich heen op zoek naar de reddingsboten en zwemvesten.

Aan de overkant bij het busstation dat naast de ferry-terminal ligt, begint ons routeboekje en dat levert meteen grote vraagtekens op. Er wordt stevig gebouwd en het herkennen van het startpunt kost de nodige hoofdbrekens. Prompt fietsen we na 500 meter al verkeerd, geen goed We were very pleased with our tropical hats during the first days.begin wat ons betreft. Terwijl we onze fietsroute zoeken, worden we alweer gevraagd of we op de foto willen. Natuurlijk, dat willen we best. Een beetje gepuzzel brengt ons op de juiste route en de weg wordt gelukkig al snel wat rustiger. Het is voor de eerste dag uiteindelijk best een pittig eindje fietsen, we leggen die dag 68 kilometer af. Gezien onze jetlag krijgen we lang niet alles bewust mee, maar wat wel opvalt zijn de grote hoeveelheden met kraampjes langs stukken van de weg. We vragen ons af wie er nog overblijven als koper, iedereen lijkt een eigen kraampje te hebben.

In Sungai Petani wacht ons een eerste uitdaging: het vinden van een geschikt hotel. Voor ons wil geschikt zeggen: een tweepersoonskamer met airco en een veilige stalling voor de fietsen. Bij het eerste hotel waar we naar binnen stappen, moeten we onze Koga's buiten laten staan. Geen goed plan, we gaan ons geluk elders proberen, dat blijkt om de hoek te liggen. Het volgende hotel beschikt namelijk ook over een parkeergarage, daar neemt Maureen even een kijkje. Het is een mogelijkheid, maar er is ’s nachts geen toezicht. Terwijl we staan te twijfelen, krijgen we een ingeving. Misschien zit die bewaker ook wel ’s nachts voor het hotel en kunnen we de fietsen in zijn zicht vastzetten. Dat blijkt een goed idee en de goede man helpt ons de fietsen vast te maken aan de ballustrade. Zelf springen we onder de douche en proberen het slaapgebrek een beetje in te halen.

Sungai Petani - Banding

We slapen de volgende ochtend relatief lang en gaan voor ons doen uitgebreid ontbijten. We gebruiken ons waterfilter om de kruikjes en waterzakken te vullen. Pas tegen tien uur zitten we op de fiets. Dat blijkt achteraf geen slimme zet. Het is warm en de route wordt heuvelachtig. Bij een van de kraampjes langs de weg kopen we een heerlijke verse ananas. Het brood van de dag ervoor maakt de lunch compleet. Het enige probleem is dat het water een vieze, sterke chloorsmaak heeft, dat wordt door onze Katadyn Pocket waterfilter niet gefilterd. Patrick krijgt het water niet doorgeslikt, zo vies vindt hij het. Omdat we zo laat begonnen die dag, zitten we op het heetst van dag op de fiets, terwijl we te weinig drinkwater bij ons hebben. Als we na 62 kilometer fietsen in Banding aankomen, kopen we langs de kant van de weg een flesje cola. In de schaduw nemen we even rust en genieten van ons drankje. De keuze voor vandaag is tussen een zeer eenvoudig hotel ("voor de liefhebber" heeft AWOL er als opmerking bijgezet in het routeboekje) of nog 16 km doorfietsen naar het volgende hotel, met airco. In het routeboekje staat dat er nog wel 5 km flink geklommen moet worden. Maar we hebben het warm en de airco lokt. We besluiten om door te fietsen. De route gaat op en neer, Patrick moet steeds vaker stoppen om even bij te komen. Hij heeft het verschrikkelijk warm en is misselijk. Op het laatst stoppen we iedere 100 meter. In de schaduw van een struikje zetten we onze stoeltjes neer. Wat nu? Het is nog 10 kilometer naar Kehor en de echte klim moet nog komen. Patrick geeft aan dat hij dat fietsend niet gaat redden. Terugfietsen naar Banding is op dat moment ook geen optie, omdat dat ook deels klimmen is. Dan moeten we maar een hele tijd langs de kant van de weg blijven zitten om af te koelen. Patrick heeft namelijk last van oververhittingsverschijnselen.

De hele dag hebben we regelmatig kleine vrachtwagentjes voorbij zien komen. Maureen gaat proberen een lift naar Kehor te regelen. We zijn net voorbij een eettentje neergeploft en daarbij staat een busje met een open laadbak. De twee mannen bij het eettentje zijn de bestuurders. Het Engels van de mannen is niet erg goed en Maureen's kennis van het Maleis is ook nul. Ze geven aan dat ze niet onze kant op moeten. Enigszins teleurgesteld, wachten we op een volgende liftmogelijkheid. Na een paar minuten komt het vrachtwagentje toch onze kant op. Ze denken dat we naar het ziekenhuis willen, maar met behulp van handen en voeten maken we ze wijs dat we graag een lift willen naar Kehor. DeView from our hotelroom in Kehor. tassen worden van de fietsen gehaald. We stoppen alles in de laadbak en gaan er zelf opgelucht bij zitten. Het zou inderdaad een flinke klim geweest zijn. Midden in Kehor laden we onze spullen weer uit. We geven de mannen, naar zo later blijkt, een enorme fooi voor het rit: zelden waren we iemand zo dankbaar voor een lift. Maureen gaat even op zoek naar de weg om bij het hotel te komen. Het blijkt nog drie kilometer te zijn en voor Patrick zijn dat de langste kilometers die hij ooit heeft gefietst. Bij het hotel aangekomen blijkt het te bestaan uit huisjes. Nadat Patrick heeft verteld dat we niet getrouwd zijn, wijst de beheerder ons een huisje toe dat losse bedden heeft. Voortaan zijn we dus wel getrouwd als iemand dat vraagt! Ons maakt het allemaal niet uit, zolang er een douche en een airco is. Na het douchen maken we wat instant noodles, die we als noodmaaltijd bij ons hebben, en proberen weer bij te komen. Moe en ontdaan gaan we die avond naar bed, we besluiten de dag erna onze eerste rustdag tijdens deze fietsvakantie te nemen. Moraal van het verhaal: een ontzettende beginnersfout om niet voldoende water mee te nemen, we hadden beter moeten weten want alles en iedereen waarschuwt ervoor!

