Italië

Tiel - Geleen

Het was voor ons weer een bijzondere fietsreis in de zomer van 2004. Enkele weken voor onze fietsvakantie naar Rome begint, hebben wij vrij onverwacht en snel een nieuw huis gekocht. Met als gevolg dat we razend druk zijn met het regelen van hypotheek, makelaar en alles wat er nog meer bij de koop en verkoop van een huis komt kijken. Anderhalve week voor het geplande begin van onzeAlthough there hardly were any tourists at all we thought this to be the best spot in Rome. fietsvakantie "met Benjaminse" naar Rome overwegen we ernstig om het vertrek een week uit te stellen. Maar de vrijdag voor Pinksteren hebben we dan toch de belangrijkste zaken rond. Dat betekent dat we in het Pinksterweekend van Tiel naar Geleen fietsen en de week erna de eigenlijke fietsvakantie vanuit Geleen beginnen. We willen erg graag de hele route van Benjaminse naar Rome vanaf huis fietsen. Op deze manier kost ons dat geen extra vrije dagen, die beginnen met al die lange fietsvakanties namelijk wat schaars te worden.

Op eerste Pinksterdag vertrekken wij dan ook bepakt en gezakt richting Geleen. Nog geen vijf kilometer van huis stuiten we op de eerste routeverandering; het voetveer Tiel-Wamel blijkt op zon- en feestdagen een stuk later te vertrekken dan wij. De dag eindigen we, net als tijdens onze eerste fietsvakantie over de Groene Weg naar de Middellandse Zee, in Meijel. Alleen stonden we in 2002 op een beduidend betere camping dan dit jaar. Camping Startebos blijkt vooral een tijdelijk onderkomen te bieden aan vele tientallen Poolse seizoensarbeiders. Maureen gaat altijd als eerste de douche uitproberen. Over de camping staan meerdere douchecabines verspreid. Maureen kiest natuurlijk het douchehokje uit dat niet is aangesloten op warm water en komt daar vervolgens pas achter als ze douche aanzet. Patrick kiest dus een andere douchecabine uit.  Het merendeel van de seizoensarbeiders is mannelijk. Dat blijkt direct uit de staat van het sanitair wanneer Patrick de deur van de herendouche opendoet. Van alle campings en hotels waar we ooit geweest zijn, is deze bij Patrick met stip op dieptepunt nummer één binnengekomen. Vooral Patrick vind het een schandaal hoe smerig en verlopen deze best wel dure camping is; lekker gastvrij richting de Poolse gastarbeiders ook. Wij voelen plaatsvervangende schaamte.

De dag na deze survival op camping Startebos fietsen we naar Patrick’s ouders in Geleen. De fietsen en tassen laten we daar achter om zelf met de trein terug naar huis te gaan. Op zich ook een heel avontuur, de verbinding Geleen-Tiel vraagt vooral veel geduld met de NS. We moeten meerdere Indeed we were really impressed by this traditional build house.malen overstappen en natuurlijk is overal de trein net weg. Wij moeten zelf nog een weekje werken voordat de fietsvakantie echt begint. We zullen dan met de trein weer terug gaan naar Geleen om daar de reis, met Benjaminse als gids, op de fiets naar Rome echt te beginnen. 

Geleen - Mullentahl

De eerste "echte" fietsdag van deze fietsvakantie, een week later, komen we midden in de Ronde van Limburg terecht. Vanaf Maastricht worden we voortdurend van alle kanten ingehaald door wielrenners. De heuvel af komen ze ons zeker hard voorbij, maar sommige recreanten hebben het vrij zwaar de heuvel op. Niet dat we ze los rijden, maar we worden lang niet altijd fluitend ingehaald. Nadat we de grens met België zijn gepasseerd keert de rust terug, de Ronde van Limburg verlaat Nederland blijkbaar niet. We moeten kiezen tussen een camping na een dagafstand van 70 kilometer of op de eerste dag al boven de 100 kilometer uitkomen. Dat laatste lijkt ons met alle fietsdagen nog in het verschiet geen goed idee, dus gaan we op zoek naar de camping in Raeren. Volgens het routeboekje van Benjaminse kunnen we in Raeren uit twee campings kiezen. We doen eerst nog in het dorpswinkeltje boodschappen. Wij hebben die avond de rare combinatie van knakworsten met aardappelpuree en doperwtjes op het menu staan. En oh ja, wij konden slechts één camping vinden in Raeren. De dag erna rijden we door de Hoge Venen, een uitgestrekt bosgebied waar je ongestoord van de natuur kunt genieten. Volgens het routeboekje zullen we door een riviertje moeten waden. Met de rivieren in Costa Rica van de vorige fietsvakantie waar we tot aan het middel door het water moesten nog vers in het geheugen, zijn we helemaal klaar om de slippers uit de tas te halen om zo met droge schoenen de overkant te bereiken. Bijna denken we dat we niet goed zitten als we over wat kiezels - met stromend water niet breder dan twee voeten - moeten fietsen. Dit is niet door een riviertje waden, een gemiddelde plas water na een regenbui is nog groter dan dit! Sterker nog, in een droge zomer denk je geheid dat Benjaminse je verkeerd stuurt, want dan is er vast geen water. Maar de rest van de aanwijzingen hebben we goed gevolgd, dus daar kan het niet aan hebben gelegen; dit is echt de door te waden rivier.Small village at one of the many borders we crossed between Germany and Switserland.

