Utrecht - Bangkok Als we op 18 december 2004 richting Schiphol vertrekken, zien we weer als een berg op tegen de lange vliegreis naar Bangkok via Singapore. Helaas hebben we tijdens eerdere fietsvakanties nog niet echt lekker kunnen slapen tijdens een vliegreis en we verwachten ook tijdens deze vlucht weinig slaap. Dat wat we vreesden wordt bewaarheid: we maken iedere minuut van de vlucht bewust mee. Gelukkig vlogen we met Singapore Airlines, die hebben tenminste een mooi inflight entertainment systeem. Onder het genot van Donna Summers verzamelde werk op haar nieuwe CD "The Journey" kropen de uren voorbij. In Singapore moeten we overstappen om ons naar Bangkok te laten brengen. We hebben nog een kleine kans dat we Maureen’s zus en gezin tegenkomen op Changi Airport. Zij vertrekken namelijk dezelfde ochtend voor een vakantie naar Manilla op de Filipijnen. Helaas treffen we elkaar net niet en moeten we nog een krappe vier weken wachten op het weerzien. De vlucht naar Bangkok maken we al een stuk minder bewust mee, de vermoeidheid heeft hard toegeslagen. Op het vliegveld in Bangkok komen we bij de bagageband de eerste medefietsers tegen. Ze blijken dezelfde route te fietsen. Ze hebben niet bij Asian Way of Life (AWOL) geboekt, maar zelf de transfer en het hotel geregeld. Wij hebben dit wel door AWOL laten regelen en met rede. Tijdens onze fietsvakantie in Costa Rica hebben we na de lange vlucht zelf in het donker gefietst op zoek naar de camping die ergens dicht bij het vliegveld zou moeten liggen. Dat bleek geen goed idee en achteraf zijn we zowel opgelucht als verbaasd dat we dat nachtelijke fietsavontuur zonder kleerscheuren of valpartijen hebben volbracht. We hebben er van geleerd dat we na een slopende reis niet meteen op de fiets moeten stappen. We hebben daarom een transfer en hotelovernachting via AWOL laten regelen. De tassen en fietsen worden ingeladen in het taxibusje dat ons naar het Trang hotel in Bangkok (de website ziet er een stuk strakker uit dan het hotel zelf!) brengt. Daar moeten we nog even wachten tot de kamer gereed is. Kunnen we meteen even bijpraten met de medefietsers van het vliegveld. We weten nog niet of we elkaar onderweg nog zullen gaan tegenkomen, maar we vliegen over vier weken met dezelfde vlucht terug van Singapore naar Nederland. Dan kunnen we in ieder geval reiservaringen uitwisselen. De eerste dag in Bangkok doen we weinig meer dan wat geld afhalen, wat eten en drinken en verder rustig aan tot we eindelijk van onszelf naar bed mogen. Op de eerste avond van deze fietsvakantie, als Maureen haar bril oppakt om wat te gaan lezen, houdt ze vervolgens alleen het pootje in de handen. De rest van de bril blijft achter op het Thaise nachtkastje. Dat is geen handig begin, met nog vier weken fietsvakantie voor de boeg. Patrick heeft met wat bruine tape het euvel weliswaar verholpen zodat ze toch gewoon haar bril kan dragen, maar de oplossing is niet ideaal en al helemaal niet charmant. Zeker niet omdat de bril op deze manier niet meer in de brillenkoker past en dan geheid aan het eind van een fietsdag weer in twee (of meer) delen in de stuurtas zal liggen. De tweede dag willen we naar het Grand Palace in Bangkok. Dat is het enige wat we voor onszelf op het programma hebben staan. We vertrekken te voet vanuit ons hotel. Op het einde van de hoek, terwijl we op de kaart staan te kijken, worden we aangesproken door een Thaise man. Waar we naar toe willen en of hij ons kan helpen. We zeggen dat we het wel kunnen vinden, dat we gewoon te voet naar het Grand Palace gaan. Hij vraagt waar we vandaan komen (wij: "Holland" hij "Oh, Amsterdam", wij: "Nee, Utrecht") Hij vraagt of we al vaker in Thailand zijn geweest. Wij zeggen dat het onze eerste dag van ons eerste bezoek aan Thailand is. Oké, dat was achteraf gezien natuurlijk niet slim. Maar je wilt zo graag dat mensen "gewoon" aardig zijn in plaats dat ze je oplichten. We krijgen vervolgens namelijk een fantastisch verhaal te horen over een nationale feestdag waardoor de regering moet betalen voor de tuktuk van de toeristen; vandaag kost een tuktuk voor de hele dag maar 20 Baht. Je staat op het punt om cynisch te zeggen "nou, dat is ook toevallig" en "hoe weet de regering dan hoeveel ze de tuktuk-chauffeur moet betalen". Maar ja, je wilt ook niet onbeleefd zijn. En eerlijk is eerlijk, zelf zouden we nooit een tuktuk aanhouden omdat we het onderhandelen over de prijs vervelend vinden. En voor nog geen kwartje willen wij best een ritje in de tuktuk maken. Hebben we dat ook eens gedaan. En dáár gaat het dus mis: onze eigen gierigheid en naïviteit gaat ons parten spelen! Dus stappen we in, met het idee om na het bereiken van de bestemming die chauffeur inderdaad 20 baht te betalen (gepast, jawel!). We voelen ons al wat ongemakkelijker als de tuktukchauffeur zegt dat hij ons niet naar het Grand Palace kan brengen, omdat dat vanochtend dicht is. We hadden immers gelezen dat het paleis dagelijks open is en echt niet