De volgende ochtend fietsen we naar het centrum van het stadje, om water te kopen. Een groepje van drie honden laat zichzelf uit en is zo vroeg op de dag nog fris genoeg voor een achtervolging. Met hun geblaf worden vier andere honden ook enthousiast. We fietsen ze wel los, net, maar op de terugweg naar het hotel kijken we onrustig om ons heen. ’s Avonds gaan we voor het eerst in ons leven eten in een kraampje langs de weg. We besluiten te kiezen voor het weinig spannende nasi goreng ajam. Het smaakt heerlijk en we verbazen onszelf. Niet zozeer over het eten, maar dat wij daar zitten. Had ons dat twee jaar daarvoor voorspeld: Patrick en Maureen op fietsvakantie in Maleisië. We zouden je volledig voor gek hebben verklaard. Niet een beetje gek maar echt een flinke klap van de molen. Geschrokken van de effecten van uitdroging, hebben we een andere dagindeling verzonnen. We kopen flessen met water en zullen onderweg regelmatig stoppen voor een frisdrankje. En we staan vroeg op, zodat we kunnen gaan fietsen als het licht wordt. Als de dag op het heetst is, kunnen wij alweer op onze volgende bestemming zijn. Nog zo'n beginnerservaring: we hadden thuis niet bedacht dat de zon bijna letterlijk boven je staat. Langs de kant van de weg is geen schaduw van bomen, daarvoor staat de zon te hoog. In heel Maleisië zijn wel veel overkapte bushaltes, waar we regelmatig gebruik van zullen maken.Nice view, but do we have to cross it?

De rustdag heeft ons goed gedaan. We besluiten daar dat elke volgende reis naar een ver warm land zal starten met een rustdag zodra we uit het vliegtuig komen. De dag erna zetten we de wekker dus om zes uur, als het om kwart over zeven licht is, vertrekken we. Tussen 7 en 9 uur is het een aangename fietstemperatuur. Wel erg vochtig, zodat Maureen’s bril af en toe beslaat. Aan het einde van de dag moeten we 16 kilometer klimmen. Regelmatig wordt er vriendelijk naar ons getoeterd en gezwaaid, maar berg op is zwaaien niet altijd het eerste waar we aan denken. Sommige chauffeurs zijn hardnekkig, ze kunnen zo een keer of zeven toeteren. Ook zien we heel veel vrachtwagens vol beladen met hout. De vrachtwagens die zorgen voor het houttransport zijn oud, heel oud. Ze komen ons langzaam voorbij, de chauffeur zit vaak op een houten (!) bankje achter het enorme stuur van de oude Mercedes trekkers. Als we ze in de verte nog een tandje horen terugschakelen, weten wij al dat ook wij een stukje steiler omhoog zullen moeten. Na het klimmen mogen we als beloning acht kilometer dalen. Zo komen we aan op eiland Banding. Daar ploffen we neer om eerst even een verfrissende cola te drinken in een kraampje voor het hotel. We duwen vervolgens onze fietsen de helling naar het hotel op. We slepen alle fietstassen de twee trappen op en daarna ook onze fietsen naar de kamer. De hotelmanager komt langslopen als we aan het sjouwen zijn. Hij heeft ons de berg op zien zeulen en had ons al verwacht. Hij biedt aan om naar onze accommodatie voor de volgende dag te bellen, zodat we zeker zijn van een kamer. We schuiven die avond als enigen aan tafel in het restaurant. We kiezen voor soep en een nasi-gerecht. De mevrouw die de bestelling komt opnemen, herhaald onze wensen enigszins verbaasd. Als het eten klaar is, komt ze de soep en de nasi tegelijk brengen. Wij waren even vergeten dat in Maleisië soep geen voorgerecht is. Maar met veel plezier eten we twee hoofdgerechten. Het hotelpersoneel biedt nog aan om voor de volgende dag een lift te regelen, we moeten namelijk 31 kilometer klimmen de volgende ochtend. Maar dat aanbod nemen we niet aan, we willen het zelf op eigen kracht doen. We zijn tenslotte naar Maleisië gekomen voor een fietsvakantie.