We rijden die dag wel twee maal verkeerd. Patrick is vanaf het begin niet erg te spreken over de beschrijvingen in het routeboekje. Benjaminse schrijft in zijn inleiding dat hij een route heeft willen ontwikkelen waarmee je als fietser niet steeds met de routebeschrijving bezig hoeft te zijn. Nou, wij vinden dat hij daar helemaal niet in geslaagd is. Volgens ons houdt hij van het maken van mooie kaartjes met leuke kleurtjes. Probleem daarbij is dat niet alle zijwegen zijn ingetekend, waardoor het niet mogelijk is op basis van tellen van wegen (tweede links, derde rechts enz.) de route te fietsen. We zullen later nog veel vaker over dit vervelende routeboekje mopperen. Ons eigen winkeltje (de koekjesvoorraad die Maureen altijd meesleept) is inmiddels leeg, maar gelukkig biedt een lokale Belgische frituur de mogelijkheid om van een enigszins vette lunch te genieten. Het vinden van de camping kost ons enige moeite, mede omdat ook de campings alleen in de kaartjes zijn ingetekend, maar er geen beschrijving naar toe wordt bijgeleverd. Wij komen na wat rondvragen en bijna 10 kilometer loeisteil omfietsen terecht op de camping in St. Vith. Wij konden de camping in Steinebrück pas een dag te laat vinden. De volgende ochtend als we de route weer oppakken komen we alsnog langs de beoogde camping als we vanuit St. Vith de route weer oppakken. Wat nog veel erger is, daar zijn we de dag ervoor op 50 meter na langs gekomen voor we aan die steile omweg begonnen!

Als we van een kopje koffie met apfelstrudel genieten, zien we een fietser voorbijkomen. Vooral zijn mandje achterop vinden we geweldig. Als we weer op de fiets zitten, passeren we hem terwijl hij aan de kant van de weg staat. Later haalt hij ons weer in. Hij is zijn eentje onderweg en zit om een praatje verlegen. Gezamenlijk fietsen we richting Vianden. Onderweg klampt nog een Nederlands stel aan dat ook die kant uitgaat. We drinken samen even wat in Vianden. Onze voorraad voedsel begint inmiddels ernstig op te raken, dus wij wachten zowaar een uur tot de supermarkt in Vianden weer opengaat. Na het doen van de broodnodige boodschappen stappen we weer fris op de fiets. De hele dag passeren we kilometers lang prachtige campings langs het water. Bij het zien van die mooi uitziende overnachtingsmogelijkheden, hadden wij al voorspeld dat wij op een trieste camping terecht zouden komen die dag. En inderdaad, wij gaan die dag naar Mullentahl. De camping die we daar nemen, is inderdaad een trieste aangelegenheid.

Mullentahl - Morhange

De volgende ochtend blijkt dat we weer eens te vroeg op de camping zijn gaan staan, nog geen vijfhonderd meter verder ligt wederom een prachtige camping. Ach ja, het sanitair was goed, de camping was wel lekker verlaten dus we hebben prima geslapen. Alleen het uitzicht was wat triest. The desolate landscape of Le Crete between Florence and Rome.De campings zullen deze hele fietsvakantie dun gezaaid blijven. In Noord-Frankrijk moeten we een stuk van de route af om te kunnen kamperen. Wij denken dat Benjaminse zelf niet van kamperen houdt, aangezien geen routebeschrijvingen naar de campings zijn opgenomen in zijn routeboekje naar Rome. Terwijl we de bewoonde wereld steeds verder achter ons lijken te laten en steeds verder het bos in fietsen, hopen wij van harte dat we de goede kant op gaan. Na een flink stuk stevig ploeteren komen we gelukkig op een grote weg die wel op het routekaartje staat ingetekend. Het vinden van de camping gaat vervolgens redelijk makkelijk. De mevrouw van de camping heeft gelukkig gekoelde drankjes en ijsjes. Daar maken we dankbaar gebruik van, de vriendelijke dame ziet haar voorraad zienderwijs behoorlijk slinken. Die avond horen we op de voice-mail dat we ons huis verkocht hebben, binnen twee weken nadat we het huis te koop hebben gezet! Dat is reden voor een feestje, maar levert ook een logistiek probleem op. We zullen een mogelijkheid moeten zoeken om het verkoopcontract heen en weer te faxen.

De camping is nagenoeg leeg. We staan naast een van de weinige caravans die bevolkt is. In de loop van de avond komt een Nederlands stel naast ons staan, zij zijn ook op fietsvakantie en wel voor de eerste keer. Ze hebben ongelooflijk veel spullen bij zich en hebben afgaand op het gemopper ook een zware dag gehad. De caravanbewoners naast ons horen we de hele avond niet. Tot we willen gaan slapen natuurlijk. Vanaf een uur of half tien worden zij wakker. Het blijken fanatieke en luidruchtige kaartspelers te zijn. Tot ver na middernacht spelen ze spelletje na spelletje. Wij draaien ons regelmatig zuchtend om en hopen dat het gaat regenen, zodat we in slaap kunnen vallen. De volgende ochtend om zes uur blijken onze andere buren in al hun fietsspullen ook een radio mee te slepen. Wij kunnen ongewild meeluisteren naar het weerbericht in Nederland op de Wereldomroep, lekker interessant als je in Frankrijk zit !? En weer draaien we ons zuchtend om. Hoe krijgen we het steeds toch voor elkaar om op een nagenoeg verlaten camping wakker te liggen door geluidsoverlast van de buren?

