Schiphol - San Jose
De wekker geeft op 18 december 2003 het onmogelijke tijdstip 02:30 uur aan: het begin van onze fietsvakantie in Costa Rica. We rijden deze vakantie zelf met onze eigen auto naar Schiphol Lang Parkeren. De tassen zijn al ingepakt in de Ikea-tassen zodat dat niet meer midden in de nacht voor het toeziend oog van half schiphol hoeft te gebeuren. De fietsen zijn deels ingepakt maar dan wel zodanig dat de remlichten van onze auto nog wel zichtbaar blijven. Op Schiphol moet alleen het karton nog aangebracht te worden en dan zijn de fietsen klaar voor transport. Het vroege uur maakt het wel eenvoudig om met de fietsen en onze grote tassen in de bus die vanaf Lang Parkeren naar de vertrekhal rijdt, te gaan. Patrick draagt in iedere hand een fiets en Maureen duwt een karretje vol bagage. De incheckbalie voor Iberia blijkt echter het verst van de ingang te liggen. Dat zal Patrick zich nog een paar dagen herinneren, waarin hij de dop van de tube tandpasta niet eens meer losgedraaid krijgt door de spierpijn.
In eerste instantie hadden we een vlucht geboekt via Martinair naar Miami en daarna door naar Costa Rica. Kort na boeking kwam een telefoontje dat het toch niet was toegestaan om 30 kg bagage “gratis” mee te nemen. De bagagelimiet was in verband met kerstdrukte ingesteld op 20 kilo per persoon, ook voor klanten via de Fietsvakantiewinkel. Tja, daarmee kunnen we of onze fiets, of onze bagage meenemen, maar niet allebei. Einde oefening voor Martinair en dus vliegen wij nu met Iberia. Weliswaar met een extra overstap in Madrid. Maar dan wel weer met het "two piece concept", waarbij iedere passagier maximaal 2 stuks bagage mag meenemen. Hierbij mag één stuk bagage dan wel 32 kilo per stuk wegen. Het inchecken verliep voorspoedig en de dame achter de balie was zo vriendelijk om voor ons twee stoelen bij de nooduitgang op het lange traject Madrid-Miami te reserveren.
De overstap in Madrid duurt lang, eerst met de bus vanaf het vliegtuig naar de terminal. Dan een nogal lange rij voor de metaaldetector waar je bijna naakt doorheen moet zo gevoelig is het kreng afgesteld. Vervolgens weer een bus naar een ander deel van de terminal om daar weer te wachten op het vliegtuig. Wij vonden het maar een hoop gedoe en vooral inefficiënt. We waren toen nog niet op Miami geweest, dat was pas een chaotische overstap. Maar goed, na deze verfrissende overstap kunnen we verder richting ons einddoel. Het valt ons op dat Iberia met nogal oude toestellen vliegt, afgeragde stoelen, vloerbedekking met flink wat vlekken, zwaar verkleurde cabine bekleding en om het geheel “af” te maken; niet bijzonder vriendelijke stewardessen. Wij vinden de service en klantgerichtheid nogal teleurstellend. Normaal gesproken brengen de stewardessen af en toe een drankje rond, niet bij Iberia. De dames gaan op een klapstoeltje in de pantry zitten en iedereen moet maar die kant uitkomen als hij wat te drinken wil. Dat geeft nogal wat gedoe als 400 man aan de loop gaan met een colaatje: weet je meteen waar die vlekken in de vloerbedekking vandaan komen.
Vlak voor het vliegtuig in Miami zal landen, krijgen we een verzameling immigratieformulieren uitgereikt. De stewardessen hebben erbij gezegd dat ook de passagiers die een transfer maken in Miami, zo’n formulier moeten invullen. Dus vullen wij ook keurig de stapels papier in. Intelligente vragen als “heeft u wel eens overval gepleegd”, “bent u een drugsgebruiker” hielden ons even bezig. We vragen ons af; zouden er werkelijk mensen zijn die deze vragen met een volmondig “ja” beantwoorden? Eenmaal geland gaan doorgaans alle passagiers meteen staan en de bagage uit de kastjes halen. Wij blijven dan zitten tot het grootste deel het vliegtuig heeft verlaten, je moet immers toch weer op je bagage wachten. In Miami blijven we ook zitten tot het vliegtuig leeg was. Maar daar hebben we dit keer al snel spijt van.
Bij aankomst in de hal, blijken we namelijk ook als laatste in de rij voor de immigratiedienst te staan. Een rij die maar zeer langzaam korter wordt. Na geruime tijd worden de mensen die doorvliegen naar Costa Rica samen in een aparte rij gezet. Zo schieten we toch wat meer op. De beambte vergelijkt met een boze blik onze pasfoto's met onszelf, zet vervolgens twee stempels op het immigratieformulier en eentje in ons paspoort. Een paar meter later neemt een collega van hem het immigratieformulier ongezien in en krijgen we een exit stempel in het paspoort: jazeker we zijn officieel wel 10 meter in de VS geweest! Daarna moeten we het halve gebouw door om bij een treintje uit te komen. Met het treintje worden we naar de hoofdterminal gebracht, waar we in een lange rij voor de metaaldetector blijken te belanden. Die rij duurt nog veel langer dan de vorige omdat je ook wederom vrijwel naakt door het poortje moet. De metaaldetector staat zo absurd afgesteld, dat bijna niemand in een keer of zelfs in twee keer door de controle komt. Na die controle te hebben doorstaan, raakt nog een beambte lichtelijk in paniek van het beetje modder dat op een voortas zit, die we als handbagage meehebben. Een monster wordt genomen en geanalyseerd. Gelukkig worden in de modder net als in Irak geen “weapons of mass destruction” gevonden en dus goedgekeurd. Ongetwijfeld hadden wij anders met onze tas ontsmet moeten worden. Het treintje vervoert ons terug naar de vliegtuigterminal, waar we naast het vliegtuig uit Madrid moeten instappen. Wij waren zeker niet de enigen die veel te laat kwamen. Tegen zoveel bureaucratie kan niemand op. Met tweeëneenhalf uur vertraging begint eindelijk de laatste etappe naar San José, de hoofdstad van Costa Rica.
Bij aankomst in San Jose blijken ook onze tassen en fietsen de reis goed te hebben doorstaan. De fietsen worden door Patrick weer in elkaar gezet, terwijl Maureen de tassen ompakte. Na een uurtje doorwerken in een inmiddels lege aankomsthal, zijn ook wij klaar om aan ons Costa Ricaans fietsavontuur te beginnen. Patrick gaat eerst nog even langs de ATM. Hij mocht kiezen uit de volgende bedragen: 1. 000, 5.000 of 10.000 colones. Tja, geen idee hoeveel een colone waard is, dus kiest hij op goed geluk de 10.000 colones. Dat blijkt later niet zo heel veel geld te zijn.
San Jose - Belen
In het Moon Travel Book stond een vrij gedetailleerd kaartje van de omgeving rond het vliegveld, waarop het Belen Trailer Park staat afgebeeld. En volgens de begeleidende tekst gelegen op slechts drie kilometer van het vliegveld. Aangezien het in Costa Rica om zes uur ’s avonds volledig donker is en wij ’s avonds zijn aangekomen, gaan wij in het donker op zoek naar deze camping. De hoofdlampjes gaan op en de achterlichten aan. Drie kilometer met de auto, betekent echter niet automatisch drie kilometer op de fiets. We hebben de grootste moeite om de camping te vinden. Twee keer zijn we omgedraaid op zoek naar de juiste weg. De wegen zijn soms in slechte staat en de afvoergoten naast de weg zijn erg diep. Het lijkt alsof oude lagen asfalt niet worden verwijderd, maar men steeds een nieuwe laag eroverheen legt. Ons nachtelijke oriëntatievermogen is van dusdanig laag niveau dat we dreigden wat doelloos rond te rijden. Na wat hulp van een taxi chauffeur en de bewaker van een duur hotel rijden we uiteindelijk toch de goede kant uit. Toevallig zien we het bordje bij de ingang van de camping. Na 12,5 kilometer en ruim een uur fietsen, zijn we eindelijk op plaats van bestemming.
Het was inmiddels al tien uur geweest maar we besluiten gewoon even aan te bellen bij de campingbeheerder. Geen punt, we kunnen zelf een plekje uitzoeken en de dag erna wel even inschrijven en betalen. Snel zetten we de tent op en kruipen meteen in de slaapzak. Je komt er dan al vrij snel achter dat de camping tussen twee drukke wegen ligt. Al die vrachtwagens en auto's klinken alsof ze geen uitlaat hebben. Van nachtrust kan op die plaats geen sprake zijn. Met de hulp van oordopjes en de toegeslagen algehele vermoeidheid vallen wij toch als een blok in slaap. De volgende ochtend rond zes uur rijdt het verkeer al weer op volle sterkte; uitslapen is er voor ons dus niet bij.
De eerste dag van deze fietsvakantie hebben wij vrij gehouden van fietsplannen. Te voet gaan we Belen verkennen, op zoek naar eten en drinken, brandstof voor de MSR brander en een bank. Vooral die bank is belangrijk, want Patrick bleek de vorige avond op het vliegveld slechts US$ 25 te hebben gepind, 10.000 colones waren niet meer waard dan dat. Daar konden we net de camping voor twee nachten mee betalen. De eerste kerstversieringen hebben we al gezien, maar we kijken onze ogen uit als we midden in de brandende zon een levensgrote kerststal op het dak van een huis zien staan. De drie wijzen geven het geheel een uiterlijk dat in de Efteling niet zou misstaan. Bij de bank gaat Maureen naar binnen, tenminste dat probeert ze. De eerste schuifdeur gaat open, maar wil achter haar niet dicht gaan. Daardoor gaat de volgende schuifdeur niet open en kan ze de bank niet in. Een mevrouw op een bandje spreekt Maureen streng toe, in onverstaanbaar Spaans natuurlijk. De mensen die achter Maureen in de rij staan, hebben gelukkig weinig geduld. Zij maken Maureen dus snel duidelijk dat ze niet door de metaaldetector komt. Nadat ze haar schoenen (met SPD-plaatjes eronder) al uit heeft gedaan, bedenkt ze pas dat in haar rugzak de metalen brandstoffles zat. Nou ja, dan maar op de sokken geld wisselen.