Banding - Tanah Merah

Het klimmen gaat de volgende ochtend gestaag. Het klimmen is goed te doen, de omgeving is mooi en er is nauwelijks verkeer. Een van de weinige auto's die ons inhaalt die dag, jaagt ons in Malaysia :: Lake Temongor after 16 kilometers of cycling uphilleerste instantie de stuipen op het lijf. We zien het autootje langzaam achter ons naderen, af en toe stoppen en weer doorrijden. Het lijkt alsof we gevolgd worden! Patrick laat het tempo nog verder zakken zodat Maureen het gat kan dichtrijden. Net als dit gelukt is, worden we ingehaald en stopt de auto voor ons en vier jonge mannen springen eruit. Ze lopen op ons toe, we besluiten stoïcijns door te fietsen. Als we elkaar genaderd zijn roept een van de mannen ons iets toe; "Where you go to, can we take picture?". De mannen vonden de aanblik van zwoegende Westerlingen op een verlaten berg blijkbaar zo bijzonder dat dit voor vrienden en nageslacht vast moest worden gelegd. En wij? Wij hadden ons lesje weer geleerd, iets meer vertrouwen in de mensheid kan geen kwaad. Na precies drie uur trappen, bereiken we het hoogste punt. Hier is een eettentje waar we onze watervoorraad aanvullen en Patrick een hamburger besteld. Een kiphamburger om precies te zijn, want het zal ons tijdens deze hele fietsvakantie niet lukken om ander vlees te eten dan kip. Onze fietsen en onze inspanningen worden bewonderd door de overige bezoekers, de meeste mensen hebben ons onderweg al zien zwoegen. De beloofde afdaling van 34 kilometer lang gaat (zoals meestal) niet alleen naar beneden maar ook moeten we af en toe nog een stukje klimmen. In Jeli gaan we eerst nog een koel drankje halen bij een pompstation. We realiseren ons dat we eigenlijk de lokale middenstand zouden moeten steunen in plaats van de multinationals als Petronas. Maar de lokale middenstand heeft niet altijd een koelkast. Als die er wel staat, werkt hij niet altijd. Na het drankje gaan we op zoek naar het bungalowcomplex waar we volgens het routeboekje kunnen overnachten. We kunnen alleen de weg waar we in zouden moeten niet vinden. In Patrick’s dorstige enthousiasme over het pompstation, blijkt hij de route niet goed in de gaten te hebben gehouden. We hadden voor het pompstation al moeten afslaan. Dat navigatiefoutje levert een omweg van circa 10 kilometer op.

We overnachten in een soort bungalowpark dat ooit voor buitenlandse ingenieurs is gebouwd die werkten aan een groot infrastructureel project in de buurt. De huisjes zijn ruim, schoon en van alle gemakken voorzien. Voor het avondeten zijn we wederom naar een stalletje langs de weg gegaan. Bij het stalletje waar we gaan zitten, is verder niemand. We hebben het idee dat oma uit bed getrommeld wordt om voor ons mee sup (zeer goed gevulde miesoep) te maken. Het is een heerlijke goedgevuldeThe fish balls on the BBQ were not eatable, but Maureen was ordering them here by pointing at them. maaltijdsoep, de beste mee sup die we tijdens de hele reis mogen genieten. Het gerecht mee sup is zo goed bevallen dat we thuis inmiddels met enige regelmaat genieten van de door Maureen gemaakte variant. Het bed in onze bungalow blijkt niet lang genoeg te zijn voor Patrick. We rollen onze matjes uit en gaan in de woonkamer liggen. In onze jacht op koele drankjes leggen we onze kruikjes tot aan het randje gevuld met water in de vriezer. De volgende ochtend blijkt dat twee kruikjes te vol hebben gezeten. Door het uitzetten bij bevriezen, zijn ze gebarsten; de zoveelste beginnersfout. Daarom stoppen we allebei een 1,5 liter fles in de houder waar de overleden kruikjes huisden en beginnen aan een mooie zonnige dag op de fiets.

We hebben een betrekkelijk korte route van 53 kilometer naar Tanah Merah. In het dagtraject zit wel een bijzonder steile klim van 1 kilometer. Het vergt nogal wat inspanning om boven te komen, 100 meter fietsen, uithijgen en weer door. De afdaling die volgt blijkt net zo steil te zijn en is dus ook niet leuk, zeker omdat er koeien los lopen op straat. In Sri Chalet, de accommodatie in Tanah Merah, blijken de huisjes aan de buitenkant een stuk mooier en frisser eruit te zien, dan aan de binnenkant. Het bed is te klein, dus komen de matjes weer uit de tassen. Omdat we zo vroeg opstaan, zijn we dus ook vroeg op de plaats van bestemming. We gaan het stadje in. De markt beleef je niet alleen door te kijken, maar ook door te ruiken. Grote stapels met fruit, groenten en vissen prikkelen onze zintuigen.

Wat ons erg opvalt in Maleisië is het vuilnis. Overal waar je komt, ligt afval. Het gebruik van plastic zakjes lijkt een nationale hobby te zijn. We hebben heel veel varianten zien langskomen. Mensen op de brommer met een plastic zakje met handvaten waarin een fel gekleurd drankje zit. We krijgen bij het kopen van een blikje drinken steevast een plastic zakje aangeboden. Het duurt een paar dagen voor we snappen dat het bedoeld is om ons drankje in over te gieten. Zelfs warme koffie wordt in een plastic zakje verkocht. Op de plastic flessen zit geen statiegeld. Wel hebben we gezien dat die deels hergebruikt worden, om benzine in te verkopen voor brommers: ook wel een spannend idee! Beautiful animals. We had to stop and look.