alleen ’s middags. We worden daarom als alternatief bij de "standing Boeddha" afgezet (waar we dus net te voet al langsgekomen zijn). Maureen wil de man betalen, maar hij zegt dat hij blijft wachten. Als we terugkomen van de staande Boeddha neemt hij ons mee naar een of andere vage tempel. In de voorbereiding naar deze fietsvakantie, heeft Patrick gelezen over het fenomeen waar we ons in hebben laten praten. Een echte "tourist trap", we realiseren ons dat we zo meteen naar een of andere zijde of leerfabriek of iets dergelijks zullen worden gebracht. We hebben inmiddels in de gaten dat de diverse betrokkenen elkaar voortdurend op de hoogte houden met de mobiele telefoon. Als wij aankomen bij die tweede tempel, is daar namelijk heel toevallig een beheerder die daar aan Maureen vraagt of ze wel eens pakken draagt. Vandaag is een speciale aanbieding… Goh, alweer zo toevallig. Maureen zegt dat we geen interesse hebben omdat we nooit pakken dragen. Tja, hoe ga je nou uitleggen dat je in de kast diverse fijne Corneliani’s hebt hangen? Mooie zijde zegt de man nog, maar dat helpt bij ons niet echt, Patrick geeft de voorkeur aan zuivere scheerwol. We verlaten snel de weinig bezienswaardige tempel. En inderdaad, daarna worden we naar de silk factory gereden. Waar wij het na drie seconden wel weer gezien hebben. Het is gelukkig druk in de winkel. Voor ons is dat een opluchting en wel om twee redenen: ten eerste worden wij dan niet aangesproken. Ten tweede, we zijn niet de enige toeristen die deze toeristenval zijn gelopen. Als wij de winkel uitlopen horen we nog net andere toeristen zeggen "misschien is het wel een list". We betalen de tuktukchauffeur alsnog die 20 baht voor de tuktuk en gaan lopen naar het Grand Palace. We hopen dat de man bijzonder ongelukkig is geweest met ons als klant (alweer die naïviteit!). Aangekomen bij het Grand Palace worden we aangesproken op het feit dat we geen lange broek en lange mouwen hebben. Maar je kunt wel gepaste kleding huren. Dat is mooi, maar wij hebben onze eigen lange mouwen en lange broek bij ons. In het Grand Palace zien we ook de eerste monnik van deze fietsvakantie. We hebben gelezen dat de monniken alles wat ze eten of bezitten, als gift moeten krijgen. En laat deze eerste monnik nou rondlopen met een videocamera, moet hij even een goede dag hebben gehad of...? Het Grand Palace is zeker fotogeniek. En zoals altijd, denken wij vooral als we het zien "wat een werk om dat te bouwen". Na het Grand Palace kopen we langs de kant van de weg wat sateetjes omdat het zo lekker ruikt . Het vlees is echter van een nogal oude kip met vetzucht geweest. Dus ter compensatie kopen we dan ook maar wat ananas om de vieze smaak van het taaie vette vlees weg te krijgen. We proberen nog even om een tuktuk richting het hotel te krijgen. Maar we hebben zo’n hekel aan dat onderhandelen. Als we vragen wat het kost om ons naar het hotel terug te laten rijden, krijgen we de wedervraag hoeveel we willen betalen. En als we dan een bedrag noemen, wordt er gezegd dat hij moet tanken en dat we naar een silk factory moeten. Nou, daar zijn we vandaag als eens geweest, toevallig. We lopen dus terug naar het hotel. Terwijl we zitten te lunchen zien we af en toe andere hotelgasten langslopen met een kledingtas. Die herkennen we van de silkfactory. Werkt dus wel zo'n toeristenval. Bangkok - Aranyaprahtet Het andere Nederlandse fietsstel neemt de trein naar Aranyaprahtet, maar wij hebben nog drie fietsdagen in Thailand op het programma staan. We zeggen dan wel tegen iedereen dat we van Bangkok naar Saigon gaan fietsen, maar dat is niet helemaal waar. We worden op de eerste fietsdag ’s ochtends vroeg met een taxibusje van Bangkok naar Phanom Sarakham gebracht, een behoorlijk eind buiten Bangkok. Als we vanuit het busje naar buiten kijken concluderen we dat we het niet erg vinden dat we niet in Bangkok hebben gefietst. Bij het tankstation worden onze spullen uitgeladen. Het spiegeltje van Maureen’s fiets heeft de taxirit niet helemaal goed doorstaan en ook de achterdrager heeft weer een tik opgelopen. We kopen nog even wat te drinken (een "batterijtje" om ons op te laden) en beginnen dan aan ons fietsavontuur van Bangkok naar Saigon. Op deze eerste fietsdag zijn we nog te moe en te weinig geacclimatiseerd om ontspannen te kunnen fietsen. We zijn dan ook blij als we na een paar uurtjes trappen op onze bestemming van de dag zijn aangekomen. In Kabin Buri nemen we een kamer in het Kabin International Hotel. Na het douchen en een dutje gaan we op zoek naar een lunch. Volgens ons routeboekje zou er een enorme supermarkt zijn. De genoemde 7/11 kunnen we wel heel eenvoudig vinden, maar de enorme supermarkt valt ons niet direct op. Wel de kleurrijke markt, waar we even bij gaan zitten. We hebben in Bangkok al ontdekt dat we heerlijke geschilde ananas op een stokje kunnen kopen en lekkere sateetjes (behalve dan van die te oude kip). Dat vinden we nu wel een lekkere lunch. We zitten