Een kwartiertje later is onze portefeuille gevuld met een flinke stapel bankbiljetten. De daaropvolgende zoektocht naar wasbenzine levert een berg spraakverwarring en een fles wasbenzine op, “solvente” in het Spaans. De rest van de dag hebben we weinig gedaan. 's Avonds krijgen we op de camping gezelschap van een enorme Duitse kampeerbus. De bus heeft het formaat van een flinke stadsbus. De voorste helft is in gebruik als zitplaatsen, terwijl de achterste helft doet denken aan een ladekast met slaapplaatsen. Uit die bus komen een hele riedel Duitsers die een luifel opzetten en aan het koken slaan. Ook wij koken ons maaltje op de MSR brander met Spaanse "solvente". En dan kan het eindelijk gebeuren: het is eindelijk tijd voor Patrick’s verjaardagscadeau. De verjaardag zelf is pas de dag erna, maar Patrick wordt al weken in spanning gehouden. Een cadeau dat mee mag op fietsvakantie (dus bruikbaar moet zijn) en dat Maureen speciaal had laten maken. Wat zou dat nou toch kunnen zijn? Tijdens de fietsvakantie in Maleisië werden we gek van het getoeter en Maureen had daarvoor de ideale oplossing verzonnen. Patrick kreeg dan ook een “verboden-te-toeteren T-shirt”.
Belen - Orotina
Op zaterdag pakken we de tent weer in; wij gaan fietsen in Costa Rica. De route die we hadden gepland, zou ons in eerste instantie naar schiereiland Osa brengen. Het idee hierachter is op relatief vlak terrein conditie op te bouwen. Dat is het plan in ieder geval. De praktijk blijkt anders. Terwijl de teller nog geen tien kilometer aangeeft, zijn wij de weg al kwijt voor de zoveelste keer. Kort samengevat, zodra we ergens moeten kiezen welke kant we op zouden gaan, loopt het mis. De Tico’s hebben blijkbaar een feilloos richtinggevoel want borden zijn er niet dus moet je op gevoel een weg kiezen. Het feit dat we allebei geen letter Spaans spreken maakt het niet makkelijker om de juiste weg te vinden. Als we na een steile afdaling bij een hek voor een waterkrachtcentrale uitkomen, zien we ons genoodzaakt dezelfde weg terug te gaan, iets wat we normaal nooit doen. Eenmaal terug op de weg waar we eerder afsloegen richting de centrale is de enige andere optie een onverharde weg in zeer slechte staat. Daarvan dachten we toen nog dat zo'n weg nooit de doorgaande weg kon zijn. Achteraf bezien was dat waarschijnlijk toch de juiste weg. Wij fietsen echter nog wat extra kilometers terug, naar een punt waarvan we redelijk zeker wisten waar we waren. Dan maar rechtdoor in plaats van linksaf. Voor ons gevoel volgen wij vervolgens de doorgaande weg, die ook door het overig verkeer wordt gevolgd. Maar nog geen vijf kilometer later raken we alweer hopeloos de weg kwijt. Dit keer letterlijk; de weg eindigt in de vrije natuur. Geen doorgaand spoor meer te herkennen. We komen weer bijna bij de waterkrachtcentrale uit, maar dan via een andere kant, we hebben een rondje om het ding heengereden! Het asfalt hebben we dan al een tijdje achter ons gelaten. We hebben gekozen voor de beste optie in onze ogen: we nemen de weg naar Turrucares. Dat is niet de kant die we op willen, maar het lijkt de enige doorgaande weg te zijn. Het is in ieder geval de enige plaats die door bewegwijzering wordt aangegeven. Voor de duidelijkheid, die bewegwijzering bestaat uit een handgeschreven bordje. Om niet weer hopeloos te verdwalen gaan we het anders doen. Zodra we bij een splitsing komen, gaan we aan passanten en bewoners al wijzend op de kaart vragen welke kant we op moeten.
Rond half drie ’s middags bevinden we ons opnieuw op een kruispunt. In een soort bushokje nemen we even pauze om ons te beraden op de opties. Het water is bijna op. We hebben amper de helft van de voor die dag geplande kilometers afgelegd. Regelmatig moeten we afstappen omdat de gravelwegen zo steil zijn dat fietsen niet eens haalbaar is. Een van de spaarzame borden geeft aan dat de eerste volgende grote plaats en daarmee dus ook hotel nog twintig kilometer bij ons vandaan is. We hebben al enige uren nauwelijks ander verkeer gezien, dus de kans op een lift achten we niet groot genoeg om daar op te durven rekenen. Deze opsomming brengt ons de volgende conclusie: we moeten het water gaan bijvullen en we zullen onderweg naar een geschikte kampeerplek moeten gaan uitkijken. De waterzakken zijn vrij snel bijgevuld, dat was geen probleem.
Nu nog een slaapplek. Een paar kilometer verder komen we door het dorp Desamparaditos. Naast het lokale basketbalveld (geasfalteerd) zien we een klein stukje vlak gras, wat uitermate geschikt lijkt voor onze tent. In het dorpswinkeltje kopen we een welverdiende cola. Meteen even aan de mevrouw gevraagd of we zouden mogen kamperen op het stukje grasveld (ja, zo'n "Wat & Hoe" in het Spaans is dan toch wel erg handig). Daar kan ze zelf geen toestemming voor geven. We moeten het aan de priester van de naastgelegen kerk vragen. Op zich een prima idee, ware het niet dat uit die kerk al enige tijd gezang komt. De mensen staan tot buiten toe voor de kerk. Niet echt een goede gelegenheid om aan de priester te vragen of we mogen kamperen. Maar die verfrissende cola hebben we nog niet op, dus we kunnen nog wel even blijven zitten. Maureen gaat intussen even kijken of in de kerk inderdaad een mis gehouden wordt. Het blijkt de jaarlijkse diploma-uitreiking te zijn (in Costa Rica is de “zomervakantie” van Kerstmis tot half februari) . Het aantal geslaagden in Desamparaditos is dit jaar een enorm aantal die allemaal een liedje, versje of toespraak houden. We hebben nog een tijdje zitten wachten, maar het ziet er niet naar uit dat de feestelijkheden al snel afgelopen zullen zijn. Wij willen niet het risico lopen dat we tegen het donker pas van de priester te horen zouden krijgen dat we niet mogen kamperen. Iets verderop zagen we in een weiland een oude man bezig. Ook aan hem hebben we de vraag gesteld of we bij hem mochten kamperen. Maar Maureen’s Spaans was niet goed genoeg om er samen met de man uit te komen. Nog wat honderden meters verder staat een man bij het hek van zijn huis Patrick aan te moedigen als die weer eens moeizaam de berg op sleurt. De steile gravelweg dwong Maureen weer tot afstappen en duwen, precies voor het huis. De man vroeg of we water nodig hadden. Maureen geeft aan dat dat niet nodig is, maar dat we wel graag bij hem zouden willen kamperen. Dat vindt hij geen enkel probleem. Hij gaat ons voor naar zijn achtertuin, waar we in een soort bananenplantage bij een klein riviertje onze tent mogen opzetten. Gered! We moeten even hard doorwerken om alles voor het donker gereed te krijgen en te koken. De man en zijn moeder komen nog wat sinaasappels brengen en met ons praten. Helaas is ons Spaans en hun Engels te beperkt om heel uitgebreide verhalen te kunnen vertellen. Opgelucht en volledig afgebrand liggen we om zes uur ’s avonds in onze slaapzakken. Die dag zijn we tien uur non-stop onderweg geweest, terwijl we aan het einde van de dag slechts vijftig kilometer hebben afgelegd. Patrick is onderweg al een keer gevallen door het wegslippen van het voorwiel in de gravel. Een voorstelling van hoe zwaar het fietsen was, hebben we vooraf nooit kunnen maken. Maar het voelt niet bepaald als een ontspannen fietsvakantie.
De volgende dag komt onze gastheer afscheid nemen als we de tent aan het inpakken zijn. Wij danken hem nog een keer hartelijk voor zijn bijzondere gastvrijheid. Vol goede moed gaan we op weg, nog steeds met de kust en het schiereiland Osa in gedachten. Rustig infietsen is er die dag niet bij, de weg gaat meteen steil omhoog. Bij een poging om na het duwen weer te gaan fietsen, krijgt Maureen niet genoeg snelheid om de trappers rond te krijgen. Maar ze krijgt ook haar voet niet snel genoeg uit de trapper, zodat ze letterlijk omvalt. Ook deze valpartij levert niet veel meer dan een boel blauwe plekken en een gedeukt imago op. Met een snelheid van nul valt er gelukkig niet veel te schaven. Een tegemoetkomende automobilist die langskomt op het moment dat Maureen haar fiets weer opraapt, is zo aardig om de auto in de achteruit te zetten. Hij gaat Patrick informeren dat Maureen was omgevallen. De twintig kilometer naar Santiago blijken ook die dag een verzoeking, maar we weten wel zeker dat we dat de dag ervoor nooit voor het donker hadden kunnen halen. Regelmatig is afstappen en duwen de snelste en veiligste optie.