We nemen het afval dat we onderweg maken trouw mee naar de eerstvolgende prullenbak. We betwijfelen of het vervolgens vanuit de prullenbak niet alsnog langs de kant van de weg terechtkomt. Als we na een stuk klimmen een blikje leeg hebben gedronken, trapt Patrick het klein. Het idee van ruimtebesparing ook in het afval doorgevoerd. Het wordt wel een plakkerige bedoeling, want het was nog niet helemaal leeg. Patrick wil heel veel moeite gaan doen om het schoon te maken, maar Maureen zegt: ‘Laat maar liggen, ik denk niet dat ze het verschil merken’. Tja, en zo hebben ook wij weer een grens verlegd (de verkeerde kant uit).

Tanah Merah - Marang

De dag erna fietsen we naar Kota Bharu. Dicht bij de Thaise grens komen we langs een tempel. We gaan even kijken naar het beeld van de liggende Buddha, wat wel 40 meter lang blijkt te zijn. We vinden het eigenlijk gewoon foeilelijk, het terrein waarop het beeld staat is echter wel het aanschouwen waard. We durven niet echt goed foto's te maken maar doen het toch even snel. Aangekomen in Kota Bharu, rijden we naar het PCB ressort. Bij de receptie van het ressort hangen foto's van het bezoek dat Queen Elisabeth aan deze uitspanning heeft gebracht. Uit het onderschrift bij de foto's blijkt dat in 1972 te zijn geweest. Bij het zien van de inrichting van ons huisje vragen we ons af of sinds dat hoge bezoek nog wat aan onderhoud is gedaan. We hebben gekozen voor een chalet direct aan de zee. Zwemmen gaat helaas niet, daarvoor is de zee veel te ruw. We slepen de bank het balkon op en gaanMalaysia :: A huge 34 meter long statue of a lying Budha daar heerlijk zitten lezen. Bij een van de vele Batikwinkeltjes kopen we ons allebei een hippie-outfit: een broek voor Patrick en een jurk voor Maureen. ’s Avonds gaan we op zoek naar avondeten. We komen uit bij een stalletje waar een BBQ gebruikt wordt. Na het aanwijzen van wat onherkenbare sticks en balletjes, wachten we gespannen af. Het blijken nogal onsmakelijke lauwe visballetjes te zijn, niet voor herhaling vatbaar.

Onderweg naar Merang komen we langs een vliegveld, waar we een bord zien hangen dat we al vaker hebben gezien. Het is het bord waarop nogal duidelijk wordt weergegeven dat het terrein niet toegankelijk is voor onbevoegden. We willen eigenlijk graag een foto maken, maar we durven niet. We hebben de Nederlandse vliegtuigspotters in Griekenland nog vers in het geheugen en de gevangenissen in Maleisië zijn vast erger dan die in Griekenland. Het ressort in Merang lijkt ons een typisch backpackers ressort. We hebben pech, een jongerenorganisatie heeft alle chalets al volgeboekt. We komen terecht op een slaapzaaltje, niet veel groter dan de twee stapelbedden die erin staan. Helaas geen airco voor ons deze nacht. Zolang we nog niet gaan slapen, is het een geweldige lokatie. We genieten van de zee. In de hangmat doen we een dutje en lezen nog wat. Het avondeten kost ons deze avond nog een paar kilometer fietsen. In het hoogseizoen is vast genoeg keuze, maar wij zitten in het voorseizoen. We komen in een tentje terecht, waar we het hele assortiment te eten krijgen: een hele vis in saus, echte chili (erg heet), blaadjes van de cashewnoot, groenten en natuurlijk kip. Wij eten alles zo goed mogelijk op onder toeziend oog van de hele familie, twee geiten, kippen en de talloze katten. Voor deze complete maaltijd inclusief een drankje, zijn we 11 RM kwijt (€ 3,-).

Slapen in het warme hok valt niet mee. We zijn allebei bovenop een stapelbed gaan liggen, zoMalaysia :: Patrick cycling a quiet country road amongst palmoil plantations dicht mogelijk bij de ventilator. Omdraaien leidt tot hevig kraken en zwabberen van het bed. Het was niet een van onze beste nachten, maar dat maken we de dag erna goed in Marang. Daar slapen we in een prachtige grote bungalow van de familie Van Peer. Ons routeboekje had deze accommodatie aanbevolen en wij kunnen dat absoluut beamen. Pantai Ru bestaat uit twee bungalows en een kamer die gehuurd kunnen worden. Bij de gastvrouw kan een cursus batik verven gevolgd worden en de gastheer kan heerlijk koken. De bungalow is zoals we vooraf hadden gehoopt. We nemen een rustdag. We schrijven een stukje in het gastenboek van de familie en lezen vol plezier de stukjes van de andere reizigers. Een dag niets doen, doet ons goed. Aan onze gastvrouw vragen we of de watervallen van Kuala Berang die in ons routeboekje staan, de moeite van ons bezoek waard zijn. We hebben in Kota Bharu al een stuk van onze planning aangepast, door het schrappen van een uitstapje. Als de watervallen zijn zoals we verwachten, niet zo groot en vooral veel troep, dan hoeven wij die niet zo nodig te zien. We twijfelen namelijk nog over een uitstapje naar bounty eiland Tioman. We gaan na het inwinnen van het advies bij de familie Peer inderdaad niet naar de watervallen, maar fietsen via de kustweg naar Dungun.