alleen een beetje met het zakje met rijst in de handen. We hebben de sateetjes allang op voordat we van de Thai kunnen afkijken dat je het satéstokje in de rijst moet dopen… Onze route gaat uit van drie fietsdagen in Thailand. De tweede fietsdag zullen we dan een korte fietsetappe van 50 kilometer hebben. Wij vinden dat eigenlijk wel erg kort en besluiten dan ook om via de drukkere weg rechtstreeks naar Aranyaprahtet te fietsen. Enigszins doof aan het rechteroor en uitgeteld komen we 95 kilometer later aan in het plaatsje net voor de grens met Cambodja. ’s Middags gaan we op zoek naar een Internetcafé. Onderweg komen we langs een opticien. We stappen naar binnen om te vragen of Maureen’s bril nog gemaakt kan worden. De hoofdverkoopster geeft aan dat het niet mogelijk is om de bril te maken. De overige verkoopsters komen al snel aan met nieuwe monturen. Maureen’s eigen bril was een Calvin Klein. De verkoopsters komen daarna al snel met een nagenoeg identieke Calvin Karen bril aanzetten. Het montuur van de Calvin Karen was net iets kleiner dan het origineel. De verkoopster gaf aan ongeveer een kwartiertje nodig te hebben om de glazen van het kapotte montuur in de nieuwe bril te plaatsen. En inderdaad, nog geen vijftien minuten later stappen we de winkel weer uit met Maureen als trotse nieuwe eigenaar van een echte Calvin Karen voor het luttele bedrag van US$15. Aranyaprahtet - Kralahn De grensovergang tussen Thailand en Cambodja bij Poipet maakt veel indruk op ons. We hebben het idee dat we in een andere wereld terecht komen. Thailand is behoorlijk ontwikkeld, wat deels is af te zien aan het relatief hoge aantal auto’s en het lage aantal fietsers. Op de grens tussen Cambodja en Thailand zien we heel veel handgetrokken karren. Het halve uur dat we wachtend in de rij voor de Thaise exitstempel doorbrengen, geeft ons ruim de tijd om het bord te lezen waarop de straffen staan voor het vervoeren van drugs. De aankondiging laat geen enkele twijfel over het feit dat dat het hoogst onverstandig is om met drugs in Thailand te worden betrapt: "You will be executed". Dat is toch net even wat anders dan in Nederland. De aanvraag van het Cambodjaanse visum ging vlotter dan verwacht. We hebben thuis al gezorgd voor extra pasfoto’s die we nodig zullen hebben bij de aanvraag. Vervolgens brengen we nog een half uurtje door voor de Cambodjaanse grens om een stempel in ons paspoort te krijgen. Al het wachten wordt dan toch beloond; we mogen Cambodja binnen. Aan de andere kant van de grens is de armoede tastbaar als je de mensen op het plein het afval ziet uitzoeken. We hadden ons mentaal voorbereid op de slechte staat van de wegen in Cambodja. We hebben in de Lonely Planet de top vijf van de ergste wegen in Cambodja gezien. En we hebben reisverhalen gelezen van andere fietsers. Deze keer laten we ons niet verrassen. We hebben ons het jaar ervoor tijdens onze fietsvakantie in Costa Rica ernstig vergist in de zwaarte van onverharde wegen. Dat was toen een domper aan het begin van die fietsreis die we niet nog eens willen herhalen. Kortom, we hebben gerekend op het ergste. De weg tussen Poipet en Sisophon, ons einddoel voor die dag, is echter stukken beter dan verwacht. We hadden gelezen over een wasbordeffect in plaats van asfalt. De werkelijkheid valt ons dan ook reuze mee; het is weliswaar geen zoemend asfalt. Maar het is toch zeker wel asfalt. Af en toe zitten er gaten in het wegdek, maar de aangekondigde "man-eating potholes" hebben wij niet kunnen ontdekken. De beperkte hoeveelheid overig verkeer laat doorgaans prima toe dat je als fietser de gaten in de weg ontwijkt. Tijdens deze eerste fietsdag in Cambodja komen we er al snel achter dat degene die het hardst en het langst kan toeteren voorrang heeft. Dat zijn wij als fietsers dus niet. Na het inchecken in het hotel in Sisophon gaan we een tijdje langs de kant van de weg zitten kijken naar het verkeer. We zien een stoet aan bijzondere vervoermiddelen langskomen. Een gemiddelde vrachtwagen bestaat vaak uit niet meer dan de motor, vier wielen, een stuur en het frame om de boel bij elkaar te houden. Een cabine is overbodige luxe. De pick-up trucks die dienst doen als taxi/bus zijn volgeladen met mensen en hun spullen. Er wordt duidelijk niet op een paar mensen meer of minder gekeken. Maar ook paard-en-wagen en ossenkarren ontbreken niet in het Cambodjaanse straatbeeld. We zitten een half uurtje redelijk onopgemerkt te kijken en foto’s te maken. Maar uiteindelijk trekken we toch een kleine menigte aan, waaronder een aardig meisje van veertien dat graag haar Engels met ons wil oefenen. We maken haar oprechte complimenten over haar Engels. De volgende dag kopen we langs de weg een stokbroodje als ontbijt. De combinatie stokbrood met cola is misschien wat vreemd, maar het blijkt een uitstekend fietsontbijt te zijn. Daarna kunnen we dan toch kennismaken met de beruchte onverharde highway 6. Highway is een heel groot woord voor het tweebaans zandpad