Maar na flink wat ploeteren komen we dan toch relatief vroeg aan in Orotina. We komen eerst langs een benzinestation. Een mooie gelegenheid om wat te drinken en te vragen of er een hotel aanwezig, volgens onze kaart zou dat er wel moeten wezen maar waar? De juffrouw achter de kassa verwees ons naar een hotel met cabines, kleine hokjes een beetje als Centerparcs maar dan veel kleiner. In het zwembad heeft Patrick al het stof en zweet van die dag afgespoeld. De tegeltjes in het zwembad waren volgens ons niet bedoeld voor op de vloer. Ze waren spekglad. Om niet onderuit te gaan, schuifelden we er als twee oudjes overheen. We hebben de rest van de middag vooral gebruikt om bij te komen, de was te doen en de kaart van Costa Rica nog eens te bestuderen. We hebben Osa als doel geschrapt. In plaats daarvan zouden we naar Nicoya gaan, want “langs de kust is het fietsen vast minder zwaar.” Ik hoor het ons nog zeggen. Vol goede moed gaan we dag erna op weg naar Puntarenas, waar we de veerboot naar schiereiland Nicoya zullen nemen. Dat stuk is relatief vlak en volledig geasfalteerd. Voor het eerst tijdens deze fietsvakantie kunnen we tempo maken, heerlijk.
Orotina - Puntarenas
We zijn bijzonder blij met al dat asfalt. In Puntarenas zijn we eerst even gaan kijken bij de haven. Onder het genot van een Tropical fruitmix (erg lekker, jammer dat dat in Nederland niet te koop is) kijken we met plezier naar de drukte voor het inladen van de veerboot. Straatverkopers prijzen hun koopwaar bestaande uit zonnebrillen en petjes aan. Een oude man voerde zijn baan als kaartjescontroleur vol overgave en met de nodige herrie uit. De rij die gevormd was op de kade, leek vervolgens geheel willekeurig een plaats op de boot te gaan innemen. De Lonely Planet hielp ons bij het uitzoeken van ons hotel. Bij het zoeken naar een geschikt restaurant om te lunchen, blijken ook wij erg gevoelig voor het feit dat in een restaurant al mensen zaten te eten. De andere restaurants waren nog leeg. Als restauranthouder lijkt het slim om wat mensen in te huren (of het personeel zelf dat anders toch niets te doen heeft) om gasten te lokken door rond etenstijd aan een tafeltje te zitten. We hebben nog heel wat andere toeristen de keuze voor hetzelfde restaurant zien maken tijdens onze lunch. De enorme biefstukken van 400 gram elk smaakten ons prima. ’s Avonds zouden we echter eens wat anders gaan eten. Overdag waren we namelijk langs een Grieks restaurant gekomen. Dat leek ons wel erg lekker, dus daar wilden we ’s avonds gaan eten. De keuze aan Grieks eten viel echter tegen; Salade met Feta was het enige Grieks dat wij konden ontdekken. Dan maar gewoon een hamburger, ook lekker en die hebben ze in Griekenland vast ook wel.
In Puntarenas valt ons ook op dat bijna alle huizen zijn voorzien van hekken. De voordeur kan nooit worden bereikt zonder dat je een hek hebt moeten passeren. Een voortuin is in veel gevallen een groot woord voor het betegelde terras voor het huis. Bijna alle Costa Ricanen (ook wel bekend als Tico's) hebben schommelstoelen op het terras staan. Het aantal kerstbomen vinden wij ook erg groot. Het doet ons vreemd aan: tropische warmte, stralende zon, kerstbomen, kerststalletjes en plastic sneeuwpoppen als versiering. In dat verband was het meest bizar toch wel de Engelstalige kerstliedjes waar we in Nederland ook overal mee worden lastig gevallen. Teksten als “I’m dreaming of a white Christmas" lijken zeker overdag niet te passen. Helemaal een bizar gevoel krijg je wanneer er een als kerstman verkleedde Tico achter op een pick-up truck voorbij komt die luid “Felice Navidad” naar de omstanders schreeuwt. Het is warm, vochtig en die man loopt daar in zo’n dik pak met enorme valse baard rond, vreemd.
Tijdens de voorbereiding hebben we ons af en toe lichtelijk zorgen gemaakt over de beschikbaarheid van hotelkamers rond de kerstdagen. Volgens de Lonely Planet is in het hoogseizoen reserveren in veel gevallen noodzakelijk, speciaal rond Kerstmis en Pasen. Die middag vragen wij ons af wanneer dat hoogseizoen dan op gang zal komen, het hotel waar wij overnachten is zo goed als leeg, wij zijn de enige gasten bij het zwembad. Het personeel heeft aan de andere kant van het zwembad de jaarlijkse kerstborrel. De volgende ochtend zijn we het vrij snel eens dat het maar goed is dat wij de enigen zijn bij het ontbijt. De juffrouw die voor onze bediening moet zorgen, heeft een tempo dat bij een volle eetzaal tot grote honger zou leiden. Die ochtend maken we kennis met een van de onderdelen van de Costa Ricaanse eetcultuur: Gallo Pinto, het lokale ontbijt. Ook qua eetcultuur niet echt een hoogstandje: rijst met zwarte bonen… Gelukkig krijgen hotelgasten ook roereieren, toast en jam. De juffrouw komt aansloffen met koffie. Ze vroeg of we koffie wilden. Nadat we bevestigend hebben beantwoord dat we koffie willen, vraagt ze “Negro” (zwart) of “Leche” (melk). Maureen wil inderdaad graag koffie met melk, maar blijkt vervolgens een kop warme melk te krijgen in plaats van koffie met melk. De juffrouw komt na een tijdje nog een keer aangesloft met een kan koffie. Wij wisten al dat ze voor niets was opgestaan. Bij ons antwoord dat ze niet hoeft bij te vullen, horen we de diepste zucht ooit.
We maken met de veerboot de oversteek naar het schiereiland Nicoya. Onderweg naar de haven zaten de bomen vol met pelikanen. De straat eronder is bijna geheel bedekt onder een dikke laag vogelpoep, snel doorfietsen voordat wij ook onder zitten. De veerboot wordt bijzonder strak geladen, eenmaal vertrokken blijkt het nauwelijks mogelijk van de zitbankjes naar de fietsen te komen. Zo dicht staan de auto's op elkaar geparkeerd op aangeven van de beladers. De auto's met surfplanken op het dak zijn veruit in de meerderheid. Nauwelijks van de veerboot af, moeten we direct steil klimmen en dit tot groot vertier van iedereen die ons op gemotoriseerde wijze inhaalt. Onderweg naar Tambor moeten we enkele keren afstappen. Sommige stukken zijn zo steil, dat we ondanks het asfalt toch moeten duwen. Onderweg helpen we nog een schildpad oversteken. Hij was halverwege de weg en vond het wel tijd voor een pauze, Maureen heeft hem even naar de overkant geholpen. Het laatste stukje naar Tambor is onverhard. Patrick maakt nog de vergissing om tijdens de afdaling te remmen met zijn voorrem. Met al dat gewicht aan de fiets, komt zijn achterwiel hem vervolgens bijna voorbij. Hij kan maar net voorkomen dat hij onderuit gaat. In Tambor hebben we gekampeerd. Ook hier zitten wij te wachten op de drommen met toeristen. Volgens de Lonely Planet is in het plaatsje echter zo weinig te doen, dat toeristen er zo hard mogelijk doorheen rijden. Twee tentjes op de camping in het hoogseizoen lijkt niet echt een bloeiende onderneming. Wij waren tevreden met zwemmen in de zee, wat lezen en wat eten.
Puntarenas - Playa Coyote
Wij zijn dan nog steeds in de veronderstelling dat fietsen op Nicoya makkelijker zou gaan. We geloven vol overtuiging dat het aantal overnachtingsmogelijkheden op het toeristische schiereiland sterk zal toenemen. We willen in tropische bestemmingen bij voorkeur tot twaalf uur fietsen om zo de extreme temperaturen te vermijden en nog wat tijd te hebben om wat te bekijken. Na ons vertrek uit Tambor gaat het tot half elf prima met het fietsen en de voortgang. Daarna houdt het overige verkeer op en wordt de weg steeds slechter. Als de weg steil naar beneden gaat, weten wij al snel dat we een riviertje moeten kruisen. En steil naar beneden betekent ook altijd weer steil omhoog, regelmatig onvoorstelbaar steil. De makkelijkste oplossing voor de bijna verticale beklimmingen is om samen de fietsen één voor één naar boven duwen. In je eentje lukt het vaak niet om een fiets naar boven te krijgen. Een auto die ons eerder op de dag was gepasseerd, komt ons nu tegemoet. Voor zover we het begrijpen, vertelt de man dat we een rivier moeten kruisen en dat hij het met zijn auto niet aandurft. We glimlachen en bedanken hem voor de informatie en ploeteren door. We hebben inmiddels zoveel kilometers ellende achter ons dat terugkeren gewoon geen optie is. Iets verderop begrijpen wij waarom hij het in zijn gewone auto (niet vierwiel aangedreven) de oversteek niet heeft gered. Wij kunnen vanaf de oever van een brede stroom water niet zien waar de weg aan de overkant van het water doorgaat! Patrick trekt zijn schoenen uit om te voet de weg te gaan zoeken en de sterkte van de stroming uit te proberen. Na een paar minuutjes heeft hij de weg teruggevonden. Eén voor één brengen we de fietsen naar de overkant. Eenmaal aan de overkant zijn we ter afkoeling nog even in het water blijven zitten, om energie op te doen voor het volgende stuk. De erosiegeulen in de weg aan de overkant van de rivier maken het fietsen bijna onmogelijk. We duwen meer dan we fietsen. Onze uitspraak “duwen-duwen” betekende dat Patrick door het zwembad geduwd wilde worden, maar tijdens deze fietsvakantie krijgt deze uitspraak een geheel nieuwe betekenis.