We fietsen door het verlaten landschap van Noord-Frankrijk. Net als twee jaar geleden tijdens het fietsen van de Groene Weg vinden wij het een deprimerende omgeving. In de dorpen zie je een hoop vervallen huizen, geen winkels en al helemaal geen lekkere bakker waar we wat eclairs zouden willen kopen. In landen als Costa Rica en Maleisië is het tijdens je fietsvakantie eenvoudiger om een blikje frisdrank te kopen of wat te eten, dan in Noord-Frankrijk. In Morhange komen we langs een hotel. Maureen gaat een poging doen om te vragen of we kunnen faxen. Er blijken nogal wat mensen nodig te zijn om haar zeerA few of the many hairpin curves of the Splugen pass beperkte Frans en hun zeer beperkte Engels te combineren tot iets wat lijkt op “we willen een fax ontvangen op uw nummer en daarna moeten we zelf faxen”. Uiteindelijk lukt het dit duidelijk te maken. We nemen een kamer en gaan we proberen een dutje te doen. Dat valt niet mee; het hotel ligt aan een nogal drukke weg. Tijdens de lunch ontmoeten we onze eerste routegenoten, twee mannen uit Vleuten (“Vleuten, niet Utrecht!”) fietsen net als wij naar Rome met Benjaminse.  Het ontvangen van het verkoopcontract van ons huis in Tiel duurt een eeuwigheid, maar uiteindelijk hebben we het toch binnen. Terugfaxen blijkt een te grote uitdaging voor de fax uit het hotel. Dan toch maar naar het postkantoor. Een half uur en twintig euro armer (voor zeven velletjes, jawel!) hebben wij dan toch officieel ons huis verkwanseld aan een stel onbekenden.

Morhange - Chur

Tegen de eerste echte klim van deze fietsvakantie, de Col de Donon, zien we een beetje op. We moeten 450 meter omhoog in 11 kilometer, niet echt schokkend eigenlijk. Volgens Benjaminse is de beloning op de top een heerlijke bosbessentaart. Met dat vooruitzicht beginnen we aan de klim. Onderweg worden we voortdurend ingehaald door motorrijders. Die blijken later dan ook massaal bij het restaurant op de top van de Col het terras te bezetten. Wij vinden toch nog net een tafeltje en twee stoelen. “Twee grote cola en bosbessentaart alstublieft”. En inderdaad, de bosbessentaart kunnen we aanbevelen. Dat doen we dan ook meteen als we de twee fietsers waar we de vorige dag het hotel in Morhange mee deelden ook hijgend en puffend zien bovenkomen op het moment dat we weer op de fiets willen stappen. De afdaling brengt ons snel en makkelijk naar Schirmeck. De camping blijkt echter niet meer te bestaan, dus moeten we nog een klein stukje door naar de camping municipal in Rothau. Daar blijven we een dagje staan om de benen wat rust te geven. Na het nemen van de Col de Donon krijgen we het gevoel weer in de bewoonde wereld te zijn beland. De huizen hebben weer kleur, een dorp heeft weer gewoon een bakker en je ziet weer mensen op straat. We zijn in de Elzas aangekomen. ’s Nachts op de camping in Rouffach worden we regelmatig wakker van het luiden van de klokken. Het klinkt alsof twee rivaliserende klokkenluiders hun best doen elkaar te overtreffen. De dag na dit klokkenfestijn fietsen we zowaar meerdere kilometers over een fietspad in Frankrijk. Bijzonder ongebruikelijk voor de Fransen, zo'n fietspad, maar we fietsen er wel lekker rustig.

Close-up of one of the many fountains in Rome.Vanaf Basel volgen we grotendeels de Rheinroute. De bewijzering van deze Zwitserse fietsroute speelt ons in het begin wat parten, maar is altijd nog een stuk beter dan de beschrijvingen van Benjaminse. Beschrijvingen als “rij naar de kerk” terwijl er twee kerken in het betreffende dorp liggen, “volg de weg waar je naar toe moet, af en toe wat links en af en toe wat naar rechts” en “een beetje naar rechts” leiden bij ons tot de nodige extra kilometers en veel gemopper.

Onhandig voor ons is dat de supermarkten ’s middags dicht gaan. Komen wij eindelijk eens langs een supermarkt, blijkt deze net 5 minuten te zijn gesloten om pas over twee uur weer open te gaan. Dan rijden we maar op koekjes verder. ’s Ochtends in st. Margarethen pakken we in de regen de spullen in. We hebben een onrustige nacht achter de rug met een lachende heks (zo klinkt ze tenminste) als buurvrouw en een schoolkamp... De hele dag varieert het regenen tussen miezeren en plenzen. Alleen tijdens onze lunch op de trappen in Shaan was het even droog. In druilerig weer rijden we een flink stuk over de Rijndijk. We hebben het zowaar echt koud! Doordat we tijdens de lunch nat en klam een tijdje hebben gezeten zijn we stevig afgekoeld. Vooral bij Patrick duurt het een tijdje voor het behaaglijk warme zweet weer rijkelijk vloeit. In Chur houden we een rustdag voor we de Alpen via de Splügenpas over zullen steken.

Chur - Campodolcino

Tot de Alpen was Zwitserland vreemd genoeg grotendeels vlak, we konden dus lekker tempo maken. Tegen de Splügenpas zien we op als een berg, letterlijk en figuurlijk. Toen we in op de camping in Chur onze tent hadden opgezet konden we de bergen om ons heen niet zien vanwege de regen. De volgende ochtend is het volledig opgeklaard en kunnen we de besneeuwde bergtoppen zien. Vertwijfeld maken we elkaar wijs dat wij vast niet zo hoog hoeven te klimmen, toch? De beklimming begint met een stijl stuk onverhard, waar de Zwitsers een bordje bij hebben gezet met de tekst “in 1 kilometer 100 meter omhoog”. Dat blijkt niet de route te zijn zoals Benjaminse had verzonnen. Maar ja, het is wel bewegwijzerd en gaat wel de goede kant op. Vanaf Thusis begint het klimmen naar de Splügenpas. Het eerste stuk vanaf Thusis valt ons een tikkie tegen. De weg is soms vrij druk, vooral in de buurt van Sufers. Zwaar vrachtverkeer en flink wat auto's snellen ons rakelings voorbij, we krijgen het vermoeden dat ze een sluiproute nemen vanwege de files voor de tunnels door de Alpen.