dat ons naar Siem Reap zal brengen. Het zegt vooral iets over de rest van het wegenstelsel in Cambodja. We hebben al snel in de gaten dat we toch wel een stofdoek om willen knopen, net als de lokale bevolking overigens. Naarmate de ochtend vordert, wordt de weg steeds stoffiger. En naarmate we dichter bij Kralahn in de buurt komen, wordt de weg ook steeds slechter. Na Kralahn is het nog eens 50 kilometer naar Siem Reap, waarvan zo’n 30 kilometer onverhard. Dat vinden we te veel van het goede, daarom nemen we een kamer in het guesthouse, dat in ons routeboekje terecht als "basic" wordt omschreven. We hebben wat moeite om stofvrij te worden, zeker onder de koude douche waar het water in traag tempo uit druppelt. Drie dagen later zullen we nog steeds het stof uit onze ogen wrijven. Zodra we in Kralahn stoppen, worden we belaagd door een paar kleine meisjes met ansichtkaarten en armbandjes in een waterval aan "hello, where you from?" en "what’s your name?". Tijdens het eten van een voortreffelijke nasi, kunnen we meegenieten van de nationale idols verkiezing op TV. We besluiten dat zang ook cultureel bepaald is, wij vinden namelijk geen van de kandidaten bijzonder geschikt. Het lijkt toch echter meer op de finale dan op de lokale voorronde. Kralahn is voor het toeristenvervoer van Thailand naar Siem Reap niet meer dan een tussenstop. Iedere keer als er een bus of taxi stopt, komen de meisjes met souvenirs als duveltjes uit een doosje om de armbandjes en ansichtkaarten te slijten. Als wij in bed liggen, horen we ze nog steeds vol overtuiging hun spulletjes aanprijzen nadat ze standaard "hello, what’s your name, where you from?" hebben gezegd. Deze vragen zullen we nog veel gaan horen in de komende dagen. Kralahn - Siem Reap (Angkor Wat) De volgende dag is de eerste 30 kilometer van Kralahn naar Siem Reap wederom onverhard. De eerste 20 kilometer is zelfs nog een tikkie slechter dan de dag ervoor. Konden we de vorige dag nog enthousiast terugzwaaien naar de "hello" roepende kleine kinderen, nu hebben we toch echt beide handen aan het stuur nodig. Na een half uurtje stofhappen komen we een Duitse fietser tegen die al vijf weken fietsen in Laos, Vietnam en Cambodja achter de rug heeft. Hij stelt ons nog 20 kilometer stofhappen in het vooruitzicht en wij hem nog 60 kilometer aangezien hij naar Sisophon wil die dag. De slechte staat van het wegdek had voor ons echter een groot voordeel: de vrachtwagens konden er niet zo hard rijden. Hierdoor is het een stuk minder stoffig dan de dag ervoor. Maar daardoor komen we nog niet minder rood aan in Siem Reap. Hebben we ons tijdens onze eerste dag in Cambodja al verbaasd toen een brommer met daarop drie levende varkens achteropgebonden ons inhaalde, vandaag worden we ingehaald door een brommer met zo’n 50 levende kippen, aan de poten vastgebonden. Af en toe als er een diepe kuil is, schrapen enkele kippen met de kam over de grond. Iets waar de kippen luidkeels tegen protesteren. Langs highway 6, tussen Poipet en Siem Reap, zien we heel veel bijna vergane verbodsborden staan die aangeven dat je niet in de grond mag graven. Deze borden staan hooguit 50 meter van de weg af, midden in de rijstvelden. De Cambodjanen kunnen zich ondanks het gevaar van landmijnen niet veroorloven om het land dat achter de borden ligt, niet te gebruiken. Ook in Kralahn staat zo’n bord in de tuin van het guesthouse. Als je erover na gaat denken, is dat best eng en bizar. In Siem Reap nemen wij onze intrek in het Bopha Angkor hotel. De Duitse fietser die we waren tegengekomen vond de tempels van Angkor Wat echt helemaal niet leuk en heeft ons afgeraden om een toegangspas voor meerdere dagen te nemen. Als we afstappen voor het Bopha Angkor Hotel worden we aangesproken door twee Engelse fietsers. Zij zijn inmiddels al bijna een week in Siem Reap en raden ons juist aan om genoeg dagen te blijven. Terwijl we nog met de fietsen in de hand staan, vraagt de eerste tuktuk chauffeur al of we hem willen huren. Nu? Wat denk je zelf? Straks misschien? Dat lijkt ons ook niet erg waarschijnlijk aangezien we ons het ritje in Bangkok naar de silkfactory nog levendig kunnen herinneren. We voelen ons alleen wat ongemakkelijk als we de fietsen buiten het hek van het hotel moeten laten staan. We hebben nog geprobeerd om ze mee naar binnen te nemen, maar dat werd niet gewaardeerd door de receptionist. Onder het mom van de zware tassen hebben we ze toch mee naar de kamer genomen, maar na het "lossen" van de fiets hebben we ze toch maar naast de huurfietsen buiten het hek gezet. De receptionist heeft beloofd dat de nachtwaker op de fietsen zal passen, we gaan het meemaken. Het bed in onze kamer is echt enorm, het lijken wel twee tweepersoonsbedden naast elkaar. Afgezien van een groot bed, heeft het hotel een goed restaurant en een zwembad. Alleen met de kerstliedjes doen ze ons geen plezier. We kunnen het traditionele Khmer Hot Pot gerecht aanbevelen. We hebben even afgekeken hoe je de combinatie