Het oversteken van de eerste rivier vinden we nog wel leuk en spannend en een typisch foto moment. Bij de tweede rivier die we over moeten, vinden we het al een stuk minder leuk. Bij de derde rivier begint het vervelend worden. Weer die steile afdaling, weer de schoenen uit en de slippers aan. Weer die steile weg omhoog. Op een enkele cowboy na (ja, in Costa Rica bestaan ze echt!), zijn wij de enige weggebruikers. De plannen die we gemaakt hebben in maanden voor deze vakantie om een wereldreis per fiets te gaan maken vanaf april 2007, waren de dagen ervoor al aan het wankelen gebracht. Tijdens deze dag wordt het plan steeds dieper de prullenbak in geduwd. Regelmatig hebben we ons afgevraagd wat het leuke van een fietsvakantie is. We geloven dat Frank van Rijn de weg met groot plezier zou afleggen, maar wij vonden het te zwaar om leuk te zijn. Regelmatig hebben we ons afgevraagd waarom we bij Vlieg & Fiets geen routeboekje hebben gekocht. De vierde rivier vonden we dan wel weer prettig, aangezien we het gevoel krijgen dat we weer in de bewoonde wereld terecht kwamen. Aan de overkant van de rivier zien we een automobilist de rivier verkennen. Hij twijfelt blijkbaar of hij met zien niet-vierwiel aangedreven huurauto deze rivier zou oversteken. Binnen vijf minuten komen nog een paar auto's voorbij die de oversteek aandurven. We kunnen het geluid van een tractor horen; er moeten dus wel mensen in de buurt wonen. De stroming in deze rivier is vrij sterk. Onze Ortlieb fietstassen blijken inderdaad uitstekend waterdicht te zijn . Ze zorgen ervoor dat onze fietsen gaan drijven als we met ze naar de overkant waden. Na een paar kilometer komen we bij een splitsing uit. Welke richting zullen we nemen, richting Playa Caletas of richting St. Francisco de Coyote? We kiezen voor het strand en laten ons twee kilometer naar beneden rollen. Ons drinkwater is bijna op en we zijn moe, heel moe. We zijn in de veronderstelling dat we bij een fijn hotel zullen uitkomen. Bij voorkeur een hotel waar we duikles kunnen nemen. De fietsen zullen we dan wel een tijdje stallen, "dan maar geen fietsvakantie". Duiken in Costa Rica is ook spannend. Playa Caletas blijkt een prachtig maagdelijk strand te zijn, niets of niemand te bekennen dus ook géén hotel. Teleurgesteld drinken we ons laatste water. Er zit niets anders op dan om te draaien en alsnog richting St. Francisco te fietsen.
Ongeveer een kilometer na de kruising, komt nog een T splitsing. Een reclamebord wijst ons linksaf richting een restaurant en camping. Gered! Ook deze avond vinden we net voor het invallen van de duisternis een plek om te slapen en wat te eten; zelden waren we zo blij met zulke basale zaken. Zoals veel restaurants in de dunbevolkte gebieden van Costa Rica, heeft ook dit restaurant een voorraad aan boodschappen waar wij blij van worden. Naast het restaurant is een grasveld waar gekampeerd mag worden, maar we mogen ook bij het strand gaan staan. Onze keuze valt op het strand, waar meer kampeerders blijken te staan. Na het opzetten van de tent, is het tijd voor de welverdiende verfrissende duik in zee. Bij het restaurant slaan we lekkere snacks in en voor de zekerheid ook ingrediënten voor een avondmaal. Gewoon voor het geval de restauranteigenaren Kerstmis willen vieren en wij op eerste Kerstdag geen eten blijken te hebben. Het bestellen van ons avondeten is een volledig Spaanse aangelegenheid dus is het een verrassing wat we te eten zullen krijgen. We blijken een verrukkelijke nasi te hebben besteld, soms zit het ons dan toch weer mee. Aan het eind van de dag pakken de meeste bezoekers hun spullen weer in. Helaas voor ons komen in het donker toch nog een paar kampeerders, gezellig dicht bij ons tentje staan. Op zich geen probleem, maar de Spaanstalige André Hazes die ze in de muziekinstallatie hebben zitten, is niet om aan te horen. We mogen er luid en duidelijk van mee genieten. Terwijl wij eigenlijk om zes uur 's avonds al wilden gaan slapen, volledig uitgeput van het duwen-duwen.
Playa Coyote - Nicoya
Op eerste Kerstdag hebben we de kaart van Costa Rica en Lonely Planet uitvoerig bestudeerd op zoek naar de eenvoudigste route richting geasfalteerde wegen. Het wordt met het kwartier drukker op het strand. Auto's, bussen, pick-up trucks vol met mensen blijven een constante stroom richting strand vormen. Wij vragen ons vooral af waar al die mensen vandaan komen, aangezien we de dag ervoor nergens een sterveling konden bekennen. Vanuit Playa Coyote, waar wij op de camping staan, blijkt een bus te gaan naar Jicaral. Daar willen wij dus ook naar toe. Als een bus die route kan afleggen, dan moet het op de fiets ook goed te doen zijn. Volgens de Lonely Planet zijn we in een van de minst bevolkte en minst toegankelijke delen van Nicoya terecht gekomen. Tja, dat verklaart een hoop. Bijkomend nadeel van de slechte wegen is dat wij niets meer van de omgeving zien, we moeten geconcentreerd voor ons op de weg blijven kijken. Zodra we ons vergissen en wat om ons heen proberen te kijken, gaan we dan ook steevast bijna onderuit.
’s Middags krijgen we een fikse regenbui op ons tentdak. Anderhalf uur lang regent het erg hard, de grond om ons tentje heen begint aardig onder water te staan. Het vertrouwen in onze tent is nooit meer helemaal hersteld (zie De Rest: De Slaapspullen), dus we controleren regelmatig het grondzeil op doorslaand vocht maar gelukkig doet onze MSR tent wat hij moet doen: ons droog houden. Na de regenbui is het strand een stuk minder druk. Wij blijken de tropische stortbui goed te hebben doorstaan maar dat kunnen lang niet alle kampeerders zeggen. Matrassen worden uitgewrongen en spullen buiten te drogen gehangen. Omdat de lucht dreigend grijs blijft, gaan nogal wat mensen met vuilniszakken in de weer in een futiele poging hun tentje alsnog waterdicht te maken. ’s Avonds zijn we in het tweede restaurant annex camping in Playa Coyote gaan eten. Het bezoekersaantal is beperkt tot 7 personen omdat er gewoon niet meer stoelen staan. Het typische is dan wel weer dat zes van deze zeven stoelen door Nederlanders worden bezet! Erg absurd, aan de andere kant van de wereld, op een verlaten strand, hoor je om je heen anderen Nederlands spreken. Van wat wij kunnen afluisteren, was het een Nederlandse dokter werkzaam in Costa Rica, die zijn zoon en schoondochter op bezoek heeft en een Nederlands/Amerikaans stel.
Op tweede Kerstdag moeten we na een kwartiertje fietsen alweer de slippers uit de tas toveren. De regenbui van de dag ervoor heeft heel wat water aangevoerd. Dit resulteert in gedeeltelijk ondergelopen wegen. Na de eerste oversteek komen we gelukkig geen riviertjes of andere obstakels van formaat meer tegen. Volgens onze kaart zullen we niet in Jicaral uitkomen; maar kunnen we via weg 162 in Jarcel uitkomen. We hebben de enige weg gevolgd die er lag, vijftig kilometer over nagenoeg vlak gravel. Dat is dan wel weer prima te fietsen. Alleen staan we vervolgens wel in Jicaral, waar de overnachtingsmogelijkheden zeer beperkt zijn, de kaart klopt dus niet helemaal volgens ons. Het is pas elf uur ’s ochtends en we vinden het nog wat vroeg om te stoppen, dus fietsen we nog zo'n 45 kilometer door naar Nicoya. Deze keuze wordt deels ingegeven door de wetenschap dat we zo'n vijf kilometer na Jicaral het asfalt zullen terugvinden. In de stad Nicoya slapen we in het hotel dat volgens de Lonely Planet de beste keuze in de hele stad is. Het blijkt vooral te vallen in de categorie “oh…, dat betekent niet veel goeds voor de rest van de hotels”. ’s Avonds gaan we, opnieuw gesteund door Lonely Planet, eten in het beste steakrestaurant van Nicoya. Op de menukaart kunnen we vervolgens geen steak ontdekken. Zou het aan ons liggen of aan Lonely Planet? Het ligt aan ons, want achteraf komen we erachter dat “Lomito” de befaamde steak uit de LP blijkt te zijn.
Nicoya - Fortuna
Ook de route van Nicoya naar Liberia verloopt vrij vlak, wat direct aan onze gemiddelde snelheid te zien is. Wel hebben we een fikse tegenwind waar vooral Maureen aan het einde van de dag flink last van heeft. Het hotel in Liberia heeft een zwembad maar in Costa Rica zijn ligstoelen niet erg populair en moet je dus maar op de stenen gaan liggen. Verder zit het zwembad aardig vol met kinderen, dus hebben we het zwembad dit keer overgeslagen. ’s Avonds hebben we een tijdje naar de Interamericana zitten te kijken. Deze snelweg van Noord-Amerika naar Zuid-Amerika loopt dwars de stad. Bij het kruispunt tussen de hoofdstraat van Liberia en de Interamericana hebben we al het verkeer bekeken. Snelweg is wel een relatief begrip, aangezien de gemiddelde provinciale weg in Nederland breder is dan deze snelweg. Het asfalt is bovendien op veel plaatsen in zeer slechte staat. Auto's waarvan je niet eens meer wist dat ze ooit bestaan hadden (zoals een Datsun Sunny), blijken in Costa Rica nog gewoon rond te rijden. Zodra een stoplicht op groen dreigt te springen, wordt door menig automobilist al flink getoeterd. Welke lanterfanter heeft het lef om niet meteen te gaan rijden? Die Interamericana gaan we zelf de dag erna ook berijden. We hopen dat de meeste vrachtwagenchauffeurs op de zondag na Kerstmis vrij hebben.