Langs een meer doen we met behulp van wat Marsen en koekjes nieuwe energie op voor de tweede helft van de beklimming van de Splügenpas. Terwijl we nog even een foto maken met de zelfontspanner, komen een Duitse vader en zoon aangefietst. Of we van hen ook even een foto willen maken. Natuurlijk willen we dat. De vader vraagt waar we die ochtend zijn begonnen. We vertellen hem dat we in Chur zijn begonnen. Vol ongeloof kijkt hij naar onze volgepakte fietsen en herhaalt hij wat we zeggen, hij begint zelfs een beetje te klinken als een grammofoonplaat die blijft hangen. Begonnen in Chur, in Chur…. Hij zegt dat zij die ochtend in Domat zijn begonnen. Zij hebben allebei één achtertas. Patrick maakt nog de opmerking” Tja, beetje doorfietsen”, maar de man kan er niet om lachen. Na het dorpje Splügen krijgen we een flink aantal haarspeldbochten. Mountainbikers kruipen ons voorbij en willen weten hoeveel kilo bagage we hebben. Dat doet ons ego doorgaans goed, dat we niet bepaald worden losgereden door fietsers zonder bepakking.When we at last reached the top of the Splugenpass, it was rather cold so we had to put on some warm clothes for the descent

Patrick heeft het zwaar tijdens de laatste kilometers richting de Splügenpas. We stoppen af en toe om wat op adem te komen. Normaal rijdt Patrick voorop en volgt Maureen op enige afstand tijdens beklimmingen. Vandaag rijdt Maureen voorop, bij Patrick is het licht ergens onderweg uit gegaan. Als we even zitten, komt de Duitse zoon voorbij. Hij fietst in een flink tempo de berg op. Zijn vader is nergens te bekennen. We naderen de hoogte waar nog sneeuw ligt. De omgeving is erg fotogeniek geworden. De afstanden zoals door Benjaminse opgenomen in het routeboekje komen ook die dag niet overeen met de werkelijke kilometers volgens onze Shimano Flightdecks. Als we bij een serie haarspeldbochten aankomen, zien we een stuk hoger een huis staan. Dat zal dan wel de Zwitserse grenspost zijn. En we hadden al gelezen dat de Italiaanse grenspost nog een stuk hoger ligt. Af en toe zie je een auto of motor rijden in de hoge verte. De enige conclusie die je dan moet trekken is dat ook wij nog een stuk omhoog moeten. Vooruit dan maar. Bij de Italiaanse grenspost aangekomen, hijgen we weer even uit, we hebben de Splügenpas op de fiets gehaald, we zijn boven! We trekken onze fleece fietsjasjes aan omdat het op deze hoogte niet echt warm is. En we maken natuurlijk nog even wat foto’s, we zijn namelijk niet van plan om nog eens de Splügenpas te beklimmen op de fiets. Dat is iets wat je maar één keer in je leven doet, wat ons betreft.

De afdaling telt net als de klim overigens onnoemelijk veel haarspeldbochten. Je krijgt er bijna kramp van in je handen van al het remmen. Af en toe een tegemoetkomende motorrijder naast een tegemoetkomende auto in een haarspeldbocht maakt de afdaling extra spannend. Het is geen afdaling waarbij je fluitend wordt beloond voor al het klimwerk. Het blijft goed opletten en echt veel snelheid kun je niet maken tenzij je wat lichtzinniger in het leven staat dan verstandig voor je is. We hadden gepland om naar Chiavenna te rijden. Als we in een van de dorpen van vermoeidheid nauwelijks de verkeersdrempel over komen geklommen met de fiets, besluiten we in het eerste hotel te gaan zitten dat we tegenkomen. We nemen een kamer in Hotel Oriental in Campodolcino. De naam van het hotel lijkt wat ons betreft wat vreemd voor de plek waar we zitten. Het is vooral een skihotel dat zich ’s zomers als hotel voor motorrijders presenteert. Het is een groot hotel dat recent is gebouwd/gerenoveerd. Wij zijn de enige gasten die avond. We laten ons die avond een ietwat vreemde combinatie aan eten voorzetten en gaan vervolgens moe maar voldaan erg vroeg naar bed.

Campodolcino - Cremona

De dag na ons Splügenpas avontuur dalen we nog verder Italië in. Als we een tunnel binnen rijden, lijken de geiten die we in het stikdonker net missen net zo geschrokken van ons als wij van hun! Gelukkig staan ze netjes aan de kant en lijken ze niet te durven bewegen. De afdaling wil je echt alléén maar ondernemen met een goede fiets en vooral goede remmen. En Benjaminse heeft gelijk als hij On the ferry headed for Bellagio crossing the Como lakeeenieder aanraadt om vooral licht op de fiets te monteren. In een groot deel van de tunnels zie je dus niets, maar dan ook echt niets zon donker is het daar. Wij fietsen letterlijk blindelings vertrouwend op de Italiaanse wegbeheerder door die tunnels, een beetje op gevoel richting het lichtpuntje aan het einde van de tunnel, spannend!

De weg langs het Lago di Como is smal en bochtig. Het maakt de Italianen allemaal niets uit, zij halen overal in. Wij vragen ons hardop af waarom de Italiaanse regering nog steeds geld stopt in het schilderen van strepen en haaientanden op de wegen. Geen Italiaan die zich daar wat van aantrekt. In Varenna zijn we net op tijd om nog even snel te lunchen voor de veerboot ons naar Bellágio zal brengen aan de andere kant van het Como meer. We bestellen een gebakken ei met gebakken aardappels, dat lijkt ons wel een snel en voedzaam gerecht. We krijgen allebei één gebakken ei met sporadisch wat ham erin verwerkt. Niet per ongeluk anderhalf ei per persoon of zelfs twee, nee, één ei. En één aardappel die in partjes is gebakken. De mevrouw heeft volgens Patrick verder nog wat aan de dennenboom geschud (volgens Maureen is het rozemarijn). Twee blikjes cola vervolmaken deze gedenkwaardige lunch, die volgens de rekening € 28,- moet kosten. Maureen knippert toch nog wel een keertje extra met de ogen voordat ze gelooft dat ze het bedrag goed heeft gelezen. Dus aanstaande fietsers opgelet: ga geen gebakken ei eten in het restaurant annex hotel dat tegenover de ticketcounter voor de veerboot ligt, sterker nog, ga er helemaal niet eten, je wordt er door een lelijke uitbaatster kaalgeplukt waar je bij staat. En als klap op de vuurpijl moet je de fietsen uit het zicht zetten want dat vindt ze maar niets, fietsen bederven volgens haar het uitzicht!