Marang - Chukai

Onderweg komen we de eerste (en enige) andere fietsers tijdens deze fietsvakantie tegen. We zien ze echter pas als we elkaar eigenlijk al gepasseerd zijn. Jammer, want we hadden best even willen kletsen. Na drie uur fietsen staan we in Dungun. Dat ging een stuk sneller dan we hadden verwacht. Na de bergen is onze conditie op het vlakke stuk uitstekend. We besluiten door te fietsen, zeker omdat we onderweg al zoveel hotels hebben gezien. Met zoveel hotels langs de route kunnen we toch overal stoppen is ons idee. Hartstikke goed plan maar we worden het binnenland in gestuurd. Weg van het toerisme, kilometer na kilometer palmolievelden. Het terrein wordt ook weer ligt heuvelachtig. Behalve al de palmbomen zien we niets, geen drinkstalletje, geen huizen en zeker geen hotel. We fietsen die dag in totaal 117 kilometer, de langste etappe van deze fietsreis.

Bandir Al-Muktafi is een nieuwe stad, waar een aantal opleidingsinstituten zitten en een aantal onderdelen van het ministerie van landbouw. In het wijzigingsblad bij ons routeboekje staat dat het guesthouse is opgeheven, maar dat er wel een mogelijkheid is om bij een proeftuin te slapen. We kunnen alleen dit alternatieve guesthouse niet vinden. We fietsen wat rond, maar we zien nergens de aanduiding die we zoeken. Langs de kant van de weg staat wel een half vergaan bord, waar ooit hotel op stond. We vragen aan een bewaker de weg, maar die heeft geen idee wat we bedoelen. We rijden bij het voormalige hotel de zeer steile oprit op. Het lijken gewone huizen, geen hotel. Langs de kant van de weg, proberen we te bedenken waar we die nacht moeten gaan slapen. De tent is een mogelijkheid, maar de berm ziet er niet aanlokkelijk uit. Bovendien is het pas vier uur en onze tent zetten we liever op als het donker wordt. Dan vallen we niet zo op. We gaan nog eens bij het voormalige hotel vragen of ze ons daar niet kunnen verder helpen. Patrick blijft beneden bij de fietsen, Maureen gaat te voet de helling op. De bewoners zijn vooral jonge meisjes. Er wordt flink gegiecheld, maar uiteindelijk wil iemand me wel te woord staan. Het blijkt een meisjesschool te zijn. Het eerstvolgende hotel dat wordt genoemd, ligt in Kuantan. Dat is nog twee dagen fietsen! Maureen heeft het idee dat ze er niet uitkomt en geeft de poging op. Maar terwijl ze terug naar de ingang loopt, ziet ze een prachtig stukje glad gemaaid grasveld. Precies groot genoeg voor onze tent. Dat lijkt een betere plaats dan de kant van de weg. Dat is een poging van het proberen waard. De lerares wordt erbij gehaald. Voor de zekerheid meldt Maureen dat Patrick beneden zit en ook graag in die tent wil slapen. Je weet maar nooit of ze dat op een meisjesschool wel goed vinden. Maar gelukkig, ze vindt het goed.Chukai harbour. Maureen gaat Patrick halen. Als we samen weer boven komen met de fietsen, heeft de lerares goed nieuws. Een van de huisjes staat leeg en daar mogen we die nacht in slapen. Zodra de deur van het huisje open gaat weten we dat we zelf liever onze tent opgezet hadden, maar dat kunnen we natuurlijk niet zeggen. Binnen liggen iets meer dode insecten dan ons lief is. We zetten onze binnentent op in het huisje, deels tegen de muggen, deels tegen de vieze beesten. Maureen fietst terug op zoek naar een winkel. Voor de winkel staat een hamburgerkraampje. Terwijl de verkoper ze bakt, kan hij ook meteen op de fiets passen. Die ayamburgers worden geen snack, maar ons avondeten. Onze MSR allesbrander houdt niet van de thinner die we hadden gekocht en heeft het weer begeven, hoezo allesbrander?

De lange fietsafstand van de dag ervoor en de slechte nachtrust door de hitte, maken ook de dag erna zwaar. De omgeving is met eindeloze palmolievelden niet erg inspirerend. In het routeboekje staat bij hotel River Garden in Chukai vermeld dat ze een uitstekende fietsenstalling hebben. Maureen gaat vragen of een kamer beschikbaar is. Onze fietsen hebben die nacht een betere slaapplaats dan wij. De fietsen mogen in de lobby staan, terwijl wij een kamer zonder raam blijken te hebben. Wel zelf gekozen om aan de achterkant te zitten, in plaats van langs de drukke weg aan de voorkant.

Chukai - Pulau Tioman

We hebben ons onderweg al regelmatig verbaasd over wat je allemaal mee kunt nemen op een brommer. Hele gezinnen kunnen op één brommer, een ijscoman, een slager, een SRV-brommer, kantenmaaiers en motorzagen worden ook regelmatig per brommer vervoerd. Ook verbazen we ons over de grote variatie in winkelinventaris enerzijds en anderzijds het gebrek aan variatie bij kraampjes langs de weg. Onderweg kom je rijen kraampjes met dezelfde spullen tegen. In een dorp verkoopt iedereen watermeloenen, of kokosnoten, of bananen. Maar als alle buren hetzelfde verkopen als jij, wie houdt je dan als koper over? De winkels daarentegen lijken soms alles te verkopen wat je kan bedenken. Dat geldt dan wel weer voor iedere winkel. Combinaties van rieten manden, motorolie en vis zijn eerder regel dan uitzondering.