De snelweg is niet echt breed. Als we een vrachtwagen in ons spiegeltje zien aankomen, houden we ons stuur alvast wat steviger vast. De vrachtwagens met oplegger zijn een formaat groter dan in Nederland en snelheidsbegrenzers lijken (net als een uitlaat) nog niet te zijn uitgevonden. Als je behalve in je spiegeltje, ook een vrachtwagen voor je ziet, wordt het echt spannend en tijd om de berm op te zoeken. Naarmate we dichter bij Canas kwamen, de eindbestemming van onze rit over de Interamericana, wordt het steeds drukker op de weg. We hebben op Internet en in boeken van Frank van Rijn gelezen over fietsers die tijdens hun wereldfietsreis door Midden- en Latijns-Amerika voortdurend de Interamericana volgen; daar moet je toch van houden. Na één dag vinden wij het wel weer druk genoeg geweest. In Canas twijfelen we nog even tussen kamperen of toch een hotelkamer. Bij de cabinas kan het allebei, maar we zwichten toch weer voor het gemak van een hotelkamer. Net als de rest van het dorp, brengen ook wij de zondagmiddag aan het zwembad door.
Onderweg vanuit Canas naar Lake Arenal kunnen we duidelijk merken dat we in een toeristische zone zijn terecht gekomen. Naarmate we dichter bij Laguna de Arenal komen, komen we steeds meer Turismo busjes tegen. Onderweg zien we ook het toppunt van toerisme. Een aantal apen wordt door een Turismo busje gespot. Het busje gaat vol in de rem. Alle toeristen komen vervolgens met de camera's in de aanslag het busje uit. Een tweede Turismo busje gaat eveneens vol in de remmen, op een vreselijk onhandige plaats op de bochtige smalle weg. Weer alle toeristen eruit, die na het nemen van de foto's meteen instappen en doorrijden. “Zo dat hebben we maar even mooi op de foto om thuis te laten zien!” zien we de busje-mensen denken. Bij Laguna de Arenal aangekomen, kunnen we in de verte vulkaan Arenal zien liggen. We vervolgen onze weg langs de rand van dit aangelegde meer. We moeten nog een paar keer onmogelijk steil klimmen om ons doel voor deze dag te bereiken: een bed-and-breakfast die volgens de Lonely Planet de moeite waard is. Ook de oprit naar dit optrekje met de naam Villa Decaray is onmogelijk steil. Misschien eerst maar even te voet vragen of er plaats is? We willen hier graag drie nachten blijven, tot nieuwsjaardag. De Amerikaanse eigenaren verschuiven de reserveringen wat, zodat wij inderdaad drie nachten bij ze kunnen logeren. De een is een fervent vogelaar, de ander is gek van palmen. Dit heeft tot geleid tot een prachtige aangelegde tuin rond de villa. Aan de grootte van de planten en bomen is goed te zien dat de tuin al een aantal jaar bestaat. Gelukkig is dit aan de hotelkamers zelf niet af te zien. Veel van de gasten blijken eveneens fervente vogelaars. Bovendien woont in de tuin een groep howler monkeys, die we één keer gezien hebben naast het huis, maar die we vooral heel veel gehoord hebben.
Het ontbijt dat we ’s ochtends kregen, bestaat uit allerlei soorten zelf gemaakt brood en zelf gemaakte jam, de tweede ochtend krijgen we verrukkelijke wafeltjes en mini-pannenkoekjes als ontbijt. Als we daar nu aan terugdenken, krijgen we spontaan weer zin in die overheerlijke wafeltjes. Het regent flink tijdens onze rustdagen. Volgens onze gastheer ligt dat aan de ligging van Nuevo Arenal, tussen twee bergketens in. Het is lang genoeg droog om af en toe naar buiten te gaan, naar de butterfly garden en het dorp Arenal. Het hotel is wat ons betreft een aanrader, niet goedkoop (zo'n US$ 90,- per nacht, contant of met travellers cheques betalen). Op Oudejaarsdag zijn we benieuwd of een enorme vuurwerkbom afgestoken zal worden in de tuin, of dat we niets zullen merken van het inluiden van het nieuwe jaar. Het weer wordt in de loop van de avond steeds onstuimiger. We hebben inderdaad niets kunnen merken van wilde feesten of enorm vuurwerk. Zou dat wat te maken hebben met het uitvallen van de elektriciteit als gevolg van de enorme storm of zou dat geen verschil hebben gemaakt? Op de ochtend van nieuwjaarsdag hebben we nog steeds geen stroom, later zouden we zien waarom. Wij zijn onrustig geworden van de rustdagen, de hoogste tijd om weer op de fiets te klimmen en verder te gaan. Het is nog droog als we het hotel verlaten. Binnen vijf minuten hebben we ons regenjasje al nodig. Onderweg blijkt dat de storm van Oudejaarsavond flink huis gehouden heeft. De omgewaaide bomen en grondverschuivingen die op de weg zijn terechtgekomen, vormen het onoverkomelijke bewijs. Tussen de mud-slides en de omgewaaide bomen liggen ook de nodige elektriciteitsmasten, het zal dus nog wel even gaan duren voor Villa Decary weer stroom heeft.
Ondanks de regen zien we die ochtend absoluut de voordelen van de fiets ten opzichte van de auto. Terwijl wij overal eenvoudig langs kunnen komen, staan rijen met auto's her en der te wachten tot de weg weer vrij gemaakt is van omgewaaide bomen. Dat vrijmaken moeten de Tico’s dan wel zelf doen maar velen lijken voorbereid want met zagen, sleepkabels en stevige terreinwagens wordt de weg vrij gemaakt. In de stromende regen komen we langs de borden die ons richting vulkaan Arenal wijzen. Fortuna dat aan de voet van de vulkaan ligt, vinden we verschrikkelijk toeristisch. We hadden in onze reis nog nauwelijks een toerist gezien, maar in Fortuna is er geen ontkomen aan. Het bestaat volledig uit eet- en slaapgelegenheden, souvenirwinkels en reisorganisaties, eigenlijk net als Valkenburg: je moet er van houden. Wij gaan pizza eten bij Luigi’s, waar we ons verbazen over het bewakingspersoneel. We zouden het nog vaker gaan zien, maar we konden er niet aan wennen. Een bewakingsman met een flinke gummiknuppel en een geweer die stoer rondloopt in het geheel verlaten restaurant. Meer dan zes gasten zijn er niet, terwijl er zeker ruimte voor honderd man is. Zou hij serieus met zijn knuppel willen slaan in het restaurant? Dat kan je toch nooit een goede naam opleveren, als je je klanten de deur uitmept? Maar het blijkt gedurende de rest van de reis niet zo raar als wij het vonden (niet dat slaan, maar die knuppel).
Fortuna - Vara Blanca
Door de vette grijze wolken hebben we deze dag nog steeds geen enkel spoor van de vulkaan gezien, laat staan dat we lava kunnen zien. De foto's in iedere etalage en op vele ansichtkaarten laten steeds een lavaspuwende vulkaan zien, die voor het nodige vuurwerk zorgt. Wij beginnen het vermoeden te krijgen dat er helemaal geen vulkaan is. Dat alle toeristen slechts één of hooguit een paar dagen blijven. En dat alle toeristen, net als wij, het gevoel hebben dat ze pech hebben met het weer. Dat de commercie in Fortuna er alles aan doet om het imago van de lavaspuwende vulkaan hoog te houden, terwijl geen mens hem ooit nog in levende lijve ziet. Niet voor niets zien we bij de vele te boeken excursies staan dat van niet-gezien-geld-terug geen sprake kan zijn! Maar de volgende ochtend is het volledig droog en opgeklaard. En ziedaar, een perfect conische vulkaan met een soort wolkenkapje erover. Hollywood zou er jaloers op zijn, zijn we toch niet voor niets naar Fortuna gereden. In eerste instantie hadden we het plan om via een vrij vlakke route naar de Caribische kust te rijden, naar Puerto Limon om precies te zijn. Na de rustdagen in Arenal is dit plan van tafel geveegd. We kwamen ten slotte ook naar Costa Rica om vulkanen te zien. Dus hebben we onze route verlegd richting Poas; we zullen weer gaan voor de hoogtemeters in plaats van de kilometers. Vanuit Fortuna gaan we dus op weg naar Cuidad Quesada, ook wel bekend onder de naam San Carlos.
In San Carlos houden we het voor gezien voor die dag, we hebben die dag behoorlijk moeten klimmen om er te komen en de klim van nog eens meer dan 1000 meter naar Zarcero zullen we pas de dag erna doen. In Cuidad Quesada valt ons vooral het aantal taxi's op. Zoals de meeste steden waar we door komen, is ook deze stad niet bijzonder groot. De lege taxi's verzamelen rond het centrale park in de stad. En de rij is regelmatig bijna net zo lang als de omtrek van het park zelf. Taxi's zijn niet duur in Costa Rica en worden door veel bewoners gebruikt als een alternatief voor auto of bus. De rij taxi's rond het plein verschuift dan ook voortdurend van plaats, de aanwas aan de achterkant soms iets sneller, soms net zo snel als er aan de voorkant weer taxi's afgaan. Zoals wel vaker zijn we ook deze avond een van de weinige gasten in het restaurant. Wij hebben ons deze vakantie, net als tijdens onze fietsvakantie in Maleisië, afgevraagd wat een goed tijdstip is om te gaan eten. Wij lijken dat juiste tijdstip namelijk nooit te kunnen vinden. Wij zitten dan ook bijna altijd in een nagenoeg uitgestorven restaurant.