Als we net de tent in Barco op de camping hebben opgezet, valt de eerste regenbui van die avond. Tijdens de nacht vallen er regelmatig fikse buien en onweert het flink. Zo tussen de bergen hoor je de donder ook erg goed. ’s Ochtends regent het nog steeds. Als we nu nog niet opstaan, maar ons nog eens omdraaien, misschien is het dan straks droog. Helaas blijkt deze optie die ochtend niet te werken. Als we even naar buiten kijken, ziet het er niet uit dat het vandaag nog droog gaat worden. We pakken de spullen in de regen in. Zelf steken we ons in de regenkleding. De regenkleding en vooral de overschoenen bewijzen ons deze dag hun dienst zeer goed. De vele plassen zijn niet te ontwijken op het onverharde fietspad langs de rivier de Adda. Na 2 uur hebben we het wel aardig gezien met die Adda en het onverharde pad langs die rivier. Het haalt de gemiddelde snelheid behoorlijk naar beneden, terwijl we deze dag een lange etappe op het programma hebben staan. Nadat we het asfalt hadden teruggevonden, gaat de snelheid wel wat omhoog en word het tijdelijk droog. Maar de beschrijvingen van Benjaminse zorgden ervoor dat we weer eens de nodige tijd verliezen met het zoeken van de juiste weg in de dorpen. We moeten borden volgen die niet blijken te bestaan. In Crema worden we door al dit gezoek weer door de bui ingehaald en gaat de hemel open. Onvoorstelbaar, zoveel regen hebben we op de fiets nog nooit over ons uitgestort gekregen! Tegen zoveel water tegelijk kan ook onze regenkleding niet op. Tja, natte voeten hebben we nu toch al, dan hoeven we ook niet meer te proberen om de plassen te ontwijken.View of Firenze (Florence) taken from the campsite We hebben het gevoel dat we in Nederlands weer en landschap zijn terechtgekomen; nat en vlak. Dat de Po vlakte inderdaad vlak en saai is net als de polders in Nederland wisten we al, dat het er ook zo kon regenen als in Nederland was nieuw voor ons.

De camping in Cremona is moeilijk te vinden. Een aardige meneer in een invaliden-autootje wijst ons aan het begin van de stad de juiste kant op. Maar de camping ligt letterlijk aan de andere kant van de stad. De bordjes die we op een gegeven moment tegenkomen, sturen echter alleen de automobilisten richting de camping. De weg die wordt geduid is verboden voor fietsers. Op de kaart zien we dat we deze weg eigenlijk maar een paar honderd meter hoeven te volgen om bij de camping uit te komen. Of, als we ons aan de regels willen houden dan moeten we een flink stuk om door een wir war van straatjes in Cremona. We doen net of we gek zijn en het bord “verboden te fietsen” niet hebben gezien en fietsen over de vluchtstrook van een tweebaans drukke doorgaande weg. We hebben al genoeg gefietst wat ons betreft. Als de tent eenmaal staat, klaart het eindelijk op.

Cremona - Florence

De Po-vlakte is met recht vlak te noemen. De dag dat we van Cremona naar Guastella fietsen, een afstand van bijna 80 kilometer, klimmen we een ongelooflijke 28 meter. Dat is nog geen viaduct. Het is echter ook een saaie omgeving, waar je blij bent dat je tempo kan maken. Des te sneller heb je deze vlakte weer achter je gelaten. Vanaf Modena volgen we circa 20 kilometer een speciaal fietspad, dat is aangelegd op de bedding van een oude spoorlijn. Gek worden we van de poortjes die ervoor moeten zorgen dat het pad alleen door fietsers gebruikt kan worden. Wat is er toch mis met één paaltje of hooguit twee paaltjes? Nee, er worden ingewikkelde poortjes geplaatst waardoor iedere keer het tempo eruit gaat. Ach, we worden wel heel bedreven in het stuurwerk met iedere paar honderd meter een poortje over een stuk van bijna 20 kilometer.

Na de Po-vlakte moeten we de Apennijnen over. Dat viel ons reuze mee, terwijl het wat betreft hoogtemeters nagenoeg vergelijkbaar is met het beklimmen van de Splügenpas. Maar de dag erna blijken we teveel van onszelf te hebben gevraagd in één aangesloten fietsperiode. We willen onze rustdag in Florence houden, niet in een of andere onbekende industriestad. Het is slechts zo'n 75 kilometer naar Florence. Maar de Toscaanse heuvels zijn steil en we rijden natuurlijk weer niet in een keer goed, Paul bedankt! We hadden verwacht hooguit rond een uur of twee in de middag Florence binnen te rollen. We zijn echter om 12 uur pas in Empoli waar we net een krappe 40 kilometer op de teller hebben staan. Het is nog eens eenzelfde afstand naar Florence. De hoogteprofielen tussen Pistoia (waar we die ochtend vertrokken zijn) en Empoli zoals ze zijn weergegeven in het routeboekje lijken totaal niet op de voortdurende beklimming en afdaling die we moeten verrichten. Wij zijn te moe voor deze steile heuvels, de geest heeft het zwaar maar het lichaam helemaal. In eerste instantie hebben we bedacht om in Empoli een hotel te nemen en dan met de trein naar Florence te gaan. Maar Empoli blijkt een treurig uitziende stad als we er eindelijk binnen rollen. We besluiten de trein te nemen met fietsen en al, dan kunnen we toch de rustdag in Florence houden. We willen, na een paar nachten noodgedwongen in een hotel te hebben geslapen, ook wel weer graag in ons tentje slapen. We weten dat er een camping in Florence is, dus op met de trein naar Florence. Het doet ons enigszins pijn aan het ego om een kaartje te gaan kopen, maar ja, de benen deden nog veel meer pijn. Een krap half uurtje later en slechts twaalf euro armer staan we met onze fietsen in het middenpad van een Italiaanse trein. Als echte provincialen stappen Monte Spluga: the first little village at the Italian side of the Splugenpasswe natuurlijk in Florence een station te vroeg uit. We vonden het al zo raar dat verder niemand uit de trein wilde... Hopen dan maar dat de volgende trein ook op hetzelfde perron stopt, want het forenzenstation heeft geen lift om met de fietsen het perron te kunnen verlaten, de bijzonder steile trap nodigt niet echt uit om er met de fietsen af te dalen. Gelukkig komt na vijf minuten de volgende trein naar Florence. De speciale fietswagon blijkt een onmogelijke hoge instap te hebben, daar is niets fiets-vriendelijks aan. Maar ook deze barrière nemen we.