tussen rijst en soep moet eten, maar het is zeker erg smakelijk. Nadat we lekker hebben geluncht, gaan we even Siem Reap verkennen. We komen langs een wasplaats waar auto’s en brommers worden gewassen. Dat vinden we eigenlijk ook wel een goed idee voor onze fietsen. De tassen hebben we zelf al onder de douche gezet, maar de fietsen zijn nogal stoffig. Maureen doet bij het aanbieden van haar fiets nog een poging het leren Brooks zadel te beschermen door de badmuts (die we bij ons hebben als bescherming van het zadel bij regenbuien) over het zadel te trekken. De wasstraat gaat echter nogal grondig te werk. Voor de zekerheid verwijderen ze de badmuts en soppen het leren zadel eens goed af. Tja, daar wordt het vast beter van… Op twee glanzende Koga's fietsen we weer terug naar het hotel. Bij de toegangspoort tot de tempels van Angkor Wat kopen we een toegangspas voor drie dagen (US$ 40 dollar per persoon en een pasfoto is nodig). Op de eerste dag fietsen het "Grand Tour Circuit". De populairste tempels zoals Angkor Wat en Ta Phrom liggen aan het "Small Tour Circuit", maar die bewaren we voor de tweede dag. De fiets is een prima vervoermiddel om de tempels te bezichtigen. Hier zien we dan ook regelmatig toeristen op een huurfiets. Ze hebben het doorgaans wel een tikkie warmer dan wij, omdat ze het niet gewend zijn en een minder fijne fiets hebben dan onze eigen Koga's. De eerste tempel die we gaan bezichtigen is Prasat Preah Kahn. Voordat we de fiets kunnen wegzetten, worden we al enthousiast ontvangen: "Hé mister, you wanna buy cold drink?", "Hé mister, you wanna buy T-shirt". Het zijn zinnetjes die we die bij het bezoeken van de tempels nog heel vaak en in diverse variaties zullen horen. In dit geval willen we inderdaad heel graag een cold drink. Maar of je nu wel of niet wat koopt, iedereen blijft zijn spullen aanprijzen. Als je één blikje koopt, zien ze geen enkele reden waarom je niet nog een blikje zou kopen. Evenmin kunnen ze een reden bedenken waarom je na het bezoeken van de tempel niet alsnog hun hele handel opkoopt. We hadden van onszelf verwacht dat we ons vrij snel zouden gaan irriteren aan de vele verkopers (zelfkennis heet dat, maar je zou het ook ervaring kunnen noemen). Tot onze verbazing is er bij ons echter geen sprake van irritatie. We vinden de logica en vasthoudendheid van de verkopertjes vooral amusant. Tegen de geweldige logica kunnen we eenvoudig niet op, ook al doen we een aardige poging. Als we bij een van de tempels een houten vogel kopen van een klein meisje, wil iemand dat we ook bij haar een vogel kopen. We zeggen dat we al een vogel hebben. "Two is better than one!". Tja, daar kan je qua logica toch niet tegen op? Bij een van de tempels zien we de fietsen van de twee Nederlandse fietsers staan die we op onze eerste fietsdag in Cambodja zijn tegengekomen. We zetten onze fietsen ernaast. Als wij na enige tijd terugkomen, zit er een kaartje aan onze fiets. De twee Nederlandse fietsers zijn vanuit Sisophon naar Battambang gefietst en hebben vandaar de boot naar Siem Reap genomen. Het kaartje aan onze fiets blijkt een bootticket te zijn, waarop ze aan ons hebben geschreven dat de boottrip een aanrader is (maar wel wat lang duurt). Op het ticket staat een nogal snel uitziende boot afgebeeld. Het is niet helemaal onze bedoeling om die boottocht binnenin een groot uitgevallen speedboot door te brengen. We hadden een wat traditionelere boot in gedachten. Maar ach, dat is een zorg voor later. Als we tegen het einde van de middag heel wat tempels hebben gezien, besluiten we Angkor Wat nog niet te bezoeken. Er staan ontzettend veel touringcar bussen en het is ons iets te druk. Angkor Wat is sowieso erg populair, maar helemaal bij zonsondergang. Het is er ons iets te druk, we gaan liever even in het zwembad van het hotel liggen. Die avond zetten we de televisie aan. Op CNN zien we de eerste beelden van de Tsunami die die ochtend Azië heeft getroffen. In de eerste berichten die wij horen, wordt gezegd dat India hulp heeft aangeboden aan Sri Lanka. Dat klinkt ons toch vooral als "de dove helpt de blinde". We zullen in de weken erna nog vaak de beelden van Tsunami zien als we CNN aanzetten. De tweede dag fietsen we ’s ochtends eerst naar de aanlegplaats van de boot naar Battambang. Na circa tien kilometer wordt de weg erg slecht. De gedachte was dat we zelf wel zonder transfer naar de boot kunnen fietsen die om 7 uur 's ochtends vertrekt. Omdat het Tonle Sap waarover de boot richting Battambang vaart enorme verschillen in waterstand kent, afhankelijk van het seizoen, heeft de boot geen vaste aanlegsteiger. Je moet dus weten waar je moet zijn. Nou, en omdat wij niet 's ochtends vroeg in het donker willen rond dwalen op zoek naar die aanlegsteiger gaan we een dagje eerder dus even op zoek. We zien heel veel boten liggen, waaronder een heleboel toeristische boten. Maar we hebben geen idee hoe we nu de boot naar Battambang moeten herkennen. Inmiddels hebben we