De klim naar Zarcero de volgende dag bestaat uit twaalfhonderd hoogtemeters in circa 24 kilometer. Het is mistig onderweg en soms vergezelt nevelregen ons naar dit dorpje. Wij vinden dat niet zo heel erg. De temperatuur is hierdoor aangenaam koel, zelf zorgen we wel voor de warmte. Daarbij ontneemt de mist ons wellicht prachtige uitzichten op het dal dat we steeds verder onder ons laten, maar ontneemt ons ook het zicht op de nog te beklimmen berg. En dat laatste vinden we dan weer helemaal niet erg. Hebben we tenminste ook geen reden om vooraf te denken dat we dat nooit gaan halen. Het waait wel vrij hard onderweg. Zeker als je een stukje aan de verkeerde kant van de berg zit, blaast de wind je af en toe bijna om. Na drie uur en een kwartier staan we voor de geknipte hagen van Zarcero. Voor de meeste toeristen is Zarcero waarschijnlijk niet meer dan een korte stop om wat foto's van de hagen te maken. Wij verblijven die nacht in één van de aardigste hotels van onze vakantie. We vinden het hotel een klasse apart. Mooi was niet direct het woord wat bij het zien van alle ruches, bij ons opkwam. Bij ons thuis zal je niet snel ruches aantreffen, maar hier zaten ze tot aan de badmat en als overtrek rond het deksel van het toilet. Maar dat is natuurlijk een kwestie van smaak. We hebben vooral het gevoel dat de eigenaren met plezier veel moeite doen om het hotel zo mooi en goed mogelijk te maken. We hebben voor de volgende ochtend ontbijt gevraagd. Terwijl we dat in de woonkeuken van de eigenaren opeten, blijkt nog een vakantiefietser te gast te zijn in het hotel. Helaas hebben we alleen zijn fiets gezien en niet hem zelf. We hadden het wel leuk gevonden om wat bij te praten over de ervaringen van een andere fietser.
Vanuit Zarcero mogen we eerst zo'n twintig kilometer bergafwaarts, dus dat gaat lekker vlot. We komen terecht in een regio met grote koffieplantages. We hebben de avond weer eens de kaart van Costa Rica stukgestaard. En nog maar een keer in de Lonely Planet gekeken. We hoopten dat op deze manier het gebrek aan hotels in San Pedro de Poas zou worden opgelost. Grecia was geen serieuze optie, dat is te dichtbij. Maar Poas opzeulen vinden we ook niet echt een optie. De hoteleigenaar in Zarcero heeft ook nog even op internet voor ons gezocht naar een hotel. Hij vond hotel Las Fresas, een paar kilometer voor Fraijanes. Na de kruising richting San Pedro de Poas of richting de vulkaan Poas, is weg te steil voor woorden. Met geen mogelijkheid kunnen we het stuk op de fiets afleggen. Voor de zoveelste keer moeten we in Costa Rica afstappen en duwen-duwen. Wij hadden in augustus Schotland nog steil gevonden. Volcanoes are for sissies? Geloof ons, een fietsvakantie in Schotland is makkelijk vergeleken met Costa Rica! De beklimming van de dag ervoor zat nog stevig in onze benen, dus ons tempo is weer eens bedroevend laag. We hanteren allebei een eigen techniek (of is tempo een betere uitdrukking) tijdens het klimmen. Patrick vindt dat hij minimaal zeven km per uur moet blijven rijden. Als hij daaronder dreigt te komen, gaat hij alleen maar harder trappen. Dat betekent dat hij zich regelmatig helemaal stuk fietst. Hij stopt dan regelmatig kort om even op adem te komen. Maureen ziet daarentegen de gemiddelde snelheid af en toe net beneden de vijf kilometer per uur uitkomen. Hiermee kan zij weer langer blijven fietsen, zonder te stoppen. Dat is dan weer prettig als je meer moeite hebt om tegen de berg op de fiets aan het rollen te krijgen. Dus Patrick trapt harder en stopt vaker dan Maureen. Aan het eind van een fietsdag blijkt de gemiddelde snelheid van Maureen net lager te liggen dan die van Patrick. Patrick rijdt ook bijna altijd voorop. Als Maureen dan eindelijk bijna het gat heeft dichtgereden tot waar Patrick is gestopt, rijdt hij doorgaans net weer door. “Jij denkt natuurlijk: ze gaat zo langzaam die berg op, ze kan nooit moe zijn”, is Maureen’s commentaar als ze eindelijk het gat heeft dichtgereden en bij Patrick kan stoppen. Bij het zien van het bordje met de aanduiding “Hotel, 50 meter”, zijn wij erg blij. Genoeg gefietst voor die dag. Het hotel blijkt echter een bewaker van een pensioengerechtigde leeftijd met geweer te hebben. Wij moeten van hem even blijven staan, terwijl hij gaat vragen of een kamer beschikbaar is. Gelukkig komt hij een paar minuten later vertellen dat we inderdaad een kamer mogen huren. In de hal van de receptie zullen we later een flinke verzameling aan foto's van nationale en internationale beroemdheden zien hangen (allerlei Costa Ricaanse ministers, Nicolas Cage en een van de Spice Girls bijvoorbeeld). Wellicht dat de bewaker eerst wilde weten of belangrijker bezoek verwacht werd dan twee fietsers?
Via het hotel wordt de volgende ochtend voor ons een taxi geregeld richting Poas. Voor iets minder dan twintig dollar worden we naar Poas National Park gebracht. De taxichauffeur blijft daar dan ook nog eens op ons wachten. Daar kan je geen tour voor boeken. Vanaf de achterbank van de taxi, denken we bij iedere nieuwe bocht dat wij blij zijn dat we de weg niet op de fiets afleggen. De ene steile haarspeldbocht na de andere en dat zo'n 15 kilometer lang. Bij de vulkaan zelf hebben we geluk: het is nog volledig helder als we aankomen. Wel komen de wolken in hoog tempo aanrollen, dus de mensen die een uurtje na ons zouden arriveren hadden wellicht minder geluk. We hebben het gevoel op een andere planeet te zijn beland. Het kratermeer heeft een blauwgroene kleur, die de foto-ontwikkelaar van de Albert Heijn eenmaal weer thuis heeft doen denken, dat wij de foto's hadden verprutst. Niet wij, maar hijzelf heeft vervolgens met onze foto's lopen knoeien, zodat de in werkelijkheid witte rook op de afdruk roodachtig is. Patrick heeft vervolgens weer een helse klus met scanner en Adobe Photoshop om de afdrukken van de slecht ontwikkelde negatieven te herstellen. Het klopt dus echt, die groen-blauwe kleur.
Hoewel we in een hotel zitten, wagen we weer eens een poging om zelf te koken, we hebben gewoon zin in een simpele voedzame hap. Maureen heeft boodschappen gedaan: ’s middags voor de lunch gekookte eitjes op een soort stokbrood. Dat stokbrood is het brood dat de Costa Ricanen zelf ook vooral meenemen. Dat lijkt dus de meest verse optie, aangezien een aantal van de andere broodsoorten groene uitslag vertoonde. En ’s avonds staan gebakken aardappels met groenten en kipfilet op het menu. Dat bleek al snel gebakken aardappels met kipburgers te worden, aangezien de groenten in blik een blokje om waren. En de kipburgers waren niet te hachelen, terwijl de aardappels niet echt lekker willen bakken nadat we ze gekookt hebben. Helaas moeten we bekennen dat we die avond toch maar weer in het restaurant van Hotel Las Fresas zijn gaan eten.
Vara Blanca - Alajuela
Ons volgende dagdoel is hotel Poas Volcano Lodge in Vara Blanca, in de buurt van La Paz Waterfall Garden. We hebben gelezen dat daar niet alleen vijf watervallen zijn, maar ook een grote vlindertuin en een tuin met kolibries. Echt iets wat wij leuk vinden, dus daar willen we zeker een kijkje gaan nemen. De afstand tussen de twee hotels blijkt slechts een krappe dertien kilometer te bedragen. In de stromende regen komen we rond tien uur ’s ochtends al aan in het nieuwe hotel. Veel te vroeg natuurlijk, de vertrekkende gasten hebben nog niet eens de kamer verlaten. We hopen stiekem wel op een warme douche, maar dat zit er helaas nog niet meteen in. We willen graag La Paz Waterfall Garden bezoeken. Vanuit het hotel wordt aangeboden dat een van de medewerkers taxichauffeur zal spelen voor ons. Wij nemen het voorstel met alle plezier aan. De watervallen vonden we niet heel bijzonder. Wel worden wij doorgaans enthousiast van een vlindertuin. Het bijzondere van deze vlindertuin is het feit dat je voortdurend vlinders uit de pop kan zien komen. De meeste bezoekers lijken niet het geduld op te kunnen brengen om een kwartiertje te blijven staan kijken. Wij worden pas aan het eind van de middag weer opgehaald, dus wij hebben ruim de tijd. Ook waren er veel rupsen in allerlei mooie kleuren te zien en te fotograferen. Het tempo waarin zij een blad opeten, is veel hoger dan we hadden verwacht. Je kunt het blad voor je ogen zien verdwijnen. De kolibries zijn wat moeilijker te fotograferen dan de vlinders. Met een gemiddelde snelheid van 72 kilometer per uur (volgens het informatiebord in de tuin) zijn de kleine vogeltjes al weer vertrokken tegen de tijd dat de camera scherp is gesteld.