Onderweg wordt nog steeds enthousiast naar ons getoeterd en geroepen. We zwaaien inmiddels al een stuk minder terug. Zelf zijn we inmiddels gewend aan de omgeving en de mensen, maar we blijven opvallen. Het getoeter begint soms vervelend te worden, zeker als er hardnekkig naar je wordt getoeterd. Bij het paleis van de Sultan, zien we de oplossing. Voor de volgende vakantieYou are not allowed to press your horn in front of the palace. moeten we er misschien maar een T-shirt van maken. In Kuantan wordt een hotel aangeraden dat van alles kan regelen voor uitstapjes. Aangekomen in Kuantan zien we wel het Hyatt Hotel liggen, maar geen hotel "Kuantan". Bij een betonnen plaat en een enorme berg puin ontdekken we een bord dat verwijst naar de parkeerplaats van hotel Kuantan. Kortom, het hotel is niet meer. Geen nood, het Hyatt hotel klinkt ons ook aangenaam in de oren. We draaien de fietsen richting de ingang van dit super de luxe ressort en lopen vies en bezweet de marmeren hal in. Na het laten zien van de creditcard verschijnt de glimlach op de mond van de ontstelde portier. De fietsen worden in de bagagekamer gezet en onze tassen worden naar de kamer gebracht. Het is lunchtijd, dus we gaan eerst eten. Bij het zien van al het lekkere eten kunnen we nauwelijks kiezen en we gaan onszelf dan ook te buiten. Daarna gaan we aan het zwembad liggen. We genieten de hele dag van de luxe: van het zwembad, het (westerse) eten en de vers geperste sinaasappelsap. Wel kijken we weer eens vol verbazing rond. Dit maal verbazen we ons over de mensen die al bij het zwembad achter het bier zitten als we het hotel binnenkomen. Als we rond zes uur ’s avonds de laatste keer een duik in het zwembad nemen, zitten ze er nog. We proberen nog even een berichtje te sturen naar huis via internet, maar het netwerk is veel langzamer dan ons geduld lang is. De volgende ochtend volgt de rekening voor al die luxe. In vergelijking met de andere dagen is het bedrag absurd, maar we hebben er wel van genoten.

Van Kuantan gaan we in een recordtijd naar Tanjung Gemok. Eigenlijk zouden we maar tot Kuala Rompin fietsen, maar het gaat zo voorspoedig dat we met 22,1 kilometer per uur gemiddeld doorgaan naar de veerboot richting Tioman. We komen precies op tijd aan voor de ferry. De fietsen worden buiten op de boot vastgebonden en wij worden geacht binnen plaats te nemen. We hadden gehoopt op dekplaatsen maar helaas, wij lijken zelfs in een enorme koelkast te zitten. Via Maureen’s zus hebben we als accommodatie op Tioman ABC Chalets op gekregen. We vragen ons af hoe we nu moeten weten op welke pier we eruit moeten want er zijn er vele! En we vragen ons af of de fietsen het met al dat opspattende zeewater een beetje uithouden op het dek. Als we uiteindelijk wel bij "onze pier" zijn aanbeland, ziet de kapitein gelukkig net op tijd het naderend onheil. Bijna werden onze fietsen samengedrukt tegen de kade als de stuurman even niet oplet. De boot wordt aan de andere kant afgemeerd en wij kunnen onze fietsen heel meenemen.

Reading or taking a nap? Both sound appealing.Op Tioman worden we begroet door een overwoekerde door brand verwoeste resten van wat ooit een hotel was. Niemand neemt er de moeite om de troep op te ruimen, de jungle overwoekert de puinhopen en over een paar jaar zal het terrein weer onderdeel uitmaken van die jungle. Vanaf de pier loopt een smal paadje parallel langs de kust. Op het gedeelte waar wij terecht zijn gekomen, zijn geen wegen en geen auto's alleen dit smalle paadje. De lokale bewoners gebruiken brommers met zijspan om de hotels en winkels te bevoorraden. Wij stappen op de fiets en volgen het paadje. We komen langs vele hotels en bungalows. Het gedeelte van Tioman waar wij terecht zijn gekomen mikt duidelijk op de budget toerist gezien de oververtegenwoordiging van goedkope slaapplaatsen. Het is allemaal erg grappig, relaxed en toch van alle gemakken voorzien. Er zijn slaapplaatsen zat, winkeltjes, supermarktjes, wasserettes, restaurantjes en ga zo maar door. Het pad eindigt in eeneens en wij hebben onze bestemming bereikt: ABC Resort.