ook wel in de gaten dat "aanlegsteiger" een wat groot woord is ...We geven de zoektocht op als we door meer dan een halve meter water moeten waden om de weg te kunnen vervolgen. Aangezien het wegdek erg slecht is, de weg druk met taxi’s en we geen idee hebben waar we moeten zijn, besluiten we toch maar gewoon een taxi mee te bestellen bij de koop van het bootticket. Dat kaartje kopen we bij ons hotel; we betalen US$ 15, - per persoon en US$ 5, - per fiets. De taxi zit daarbij al in en we zullen om 6 uur opgehaald worden de volgende ochtend. Het enige waar we niet helemaal gelukkig mee zijn is het feit dat we wel betalen voor de fietsen, maar nergens wordt genoteerd dat we de fietsen dan ook mee kunnen nemen zonder de dag erna alsnog te betalen. Uiteindelijk kunnen we na veel zeuren de receptionist ervan overtuigen dat we ofwel willen dat hij het geld voor de fietsen terugbetaald of dat duidelijk op het ticket wordt gezet dat we de fietsen mee kunnen nemen. Het wordt het laatste (tenminste dat denken we, want we kunnen het Cambodjaanse schrift natuurlijk niet lezen). Nu de logistiek voor de volgende dag is geregeld stappen we weer op de fiets om richting Angkor Wat te gaan. Het Small Tour Circuit, voert langs de bekende toeristische tempels zoals Angkor Wat en Ta Phrom. Dit is af te zien aan de grootte van de parkeerplaats en de hoeveelheid bussen. En daar waar de toeristen zijn, zijn ook de vele verkopertjes. We vinden het allemaal wat minder dan de dag ervoor. Toch zijn veel dingen die we zien gewoon ronduit indrukwekkend. De trappen van Bayon zijn zo ongelooflijk steil en smal, dat het af en toe bijna eng is. Je wilt in ieder geval niet misstappen, want dan is er geen houden meer aan en het lokale ziekenhuis zien wij liever niet van binnen. De tempel Angkor Wat zelf hebben wij tijdens lunchtijd bezocht, dan zijn de touringcars met daarin de horden toeristen terug naar Siem Reap voor de lunch. Dat is een relatief rustig moment op de dag om Angkor Wat te bezoeken. We komen de fietsers die het kaartje aan onze fiets hadden gehangen tegen bij Angkor Wat. Ze verzekeren ons dat de echte boot zeker niet lijkt op de afgebeelde boot op het ticket. We vermaken ons op deze tweede dag wederom met de vasthoudendheid en logica van de souvenirverkopers. Wij zijn zelf niet echt gecharmeerd van de fluiten die verkocht worden. Als de zoveelste verkoper aankomt met zijn fluiten, zegt Patrick "ik kan geen fluit spelen". Het meisje pakt de fluit en speelt drie tonen voor hem "Now you know!" zegt ze vol overtuiging. Bij Angkor Wat worden we weer overspoeld door de kinderen die ansichtkaarten willen verkopen. Veel kinderen bieden bovendien aan dat ze wel op de fiets zullen passen. We kunnen als we bij de fietsen weglopen of er weer naar toe lopen doorgaans Patrick’s nieuwe toeter al van verre horen, want die doet het erg goed bij de kinderen (en bij de volwassenen trouwens ook hoor). Het kleine meisje genaamd Srei belooft Patrick om op de fiets te letten, als we richting de tempel lopen roept ze "Remember me, I remember you!". Na het bezoek aan Angkor Wat kopen we dan toch eindelijk een set ansichtkaarten bij Srei. Dat is voor de andere kinderen alleen maar meer reden waarom we bij hen ook ansichtkaarten moeten kopen. Als we antwoorden dat we al kaarten hebben, zeggen ze "Not the same". Hartverscheurend zijn de aanblikken soms. Zoals het zwaar verminkte jongetje dat zich afzijdig houdt van de groep en wacht tot we ons blikje cola leeghebben. Dan komt hij voorzichtig op ons af en wijst naar de lege blikjes. Hij verdient zijn geld met het verzamelen en inleveren van lege blikjes. Op zo'n moment zijn wij letterlijk beschamend rijk. Siem Reap - Battambang De volgende ochtend staan wij om zes uur klaar bij de receptie met onze fietsen en tassen. Natuurlijk is de taxi er niet om zes uur, noch om kwart over zes. Om half zeven heeft de juffrouw achter de receptie ons verzekerd dat er geen enkel probleem is, maar ze heeft toch zelf ook al wel eens gebeld met de bootmaatschappij. Nou maken we ons niet direct druk of we de boot wel zullen halen. De kans dat de boot precies om zeven uur vertrekt, lijkt ons niet zo groot. Om tien over half zeven rijdt dan toch onze taxi voor. Het is een busje dat al helemaal volgeladen is met mensen (aan de binnenkant) en spullen (aan de buitenkant). Je ziet alle toeristen in het busje met net zo veel ongeloof naar ons kijken als wij naar het volgepakte busje. De chauffeur ziet echter geen enkel probleem. Met een beetje inschuiven kan Maureen nog "makkelijk" mee in het busje en Patrick wordt met onze tassen en fietsen op het dak gezet. Op naar de boot denken wij dan, maar dat zagen we verkeerd. Na een paar minuten stoppen we bij het volgende hotel om nog eens vier toeristen (en hun enorme rugzakken) op te halen. Zij mogen ook allemaal plaatsnemen op het dak van het busje. De laatste paar kilometers naar de aanlegplaats zijn erg hobeelig. Patrick is dan ook druk met het vasthouden