Bij de receptie van het Poas Volcano Lodge lag een gastenboek. Hierin is commentaar geschreven door gasten uit diverse landen, dat vooral neerkwam op “het beste hotel in Costa Rica, ik ga het iedereen aanbevelen”. Wij vinden het hotel wel aardig: het personeel was behulpzaam , het haardvuur was lekker warm en de gezamenlijke ruimten in het hotel zijn ruim. De kamer is nogal aan de krappe kant. Het avondeten en de douche zijn met heel veel goede wil hooguit lauw te noemen. Qua prijs per nacht kwam dit hotel voor ons op de tweede plaats met US$75,- per nacht (inclusief ontbijt), na Villa Decarray. Wellicht dat het komt omdat wij de zogenaamd Engelse stijl niet kunnen herkennen of waarderen, maar het beste hotel in Costa Rica is niet ons predikaat (dat is toch echt voor Villa Decarray).
Op onze laatste fietsdag vertrekken we nog een keer in de stromende regen. Vara Blanca ligt op een hoogte van circa 1900 meter. Dus we hebben vooral een afdaling naar Alajuela in ons hoofd zitten. We blijken die ochtend toch eerst nog even ons hoogterecord van de Costa Rica fietsvakantie op 2020 meter hoogte te zetten. Daarna komt dan toch de afdaling, die ons al snel in mooier weer brengt. Terwijl we de 1600 meter hoogtelijn doorkruisen, kunnen we een verschuiving van koude naar warme lucht duidelijk voelen. We hebben gekozen om de laatste paar dagen in Alajuela een hotel te nemen. Deze stad ligt dicht tegen vliegveld aan, wat handig is voor de dag van onze terugvlucht. We hadden gelezen dat fietsen en rijden met een gehuurde auto in San José wordt afgeraden. Wij vinden het nemen van het openbaar vervoer naar San José voldoende uitdaging om de fiets te laten staan.
Het avondeten begint inmiddels een uitdaging te vormen. We hebben de steak met slappe frietjes, de vijf pizza's op het menu van de Pizza Hut en de hamburgers van McDonalds en de locale eettentjes eigenlijk wel een beetje gezien. Onze eerste avond in Alajuela gaan we daarom Chinees eten. Bij het bestuderen van de menukaart valt ons ook hier al weer snel op dat de keuze in menu erg standaard was: hamburgers, steak, kip met rijst… De keuze aan Chinees is net als de keuze aan Grieks in Puntarenas erg beperkt. We hebben in ons beste Spaans wat uitgezocht. Een enorm bord wordt daarna bij ons beiden voor de neus gezet. En wij hebben nog wel de kleine portie besteld! Maureen heeft een soort nasi met daarin ook nog slappe frietjes en chips: een heel bijzondere combinatie. Nadat we allebei het bestek weer hebben neergelegd, ziet Patrick over de muur richting de keuken een colonne kakkerlakken vertrekken. Kakkerlakken van een omvang dat hij op een paar meter afstand de voelsprieten duidelijk kan onderscheiden. Wij hebben voor die avond genoeg Chinees gehad!
Ter compensatie vinden we het tijd geworden voor een ijsje van Pops. IJsje is niet helemaal de juiste uitdrukking voor de enorme bollen ijs die wij krijgen. Het bestellen is een beetje omslachtig, iedere medewerker in de ijssalon lijkt zijn eigen specifieke taak te hebben. Van die taak mag niet worden afgeweken. Wij bestellen bij de kassa twee ijsjes. De juffrouw achter de balie tikt onze bestelling in de computer. Twee meter verderop gaat een andere juffrouw onze bestelling vanaf haar beeldscherm maken. De bakjes met ijs worden vervolgens gewogen om te zien of de bollen niet te licht of te zwaar zijn. Een derde juffrouw gaat ten slotte over het lepeltje. Wij verwachten dat indien wij slagroom hadden besteld, een vierde juffrouw opgetrommeld had moeten worden. We hebben in de dagen erna een aantal keer een ijsje in deze zaak besteld: het ritueel wordt steeds herhaald. Let wel: het zaakje is niet groter dan circa negen vierkante meter, met hooguit tien verschillende smaken ijs die geschept kunnen worden. Hoeveel techniek en mensen kan je daar voor nodig hebben?
Met de bus rijden we richting San José. Een ware belevenis voor ons, we zijn in Nederland al niet zo van het openbaar vervoer laat staan in een ver land waar we de taal niet spreken. Het vinden van de juiste bus ging met behulp van onze reisbijbel (de Lonely Planet dus) perfect en voor een paar cent staan we een half uurtje later in het centrum van San José. In San José hebben we eigenlijk maar één echt doel. Wij zijn niet echt van de musea en het bezichtigen van gebouwen. Wat dat betreft had San José voor ons gemaakt kunnen zijn, in een halve dag kan je daar alles zien wat er te zien valt: er zijn namelijk nauwelijks bezienswaardigheden. Houd je van cultuur in plaats van natuur, ga dan vooral niet naar Costa Rica! Ons doel in San José is een zoektocht naar souvenirwinkels. We hebben bij Poas en bij La Paz Waterfalls in de souvenirwinkel onderzetters en placemats opgebouwd uit vierkantjes rozenhout gezien. Wij vinden vooral die uitvoering erg mooi. Ze blijken in allerlei uitvoeringen beschikbaar te zijn (rechthoekjes, gemengd hout, stokjes), maar onze voorkeur blijkt wat lastiger. In een souvenirwinkel met uitstekende verkoopsters wordt grote moeite voor ons gedaan. Nadat we hebben uitgelegd wat we zoeken, gaat de juffrouw voor ons op zoek. Eerst naar de souvenirwinkel aan de overkant. Hiervandaan komt ze terug met placemats opgebouwd uit vierkantjes van gemengd hout. Bijna goed, maar nog niet helemaal. De verkoopsters hebben ons al verteld dat ze handgemaakt waren. Vervolgens kregen we te horen dat rozenhout niet meer gebruikt mag worden in Costa Rica. Ongetwijfeld zou dit de verkoopprijs in haar voordeel ten goede moeten komen, of het nu waar is of niet. Na een tweede ronde langs andere winkels komt de verkoopster inderdaad terug met de spullen zoals wij ze bedoelden. Hoeveel we van ieder zouden willen kopen, is de vraag. Wij geven aan dat we alleen die dag in San José zijn. Dat is geen probleem, ze zal de fabriek even bellen om te vragen of ze die dag nog kunnen leveren. De fabriek? Ze zijn toch handgemaakt? Hoewel we ze erg mooi vinden, is de prijs per stuk ons toch te hoog dus hebben we thuis nog steeds plastic placemats van de Ikea: ook leuk.
In San José hebben we nog wel een tripje geboekt voor de dag erna. We willen graag vulkaan Irazu ook bezoeken. We hadden vrij vroeg in de vakantie al in gaten, dat de oorspronkelijk geplande beklimming per fiets wat te hoog gegrepen is voor ons. Dus gaan wij als echte toeristen met een georganiseerde busreis. We worden samen met nog wat Amerikaanse toeristen opgepikt bij diverse hotels. Onze gids blijkt Adonis te heten, wat geen grapje is. Zelf maakt hij wel heel veel flauwe grapjes. Het begint met het grapje dat we naar Poas gaan. Maureen reageert er als enige in de bus nogal fel op. De overige excursiegangers reageren helemaal niet op deze mededeling, maar zij hadden het verschil waarschijnlijk toch niet gemerkt: Amerikanen en zo. Wij waren al op Poas geweest, dus wij vinden het geen leuk grapje. Wij zijn de enigen die een tour van een halve dag hebben geboekt, de rest gaat de hele dag op stap. Het programma dat de gids opnoemt, is erg lang. Wij vragen ons echt af hoe ze dat in vredesnaam in een dag gepropt krijgen. Volgens ons ben je volledig afgedraaid als je zo'n dag hebt meegemaakt. Een groot deel van het verhaal van de gids gaat over het kweken van aardappels, waarbij wij vooral worden aangemoedigd om naar de aardappelvelden te kijken. Daar komen we niet echt voor, maar ja, je kunt zo'n man niet afzetten. Hadden we maar een MP3-speler.
Irazu ligt op 3400 meter hoogte. Tijdens de beklimming kun je grote brokstukken zien, die willekeurig op het land zijn terechtgekomen tijdens de laatste uitbarsting (jaren zestig van de vorige eeuw). Brokstukken in het formaat van een flinke koe die op kilometers afstand van de krater zijn terechtgekomen. Bijna veertig jaar na dato, geven ze ons nog steeds een indruk van het enorme geweld dat bij een uitbarsting los komt. Je weet dan zeker dat je niet in de buurt wilt zijn, als het zover is. Het weer bovenop de krater blijkt ook die dag weer niet te voorspellen. Je moet vooral een beetje geluk hebben. Als wij op de parkeerplaats van Irazu National Park aankomen, is het geheel mistig. Na het stukje lopen naar de hoofdkrater, trekt de lucht even geheel open. Dat duurt niet meer dan tien minuten, lang genoeg voor ons om de krater met zijn gifgroene water goed te kunnen zien en fotograferen natuurlijk. Inmiddels weten we wel hoe de reisorganisaties zo'n dagprogramma zo volgepropt krijgen. De excursiegangers gaan na het bezoek aan de vulkaan naar een basiliek, waar de maagd van Costa Rica ooit was verschenen. Wij hoeven gelukkig niet mee, maar zullen ter plaatse van bus ruilen en teruggebracht worden naar San José. De rest van de groep krijgt tien minuten om ieder voor zich de enorme basiliek te gaan bezichtigen. De gids houdt nog een heel verhaal over de schatten die in de kelder zouden liggen, maar we geloven niet dat iemand tijd heeft gehad om daar te gaan kijken. Tien minuten zou voor ons al kort zijn, laat staan voor het oudere echtpaar voorin de bus.