We doen in Florence nog een poging om de McDonald’s te vinden. In het Centraal Station hangen borden dat de Mac slechts 50 meter verder ligt.  We hebben de laatste paar dagen al vaker geprobeerd om de borden richting de McDonald’s te volgen, maar dat leidde nooit tot een lekkere vette hap. Ook in Florence lijken de borden ons weer te verleiden zonder dat we wat te eten vinden. Dan gaan we maar fietsen richting de camping. Op de fiets spotten we alsnog de gele M. Weten wij meteen wat we die avond zullen eten! Florence is voor ons ongekend druk en toeristisch. Dat merken we zodra we de hal van het Centraal Station inkomen en er ons vervolgens doorheen worstelen. Op de fiets komen we langs allerlei toeristische attracties. Je struikelt letterlijk over de toeristen. We stappen af en lopen door het centrum met onze fietsen, dat scheelt een hoop ergernis. Om de camping te bereiken moeten we nog even klimmen. We kruipen echt omhoog, we zijn totaal op. Nadat we een tijdje (lees: lang) in de rij voor het loket hebben gestaan, mogen we dan toch eindelijk onze tent gaan neerzetten. Het zoeken van een geschikte plek valt helemaal niet mee. Dat ligt niet aan ons. We zullen alle kersverse kampeerders die na ons arriveren hetzelfde ritueel zien doorgaan. Vol ongeloof denkt iedereen dat er toch vast wel ergens een stukje op de camping te vinden zal zijn dat niet onmogelijk scheef is. Maar nee, het zoeken blijkt voor eenieder vergeefs, een vlak stuk camping groot genoeg voor een trekkerstentje is niet te vinden. Afgezien van het gebrek aan vlakke plekken is het een mooie camping; veel faciliteiten voor trekkers en een werelds uitzicht, daar kan het gemiddelde hotel in Florence niet tegen op.

Florence is mooi, vooral van de Dom waren wij erg onder de indruk. Eén gedachte overheerst bij het zien van alle versieringen die erop zijn aangebracht; “wat een hoop werk”. Vóór de Dom is het erg druk met groepjes toeristen die, veelal voorzien van gids, de Dom bekijken. Wij hebben het revolutionaire idee om eens rond de Dom te lopen. Zodra we de zijde van de hoofdingang achter ons hebben gelaten, is er nog slechts een enkele verdwaalde toerist te ontdekken. Geen groepjes, geen gids met vlaggetje, niets van dat al. De brug met al het klatergoud ook wel bekend als Pont Vecchio is niet aan ons besteed. Wat een ontzettende verzameling kitsch.A little village on a crumbling limestone rock near Bagnoregio

Onze eerste avond in Florence worden we verrast met een gigantisch vuurwerk. We weten niet wat er te vieren is, maar het is in ieder geval groot feest en het mag wat kosten. En de Italianen houden behalve van siervuurwerk ook nogal van vuurwerk dat kan knallen. Zeker een half uur lang kunnen we van de show genieten. Het wordt op het plateau dat nagenoeg boven de camping ligt afgestoken dus we zitten op de eerste rang samen met alle andere campinggasten. Halverwege de vuurwerkshow zien we bij onze tent ineens een vuurvliegje voorbij komen, alsof het een piepklein stukje verdwaald vuurwerk is. Wij denken dat het vuurvliegje sinds die avond weet wat hij wil worden als hij later groot is! Op de tweede avond (vrijdagavond) op de camping in Florence horen we tijdens het koken een nogal slechte band oefenen. Dat is vast niet zomaar, dat wordt vanavond vast ergens feest. Ze zingen iedere keer maar een paar regels. Vervolgens lijkt het alsof ze de tekst kwijt zijn en valt het stil. Na een paar minuten beginnen ze dan gewoon met een nieuw liedje. Tegen de tijd dat wij willen gaan slapen, begint de band echter non-stop te spelen. Het was echt de slechtste band die we ooit hebben gehoord. Helaas duurt het optreden ook nog tot diep in de nacht.