We melden ons bij de uitbater en hij laat ons de vrije bungalows zien. Wij kiezen voor de bungalow direct aan het strand met uitzicht over de baai. We parkeren de fietsen op de veranda en daar blijven ze drie dagen staan. Het chalet ligt echt pal aan zee, bij vloed is de afstand tot het water nog maar enkele meters. We hebben in ons chalet een aangenaam bed, een koelkast, een airco en een fatsoenlijk werkende badkamer. Bij de chalets is een restaurant en op slechts een klein stukje lopen ligt een winkeltje. Alles wat we nodig hebben voor een paar dagen aangenaam verblijf. De eerste dag komen we niet verder dan ons chalet. We eten wat, zwemmen en lezen een boekje. De tweede dag maken we een wandeling dwars door het regenwoud naar de andere kant van Tioman. Het is een aardige klim over boomwortels en stenen trappen. Onze SPD-schoenen zijn niet erg praktisch voor dit soort activiteiten. Op gladde en vochtige ondergrond is de grip erg slecht. De metalen plaatjes zorgen voor fraaie schuifpartijen. Als we onderweg een oudere man en vrouw tegenkomen op teenslippers, die ons in hoog tempo tegemoet komen over al die gladde rotsen, vinden we dat we niet zo moeten zeuren. Na een paar uur komen we op het hoogste punt, waar we ineens twee brommertjes zien staan. We snappen er niets van, hoe komen die daar nu? Het pad dat we naar beneden moeten volgen, blijkt een glad, glooiend pad te zijn. Als wij op Tioman zouden wonen, zouden we ook een brommer willen.

In Juara, dat aan de andere kant van Tioman ligt, aangekomen hebben we geen zin meer om de wandeling ook terug te maken. Het is warm, erg vochtig, en de tocht terug neemt wellicht nog meer tijd in beslag dan de heenweg. Echter, de taxiboot rond het eiland vaart pas over een paar uur. We kunnen wel een speedbootje huren, maar die is eigenlijk bedoeld voor vier personen. We betalen met alle plezier bij voor de twee niet aanwezige personen. Het is wel maar een klein bootje, hadden daar nog twee man bijgemoeten? Na wat heen en weer bellen verschijnt een jongeman op een brommertje. Hij heeft een benzinetankje onder de arm, waarschijnlijk koopt hij pas benzine als er een klant is. De jongen zwemt naar het bootje en legt daarna bij een steiger aan zodat ook wij aan boord kunnen. Het bootje blijkt heel hard te kunnen gaan. Maureen vindt het maar niks, ze houdt zich stevig vast aan de reling van het bootje. Het uitzicht is prachtig en de zee is gelukkig vrijwel vlak zodat we niet al teveel stuiteren in het bootje. Het is een flink eiland, we zijn zo'n half uurtje onderweg. De motor slaat onderweg nog een keertje af na een kleine aanvaring met een flink stuk hout. Gelukkig doet de motor het vrij snel weer, zodat Maureen ook weer opgelucht kan ademhalen.

Terug bij het chalet, zien we de weekendtoeristen. Een grote groep Chinezen arriveert, beladen met enorme voorraden instant noodles en soep. De dag erna gaan wel heel veel van die kleine mensjes in een heel klein bootje. We hadden best nog willen snorkelen met zo'n bootje, maar zijn toch blij dat we die dag niet mee gaan. ’s Avonds in het restaurant zien we de chinezen komen aanzetten met eigen flessen cola en vis voor op de BBQ. We vinden dat toch wel deAlways a nice picture: a remarkable sign. overtreffende trap van de Hollandse piepers en hagelslag die doorgaans in de caravan worden meegesleept. Wij hebben nog geen Nederlander in Frankrijk gezien die bij het restaurant aankomt zetten met zijn lapje vlees en het verzoek om dit even lekker bruin te bakken!

Pulau Tioman - Singapore

De dag erna gaan hebben we ’s ochtends vroeg de ferry terug naar Mersing. Omdat de overtocht met de ferry vrij lang duurt en de ferry relatief laat vertrekt, zijn we pas tegen 11 uur op het vasteland. We verblijven de hele dag daarom in Kali’s Guesthouse, we hebben namelijk geen zin om in de felle zon te moeten fietsen op het heetst van de dag. De gastheer komt met koffie en thee aanzetten. Het was een hele mooie, rustige lokatie net buiten het stadje. In de tuin wordt door ons druk gefotografeerd. ’s Avonds bereikt het avondeten een dieptepunt. In een kraampje kunnen we het eten zelf aanwijzen. Maureen laat zich wat aansmeren. Patrick heeft kip-met-ingewanden. Bij Maureen duurt het langer voordat ze haar eten herkend, maar de zuignapjes doen het hem uiteindelijk. Het is inktvis. Niet vies, maar zeker ook niet lekker. Als we de meelwormen in de rijst op ons bord zien, gaat de honger vanzelf over. We spoelen een paar happen met wat cola naar benden, rekenen af en vertrekken snel weer richting de gastvrijheid van Kali.

Vanuit Mersing fietsen we naar Kota Tinggi voor een laatste overnachting in Maleisië. Daar is het even zoeken naar een hotel dat ons fatsoenlijk lijkt. We mogen de fietsen letterlijk mee de hotelkamer op nemen. We hebben in de chalets wel steeds de fietsen binnen gezet, maar dat ze ook echt mee mogen in het hotel, vinden we wel bijzonder. De enige uitdaging blijkt het smalle halletje en de heel erg steile trap te zijn die naar onze kamer leidt. We hebben de Executive Suite! Jazekers, we doen het niet voor minder tegenwoordig. Zoals altijd blijkt dat we acheraf beter een kleinere kamer hadden kunnen nemen. De airco van de executive suite is van dezelfde omvang als die van de kleinere kamers. Gevolg is dat het lekker warm blijft want de airco kan het enorme volume van onze kamer niet aan. Het is hier dat we voor het eerst horen en zien dat die mallotige Amerikanen weer eens besloten hebben om weer eens een oorlog te starten. Voor het eerst in onze vakantie zetten we even de TV aan en zien tot ons grote ongenoegen dat Bush gewoon doet waar hij zin in heeft. Dit verklaart wel waarom we de laatste paar dagen steeds vaker mensen tegenkomen die ons vragen "How about the war, mister?". Tegen, ronduit tegen zijn we en dat is maar goed ook want dat vindt het merendeel van de lokale bevolking ook.