Alajuela - Schiphol
De laatste dag van een vakantie vinden we altijd een heel vervelende dag. Het is een dag die we vooral doorbrengen met wachten. Aangezien we pas om kwart voor acht ’s avonds zullen gaan vliegen, hebben we een hele lange dag voor de boeg. Zeker als je gedurende de hele vakantie om zes uur op bent gestaan. Het voornemen om wat langer te slapen die ochtend, wordt door het luidruchtige verkeer wreed verstoord. Het pakken van de tassen hebben we speciaal uitgesteld tot deze laatste ochtend. Het heeft allemaal niet geholpen: om kwart voor tien ’s ochtends zijn we klaar. Amper een half uurtje later staan we bij het vliegveld. In de dagen ervoor hadden we karton en piepschuim verzameld om de fietsen goed in te kunnen pakken. Op het vliegveld brengen we een paar uur door met inpakken van de fietsen. De trappers verwijderen, het stuur vastzetten. Op de kwetsbare onderdelen brengen we piepschuim aan onder het karton.
Het vliegveld in San José heeft geen voorzieningen voor vertrekkende passagiers. Bij de uitgang van de aankomsthal is een kleine snackcorner, waar mini-pizza’s, voorverpakte broodjes en frisdrank worden verkocht. Alle passagiers moeten vertrekbelasting betalen, een bedrag van US$ 26,- per persoon. De lay-out van het vliegveld is niet ingesteld op veel vluchten tegelijk. Met veel bedoelen wij dan meer dan vijf vluchten die rond hetzelfde tijdstip vertrekken. De grote toestroom van passagiers zorgt voor totale chaos en verstopping van de vertrekhal. De rij staat tot buiten de vertrekhal. Passagiers die aankomen bij de vertrekhal, willen wel eerst naar binnen om te kijken waar ze naar toe moeten. Pas dan kunnen ze erachter komen dat te terug in de rij moeten gaan staan om de belasting te betalen, dit leidt tot veel gemopper onder de wachtenden in de rij want niet iedereen sluit netjes achter aan. Bij de balie waar je de vertrekbelasting moet betalen kun je overigens alleen met contant geld betalen. Dit staat aangegeven op een plaats die je pas kunt zien wanneer je bijna aan de beurt bent. Heb je onvoldoende contant geld, dan zul je in de rij voor de bank moeten gaan staan. Een rij die zeldzaam langzaam vooruit gaat. Daarna moet je terug naar de rij voor de belasting. Wij hebben heel wat mensen van de ene rij naar de andere rij zien overstappen. Vrolijk zouden we ze niet willen noemen.
Als je dan eindelijk de belasting hebt betaald mag je richting de incheckbalie. Voor je die bereikt moet je echter eerst door een bagage controle heen. De controle van bagage gebeurt nog ouderwets met de hand. Na de ellende met de belastingen, kunnen wij de mensen gefrustreerd in de volgende rij zien wachten. Het personeel van de vliegtuigmaatschappij dat met plastic handschoentjes aan door de vuile was gaat, op zoek naar verboden bagage. Dichtbij onze zitplaats worden twee jonge Amerikanen gecontroleerd. Zij hebben, net als wijzelf, een MSR brander bij zich. De brandstoffles ruikt volgens de controlerende juffrouw te veel naar brandstof. Ze probeert het ding in beslag nemen. De Amerikanen worden boos, maar dat helpt natuurlijk niet echt. We zijn te hulp geschoten door ze te vertellen dat ze de fles met cola moeten omspoelen, of volpompen met zeep op het toilet. Wij krijgen spontaan een beetje spijt dat we de avond ervoor te lui waren om het afwasmiddel te pakken. Onze brandstofflessen hebben we omgespoeld met shampoo, maar dat is lang niet zo effectief geweest als het afwasmiddel.
Een uur voordat onze incheckbalie open zal gaan, hebben een tiental mensen al een rij gevormd. Wij verhuizen onszelf naar deze rij. Papiertjes worden uitgereikt, onzinnige formulieren moeten worden ingevuld. We hopen dat de controlebeambte bij het zien van onze goed ingesnoerde Ikea-tassen, geen zin zal hebben om alles weer overhoop te halen. Vooraan in de rij aangekomen, werpt de bagage-controle-juffrouw een blik op onze bagage en zucht diep. Vervolgens stuurt ze ons zonder te controleren door naar de incheckbalie. Kijk zo heeft al dat gezeul met tassen en fietsen toch een voordeel. Als ze had gewild hadden we overigens met alle plezier weer alles uitgepakt en pontificaal uitgestald: wij hebben geen haast. De juffrouw achter de incheckbalie kan ons helaas niet helpen aan stoelen bij de nooduitgang. We vertellen haar dat we behalve onze tassen ook fietsen als bagage bij ons hebben. Ze wijst schuin achter ons, maar nee daar hebben wij onze fietsen niet neergezet. We blijken niet de enige fietsers op weg naar huis te zijn. De plastic hoes van de Fietsvakantiewinkel duidt vast op Nederlanders of Belgen. De eigenaren van de fietsen staan enthousiast naar ons te zwaaien. Patrick moet de fietsen even brengen, zodat de juffrouw ze kan zien en wegen. Vervolgens vraagt ze of we vier fietsen bij ons hadden. Zou ze daar zelf een voorstelling bij kunnen maken, bij twee vakantiefietsers die allebei met twee fietsen onderweg gaan? We hebben de tijd na de douanecontrole volgepraat met de medefietsers. Het eerste commentaar dat we krijgen is: “Jullie zijn van de website, waarom hadden jullie de route niet vooraf erop gezet?”. Het is leuk om ervaringen uit te wisselen. Wij blijken pech te hebben gehad met het onderweg tegenkomen van vakantiefietsers. Op ons lijstje stond één fiets, niet eens de bestuurder ervan. Het stak schril af tegen het lijstje dat zij konden afsteken.
Ons vliegtuig blijkt (natuurlijk) weer vertraging te hebben. Het komt pas binnen op het tijdstip dat we eigenlijk zouden opstijgen. We hebben het laden van het vliegtuig bijna helemaal gevolgd, we hebben alleen het eerste stukje gemist. Onze fietsen zien we echter niet voorbij komen. Zou dat betekenen dat ze al geladen zijn en dus onderin liggen? Of zullen we op Schiphol geen fietsen hebben, omdat ze niet geladen zijn? Het antwoord op deze vraag zouden we zo'n twaalf uur later krijgen, het zou ons niet aanstaan. We hebben vooraf al bedacht dat we dit keer wel haast hebben op Miami. We zijn niet overtuigd dat de intercontinentale vlucht van Miami naar Madrid op twee passagiers zal wachten, dus willen wij niet te laat komen. We zitten aardig voorin het vliegtuig, dus het begin is goed. De rijen voor de immigratie zijn nog kort als wij aankomen. Niet helemaal op onze beurt gewacht (voorkruipen heet dat dus), staan we vrij snel vooraan in de rij. Tja, als die andere mensen eerst nog met zijn allen gaan overleggen, dan gaan wij alvast even voor. De metaaldetector blijkt wel een probleem op te leveren. Het poortje blijft afgaan als Maureen erdoorheen loopt. Een mevrouw met een handbediende metaaldetector wordt erbij gehaald. Het ding piept bij de ritsen en drukkers van de afritsbroek en de bh-beugels. Lang leve de nationale veiligheid.
Op Schiphol worden vrij snel fietsen via de goederenlift naar de transportband gebracht. Eerst twee fietsen die nauwelijks ingepakt vervoerd zijn. Wat karton op de wielen, meer is het niet. Daarna kwamen onze fietsen. Onze vrees voor de belading van onze fietsen in San José blijkt gegrond. Verbogen en afgebroken tandwielen, enorm slag in het wiel, verbogen cranks, opgevouwen derailleurbeschermer. En om het compleet te maken blijkt één van de fietspompen gejat. We hadden alles zo goed vastgeplakt en ingepakt, dat het geen toeval kan zijn dat die pomp pleitte is. We hopen dat de onverlaten niets aan onze pomp met speciaal ventiel hebben. Het schaderapport op laten maken, is een aanslag op Maureen’s geduld. De dames achter de balie van de organisatie (Aviapartner) die op Schiphol de bagageafhandeling van Iberia regelt, kunnen niet minder enthousiasme voor hun werk tonen. Het interesseert ze werkelijk niets. We vinden het een vervelend gevoel dat niemand waarschijnlijk aangesproken zal worden op het feit dat hij of zij onze fietsen op een onmogelijke manier heeft laten stuiteren. We hebben in drie verschillende vliegtuigen onze reis afgelegd. Onze fietsen zijn op vier vliegvelden in-, uit of overgeladen. Het kan overal gebeurd zijn en ongetwijfeld gaat iedereen naar elkaar wijzen. Bovendien snapt niemand waarschijnlijk waarom onze fietsen zo belangrijk voor ons zijn. Maar ja, je wordt geen bagage-afhandelaar omdat je vroeger op school zo goed kon leren denken wij dan maar weer.
Onze auto blijkt gelukkig nog wel heel te zijn en gewoon op de plek te staan waar we hem eerder achterlieten op Schiphol Lang Parkeren. Op de weg terug naar huis, hebben wij het al weer over onze volgende fietsvakantie. Dat we maar moeten gaan uitzoeken of het mogelijk is om met de trein of de bus vanuit Rome terug naar huis te gaan. We hebben altijd gezegd dat we niet met de bus willen. De enorme schade aan onze fietsen zorgt er op dat moment voor dat we het vliegen voorlopig wel weer even gehad hebben. Op zich komt dat mooi uit, want we zullen ook weer aan het werk moeten.
|