van de fietsen en het wegduiken voor laag overhangende kabels. We moeten nog verder door voor de aanlegplaats dan we de dag ervoor al op de fiets zijn geweest, we moeten nog wat water doorsteken. In het busje hoort Maureen een van de andere toeristen zeggen "net Costa Rica". Tja, daar weten wij alles van. Zodra de taxi stopt stromen er verkoopsters toe die stokbroodjes met smeerkaas en water aanprijzen. We hebben de dag ervoor in de supermarkt echter al water, blikjes en koekjes ingeslagen. Gelukkig worden we geholpen bij het verslepen van de spullen over de smalle gladde loopplank. Aangezien onze taxi als laatste bij de boot aankomt, zijn alle officiële zitplaatsen al bezet. Een paar van onze mede-laatkomers zijn hevig gepikeerd over het feit dat ze geen officiele zitplaats hebben. We zitten daarom op het dak. We hebben ons verheugd op een rustige dag op het water. Rustig omdat we niet hoeven te fietsen en rustig omdat we dus ook geen getoeter van het verkeer zullen horen. Na nog geen vijftig meter varen, wordt er door onze boot echter al druk getoeterd. Wij schieten in de lach, maar zullen tijdens deze dag op de boot leren dat op het water nog veel harder en vaker getoeterd wordt dan op de weg. We komen langs drijvende dorpen op de rivier. Als we Tonle Sap bereiken, moeten we allemaal benedendeks wat inschuiven. Ze zijn bang dat we anders zullen omslaan vanwege de golfslag op dit best wel grote meer… We zitten naast de motor en zijn blij dat we onze oordopjes binnen handbereik hebben. Patrick verricht nog wat hand en spandiensten door de slang van de waterafvoer vast te houden. Voortdurend wisselt de bemanning tussen de twee accu’s om de motor gaande te houden. Een van de bemanningsleden zet ons nog wel even op de foto met zijn hypermoderne mobiele telefoontoestel... Mhh, misschien moeten we op de eerste werkdag na deze fietsvakantie toch even op het werk gaan praten of we onze huidige bakstenen kunnen inruilen voor een moderne gadget. Na het oversteken van het meer mogen we weer op het dak plaats nemen. We raken even in lichte paniek als we maar zeven tassen tellen op het dak. Wat zoeken levert de 8e tas benedendeks op. Wat stom, we hadden nog wel onze tassen geteld voor we weggingen en waren toen in de overtuiging dat we alle tassen bij elkaar hadden. In de chaos van het worstelen van het busje naar de boot zijn we het overzicht kwijt geraakt. Dom, dom, dom, gelukkig allemaal eerlijke mensen daar. Volgens ons routeboekje duurt de boottocht 3 tot 5 uur, maar kan de vaartijd bij een lage waterstand oplopen tot 8 à 9 uur. Als we na vier uur varen bij een van de drijvende huizen aanleggen, weten we dat we op de helft zijn en dus nog een flinke zit te gaan hebben. De hele boot verlaat de boot op hetzelfde moment. Wij vinden het niet echt handig om met zijn allen tegelijk op het drijvende winkeltje te gaan staan. Het drijflichaam zakt langzaam wat lager in het water, je krijgt er natte voeten van. Als we weer gaan vertrekken, gaat iedereen op hetzelfde punt van de boot staan. Dat lijkt ons ook al niet echt handig gezien de mate waarin de boot overhelt. Maar we lijken de enigen te zijn die ons daar druk over maken. Een van de toeristen benedendeks gaat onwel tegen de vlakte. Dat is een heel slecht moment om ziek te worden, zo midden op het water. We horen een van de andere toeristen erg naief vragen "Is there a doctor in this village?" We krijgen ontzettend de neiging om te zeggen "wat denk je zelf". Het getoeter op het water gaat onverminderd voort. De rivier zit vol met bochten en men probeert elkaar op deze manier te waarschuwen. Het gaat alleen niet altijd goed. In een bocht komen we in aanvaring met een kleinere boot. Wij zijn even bang dat het ding zal zinken compleet met het hele hebben en houwen van de familie die op die boot woont. Wij vinden het dan ook onbegrijpelijk dat onze medetoeristen beginnen te lachen. We zijn net tegen het enige bezit van die mensen aangevaren; hun huis, voedselvoorziening en inkomsten tegelijk. De bemanning van onze boot schiet te hulp. De discussie spitst zich toe op de televisie die aan boord is. Dat vinden we dan wel weer apart. Ze hebben nauwelijks bezittingen maar wel een televisie aan boord (op een accu, want stroom hebben ze natuurlijk niet). Het lijkt ons niet direct het eerste dat je gaat kopen, maar ja, wij hebben natuurlijk makkelijk praten. Rond vier uur in de middag kwamen we dan toch in Battambang aan. We zaten ons al een tijdje af te vragen of er sprake zijn van een daadwerkelijke aanlegplaats in een haven. Als we een verzameling taxibusjes in de verte zien staan, realiseren we ons van een aanlegplaats geen sprake is. Een loeistijle helling naast een brug is de plek waar je de boot wordt geacht te verlaten. We krijgen, voor een paar muntjes, wat hulp om de tassen en fietsen weer van de boot af te krijgen. Terwijl alle andere toeristen in de taxi’s worden gelokt, zijn wij blij dat we ons eigen vervoer bij ons hebben. Daarmee