De laatste fietsdag gaat via Johor Bahru naar Singapore. Vanaf Kota Tinggi tot in Johor Bahru is het fietsen een verzoeking. Het voelt als fietsen op de A10 rond Amsterdam in de spits. Het verkeer raast onafgebroken voorbij. Na twee uur zijn we allebei helemaal hyper. We hebben onderweg bij een benzinestation een kaart van Johor Bahru gekocht en zoeken in de stad zo snel mogelijk een rustiger weg op. Het zijn dan wel de nodige kilometers om fietsen maar ze werken beter op onze gemoedsrust van de vierbaans snelweg waarlangs we eerst fietsten. Na drie weken fietsvakantie over de rustige wegen van Maleisië, kunnen we niet zo snel wennen aan de drukte. Ergens op een kruising maken we onze eerste en enige onvriendelijke bejegening door een Maleier mee. De man is waarschijnlijk zo ondersteboven van de oorlog dat iedere blanke westerling de wind van voren krijgt. Tenminste, dat is de enige reden die wij kunnen vinden voor een wildvreemde die je allerlei verwensingen naar het hoofd slingert.

De grensovergang tussen Maleisië en Singapore kunnen we maar moeilijk vinden. We zien het wel liggen, maar weten niet goed hoe we er met de fiets moeten komen. Uiteindelijk weten we toch de brommerbaan te vinden. We moeten even wat capriolen uithalen om over te steken. Bij het eerste poortje laten we ons paspoort zien, geen probleem. Bij het tweede poortje worden we door de beambte doorgezwaaid. Dan zijn we Maleisië uit, dat ging wel heel erg gemakkelijk! We fietsen de brug die Singapore met Maleisië verbindt over en melden ons bij de douane aan de andere kant. We mogen Singapore niet in! We hebben geen exit-stempel van Maleisië in ons paspoort staan. We worden opgehaald door een politie-agent en naar een kantoortje gebracht. Buiten zitten een paar van zijn collega's, ze vragen of we geen helm hebben. Even denken we dat het dragen van een helm verplicht is en we wijzen snel naar onze voortas, waar de helm in zit. Het blijkt geen verplichting, maar goedbedoelde raad te zijn. We worden het kantoortje in geleid. Als we zeggen dat we geen exit-stempel hebben, worden we naar een stoel in de wachtruimte verwezen. Nog voordat het zitvlees de stoel raakt, roept dezelfde beambte ons weer naar de balie. Daar krijgen we ons paspoort terug. Op de plaats waar we zijn doorgezwaaid, hadden we een stempel moeten halen. In een keer voelen we ons weer eens erg provinciaal. We moeten terug om een exit-stempel te halen.

En terug weer over de brug richting Maleisië. Al fietsend vragen we ons af of we nu niet in een oneindige bureaucratische molen terecht zijn gekomen want de douane aan de andere kant zal wellicht opmerken dat we geen exit-stempel van Singapore hebben! Onze vrees blijkt ongegrond want aan de Maleisische kant van de brug staat geen douane beambte en staan we weer in Johor Bahru. Het ingewikkelde rondje door de straten van Johor Bahru om bij de brommerbaan te komen, doen we The harbour and sky scraper of Singapore, taken from Sentosa.nog een keer. Nu halen we bij een ander kantoortje alsnog een stempel en fietsen de brug voor de derde keer over. We gaan expres langs dezelfde juffrouw in hokje 15 bij de douane. Ze kijkt onze paspoorten in. We krijgen een kaart waarop onze gegevens moeten worden ingevuld. Even vragen we ons waarom we die niet eerder hebben gehad, dan was hij nu al ingevuld. We zetten de fietsen aan de kant en vullen alles in.

We worden doorgezwaaid en opgelucht stappen we op de fiets. Een paar honderd meter verder moeten we weer stoppen want daar is blijkbaar de security check. Er staat een rij brommertjes die één voor één strak worden gecontroleerd. Alle tasjes en koffertjes moeten open. We denken dat we alle spullen bij de bagagecontrole zullen moeten uitpakken. De beambte kijkt echter een kijk naar de schier onmogelijke taak die hem te wachten staat en gebaart ons vooral snel door te fietsen. Eindelijk mogen we Singapore in.

 
For questions or comments you can Dit e-mail adres wordt beschermd tegen from spam bots, u hebt Javascript nodig om het te bekijken us
'Dit reisverhaal is geschreven door Patrick en Maureen en is gepubliceerd op

WWW.PATRICKENMAUREEN.NET

Op de inhoud en opmaak van dit document is de Creative Commons Licentie van toepassing.
http://creativecommons.org/licenses/by-nc-sa/1.0/nl