Florence - Rome

In Siena staan vrij veel fietsers op de camping. Waaronder drie oudere Nederlandse mannen. Als wij een hapje gaan eten in het restaurant, zitten zij er ook. We krijgen enigszins de indruk dat de sfeer tussen de drie mannen betere tijden heeft gekend. Wij doen echter ons eigen ding en eten de heerlijke voorverpakte maaltijden die door de restauranthouder vol overgave in de magnetron zijn geplaatst. We vertrekken de volgende ochtend extra vroeg. We zullen die dag door Le Crete fietsen, waar we geen schaduw verwachten maar wel spectaculaire uitzichten. Tot Florence hadden we mooi fietsweer, niet echt warm, maar wel warm genoeg om in een T-shirt te kunnen fietsen. In Toscane is het echter nogal warm, ongeveer tien graden warmer dan gebruikelijk is voor de periode van het jaar. Het is boven de 35 graden. Vandaar dus dat wij die ochtend de wekker vroeg hebben gezet, we hopen zo de ergste hitte te vermijden. We willen ook nog wat van Siena zien ’s ochtends vroeg. Nou, dat lukt ons uitgebreid. We zien de hele stad, maar de Dom en het Piazza del Campo zien we niet van dichtbij. Een uur nadat we de camping hebben verlaten, slagen we er eindelijk in de stad achter ons te laten na een frustrerende zoektoch door de nauwe en steile straatjes van Siena. Le Crete bood inderdaad een leeg aanzicht, maar lang niet zo leeg als de brochures ons willen laten geloven. Wij vonden het er vooral warm. We zijn dan ook blij als we in Sarteano op de camping een verfrissende duik kunnen nemen in het daar aanwezige zwembad. Een uurtje later zien we één van de drie mannen aankomen op de camping. Maar de andere twee mannen zien we niet. Als Maureen water gaat halen, hoort ze de man bellen. Dat klinkt als ruzie. Na het eten lopen we even bij de man langs, we hebben een beetje met de man te doen. Dat blijkt niet nodig. Hij was met zijn twee broers op fietsvakantie. Het tempo van de drie mannen was niet gelijk, wat tot de nodige ergernissen leidde. Wij vonden die dag een zware fietsdag, maar deze Strawberries as a reward for reaching the Rome campsiteman vond het een heerlijke dag. Voor het eerst tijdens de fietsvakantie kon hij zijn eigen tempo fietsen en kilometers maken.  Zijn broers zijn vooruit gereisd met de trein en ze zullen hem ergens vlak voor Rome weer oppikken. 

De volgende dag is het wederom ongelooflijk warm. Het kwik loopt die dag op tot bijna veertig graden. Veel erger nog vinden we het gebrek aan wind die dag. Na de middag raakt Patrick bijna oververhit. Hij stopt met zweten dus vindt er geen verkoeling meer plaats. Hij begint een gevoel te krijgen dat hij ook had tijdens onze fietsvakantie in Maleisië. Dat liep toen uit op een gedwongen rustdag vanwege uitdroging en oververhitting. Dat gingen we dus niet nog eens riskeren! We hadden al gepland om in een hotel te slapen, aangezien de volgende camping op veel meer dan een dagafstand lag. Dus zoeken we in de eerste plaats waar we doorkomen een hotel. En dat blijkt echt het leukste hotel te zijn van de hele fietsvakantie! We krijgen een mooie kamer, wat te drinken en een stukje taart ter verwelkoming. Uit alles blijkt dat de eigenaresse haar hotel met veel plezier runt. ’s Avonds krijgen we dan ook nog eens de beste maaltijd van de hele fietsreis naar Rome! het ontbijt de volgende ochtend is zo uitgebreid dat we nauwelijks kunnen kiezen wat we zullen eten. Dat is wel wat anders dan die ene voorverpakte croissant gevuld met bakkersroom die we in de voorgaande hotels kregen. Als we afrekenen vragen we ons af waarom ze niet meer vraagt voor dit klein paradijsje in Italië.

In Trevignano Romano aan het Lago di Bracciano kunnen we weer kamperen. De laatste twintig kilometer voor de camping waren een verzoeking. Onze benen wilden ons niet meer de berg op brengen. Vlakke meters zijn geen enkel probleem, maar de hellingen zijn een verzoeking. We maken per week net iets meer kilometers dan ons lichaam eigenlijk nog leuk vindt. Maar ja, we hebben maar vrije dagen voor 4 weken fietsvakantie en we willen nog een paar dagen in Rome doorbrengen dus moet de goed 1600 kilometer in iets meer dan 3 weken worden weggetrapt. Op de camping ontmoeten we die avond weer die ene fietsende broer, die nog steeds blij is dat hij lekker kan fietsen. De dag erna zal hij zich weer met zijn broers herenigen in Bracciano, waar zij met de trein naartoe zijn gegaan.  

De laatste fietsdag moeten we nog circa 40 kilometer naar Rome. We bereiken rond het middaguur het St. Pietersplein. Helaas mogen we niet met de fiets het plein op omdat er een officiële gelegenheid op het plein aan de gang is. Oke, nu nog een camping vinden in Rome. De mevrouw van het hotel in Bagnoregio heeft ons de camping aan de Via Aurelia aangeraden. Wij gaan op weg, niet wetende dat deze weg tientallen kilometers lang is. Na een paar kilometer komen we langs de McDonalds. Kijk, dat vinden wij dan weer helemaal niet erg! Na een vette lunch stappen we weer op de fiets. De Via Aurelia is een drukke weg, zeg maar gerust hele drukke weg, waar het overige verkeer langs je heen raast. De Italianen hebben de onhebbelijke gewoonte om pas op het allerlaatste moment een afslag te nemen. Ze maken dus geen gebruik van de aanwezige uitvoegstrook, maar sturen op het laatst alsnog de afrit op. Dat gedrag levert voor ons een aantal best spannende momenten op. We lijken Rome toch welClose-up of a small part of St.Peter in Rome langzaamaan achter ons te hebben gelaten, maar geen spoor van de camping te bekennen. Vertwijfeld vragen we ons af of we wel goed zitten. Maar ja, Benjaminse heeft de camping op de kaart ook wel ver van Rome afgetekend. Dus het zou zomaar kunnen kloppen. Het voelt een beetje als de situatie in St. Pierre, waar we twee jaar eerder tijdens onze fietsvakantie over de Groene Weg zeven campings op een rij zouden moeten vinden en wij uiteindelijk per ongeluk 12 kilometer verderop op een prachtige naturisten camping terecht kwamen. Dit keer is de camping die we tegenkomen echter niet zo mooi en zelfs niet naturistisch van aard. Na circa twintig kilometer komen we in Castel di Guido bij camping Aurelia uit. We mogen een nachtje kamperen. We zijn nagenoeg de enige gasten op een treurig veld. Enigszins uit het veld geslagen pakken we onze stoeltjes uit en gaan er even bij zitten. Wat moeten we nu toch doen? Zitten we hier vreselijk ver van Rome af, op een zo goed als gesloten camping. Maureen zegt dat ze even gaat kijken of ze wat te drinken kan kopen, aangezien ze wel een bordje richting de pizzeria had zien staan: dan kunnen we het verdriet wegdrinken. Helaas blijken de pizzeria en de bar net zo leeg als de betonnen bak die voor het zwembad door zou moeten gaan. De bushalte voor de ingang van de camping komt nergens vandaan en gaat nergens naar toe. Daar gaan wij niet mee in Rome komen, niet in de laatste plaats omdat je niet contant kunt betalen in de bus. Patrick is inmiddels toch maar begonnen met het opzetten van de tent. Maureen geeft aan dat ze eigenlijk met de boodschap terugkwam dat we terug naar Rome zouden fietsen, desnoods om een hotel te nemen. Patrick denkt er twee seconden over na als hij hoort hoe weinig er te beleven is op de camping. We hebben namelijk ook niets te eten bij ons. 

We pakken de boel weer in en rijden terug richting Rome. We volgen opnieuw de Via Aurelia en na een behoorlijk aantal kilometers vinden we daar dan toch geheel onverwacht alsnog camping Roma, mooi gelegen aan de rand van Rome. Voor toekomstige fietsers: de camping ligt aan de rijbaan richting Rome van de Via Aurelia, tegenover de Panorama supermarkt en het Jolly Hotel Midas, ter hoogte van kilometerpaal 8. Als je stad uitrijdt, en dat doe je als je van het St. Pietersplein afkomt, zie je geen bordje naar de camping want dat is er niet! Geloof ons, dit wil je in het boekje erbij schrijven als je in Rome denkt te gaan kamperen. We horen van de andere fietsers dat iedereen zo’n beetje verkeerd rijdt, sommige mensen wat meer dan anderen. Dus ben wijs, pak je route-boekje en schrijf het op!

Rome - Tiel

The obligatory evidence we actually visited RomeWe gaan de volgende dag erop uit om Rome te verkennen. Hoewel we graag bij de paus op bezoek wilden gaan, vinden we de rij voor het Vaticaanmuseum te lang om met deze temperaturen in te gaan staan. Rome is prachtig, op iedere hoek van iedere straat is wat moois te zien. Het feit dat we het Vaticaan niet van binnen hebben bezocht, is wellicht een mooie reden om nog een keer terug te gaan naar Rome. We hebben na wat zoeken een kaart van de omgeving van Rome gekocht met meer detail dan de kaart die wij bij ons hebben. Van andere fietsers hebben we begrepen dat de weg naar het vliegveld goed te fietsen is. Wij gaan de dag voordat we zullen vliegen al richting het vliegveld. Wij voelen er niets voor om op de dag dat we gaan vliegen nog op de fiets richting het vliegveld te moeten met het risico te verdwalen. We hebben wat moeite om de juiste weg te vinden, maar na krap drie uurtjes en flink wat zoeken staan we dan toch op het vliegveld. We hebben nog even geprobeerd of het mogelijk is om de vlucht een dag te vervroegen, maar dat bleek niet mogelijk te zijn. Dus hebben we onze intrek in het Hilton Hotel genomen, het enige hotel dat in de directe omgeving van het vliegveld ligt. Let wel, dit hotel is duur met een hoofdletter “D”! Dus als je wat meer budget bewust wil reizen dan wij is het verstandig een hotelletje te zoeken in het dorpje Fiumicino dat vlak bij het vliegveld ligt.

Voor het inpakken van de fietsen regelt een van de piccolo’s de volgende ochtend een kartonnen doos. Het duurt even voordat hij begrijpt waarom ik een doos vraag, waardoor hij waarschijnlijk dacht dat hij de vraag niet goed begreep. De goede man moet gedacht hebben dat wij de fietsen in de doos wilden doen in plaats van het karton gebruiken om alleen het stuur in te pakken. We pakken dit keer de fietsen maar in beperkte mate in. Wat karton om het stuur heen en verder alleen de plastic hoes van de Fietsvakantiewinkel. Na onze fietsvakantie in Costa Rica hadden we de fietsen zeer goed ingepakt. En bleek bij aankomst op Schiphol dat iemand ze flink had laten stuiteren. Dus nemen we deze keer niet al die moeite, het is immers geen garantie dat je fiets de vlucht overleefd. Wellicht zijn ze er voorzichtiger mee als ze minder goed zijn ingepakt? Eigenlijk hebben we maar een conclusie: je moet gewoon hopen dat degene die jouw fiets moet behandelen er voorzichtig mee zal zijn. Na een vlucht van 2,5 uur staan we weer in Nederland. Vol spanning wachten we op het moment dat fietsen worden bezorgd. Gelukkig heeft al onze bagage deze vlucht goed overleeft. De ouders van Patrick staan ons op te wachten met hun nieuwe auto en dito fietsdrager. Ze brengen ons thuis zodat we niet ook nog eens de wondere wereld van het openbaar vervoer hoeven te trotseren. Als we uit de auto stappen komen Bertje en Poesje aangerend; wij zijn weer thuis! 

 
For questions or comments you can Dit e-mail adres wordt beschermd tegen from spam bots, u hebt Javascript nodig om het te bekijken us
'Dit reisverhaal is geschreven door Patrick en Maureen en is gepubliceerd op

WWW.PATRICKENMAUREEN.NET

Op de inhoud en opmaak van dit document is de Creative Commons Licentie van toepassing.
http://creativecommons.org/licenses/by-nc-sa/1.0/nl