kunnen we ook makkelijker zelf het hotel uitzoeken. Die avond slapen we in het TeO hotel, waar we tijdens het eten door vijf man aan bediening op de vingers worden gekeken. Nee hoor, dat vinden we helemaal niet vervelend… Wat Patrick wel echt vervelend vindt, is dat de vingers waar op wordt gekeken, nogal verbrand zijn. Zoals iedere ochtend hebben ook vandaag weliswaar Banana Boat zonnebrand opgespoten. Maar onze handen hebben we daarbij niet meegenomen. Deels omdat dat niet prettig is, als je eens met je handen in je ogen wrijft bijvoorbeeld. En deels omdat we altijd daar altijd fietshandschoenen overaan doen. Altijd, tenminste als we fietsen. Vandaag dus niet. Patrick's handen zijn dan ook heftig verbrand van een hele dag in de tropische zon. Het zal nog zeker drie dagen duren voordat ze hun normale kleur weer terugkrijgen. Battambang - Phnom Penh Als we de volgende ochtend Battambang per fiets verlaten, worden we ingehaald door een bromfietser die graag een praatje met ons wil maken. Hij blijkt leraar op een lagere school te zijn, zo’n 20 kilometer bij Battambang vandaan. Hij stelt natuurlijk de traditionele vragen als waar we vandaan komen en waar we naar toe gaan. Hij wil graag zijn Engels met ons oefenen. Als we eindelijk bij zijn school zijn aangekomen, zijn we wel redelijk uitgepraat. Hij vraagt nog of we zijn school willen bezichtigen, maar dat aanbod slaan we vriendelijk af. We fietsen die dag een lange etappe van ruim 100 kilometer. Het alternatief is na een krappe vijftig kilometer de rest van de dag en nacht op een stoffig kruispunt in een nogal basic guesthouse door te brengen. Daar voelen we niet zo veel voor. De weg is goed en bergen zijn ver te zoeken, dus op zich is zo’n lange etappe goed te doen. Wel steekt vanaf tien uur een straffe tegenwind de kop op, waardoor we alsnog redelijk afgemat in Pursat aankomen. We kopen op de markt in Pursat bananen en heerlijke cakejes. Als avondeten proberen we de gevulde stokbroodjes. Op het stokbroodje wordt een soort paté gesmeerd (in de Lonely Planet staat hierover "it looks like paté (don’t ask!)". Wij denken dat het varkensvlees is. Dat komt vooral omdat we ook varkensoren zien liggen in de betreffende verkoopkarretjes. Vervolgens worden er groenten en vlees op het broodje gedaan. Terug op onze hotelkamer nuttigen we onze stokbroodjes. Maureen vindt het niet erg smakelijk en eet zo min mogelijk van het vlees. Patrick eet heel dapper het hele stokbrood op, maar zal daar later op de avond nog een paar keer spijt van hebben... De volgende ochtend zijn we al weer vroeg op pad, volgens ons routeboekje hebben we een etappe van 95 kilometer voor de boeg, waarvan zo’n 50 kilometer onverhard. Als wij onze fietsen aan het beladen zijn, zien we weer eens dat de Cambodjanen geen auto hebben leren rijden. Bij het achteruitrijden van een busje is zo'n vijf man nodig. Eén chauffeur en vier man om hem aanwijzingen te geven. En dan nog zit het busje bijna tegen de geparkeerde auto’s aan op een vrijwel verlaten parkeerterreintje! Ons vermoeden dat je een voertuig mag besturen als je het kan betalen, wordt hiermee weer versterkt: "als je het ding de showroom uit kunt rijden dan ben je blijkbaar in staat een auto te besturen". Onderweg bedenken we dat het vandaag nationale boomkapdag is. Hele klassen met schoolkinderen staan langs de kant van de weg met een kapmes in hun handen. Meestal is slechts een enkeling wat aan het doen en staat de rest erbij te kijken. En als wij langs komen, staat iedereen naar ons te kijken en te wijzen. De groepjes met schoolkinderen zijn bij ons niet echt favoriet; de meisjes beginnen doorgaans met z’n allen te giechelen. De jongens hebben, als ze zelf op de fiets zitten, regelmatig de neiging om een stukje met ons mee te fietsen. Op zich niet erg, maar het werkt ons wel op de zenuwen als we worden ingehaald door zo’n groepje jongens, dat ons dan afsnijdt en direct het tempo dramatisch laat zakken, zodat wij er weer voorbij moeten en dan halen ze ons weer in… Dit gebeurt niet een keer, maar een paar keer achter elkaar. Bovendien zijn er meer die op dit briljante idee komen, dus het gebeurt ons regelmatig meerdere malen per dag. Patrick krijgt ook nog bijna een aanrijding met een van de scholieren. Ze besluit na het omkijken (wat op zich al heel bijzonder is) in eerste instantie niet over te steken aangezien Patrick eraan komt, maar bedenkt zich dan en gooit toch het stuur naar links. Patrick kan nog net uitwijken, dat ging net goed. Nee, de fietsende schoolkinderen in Cambodja en Vietnam zijn bij ons zeker niet favoriet. De dag erna rijden we naar Phnom Penh. Daar nemen we een kamer in het Indochina II hotel. We stallen de fietsen in de keuken, die gaan we voorlopig een paar dagen niet gebruiken. Voor ons is het oudejaarsdag, maar in Cambodja is het pas begin april nieuwjaar. Er is dan ook helemaal niets te merken van de aanstaande jaarwisseling. We gaan lunchen op een terras dat uitkijkt op de Mekong rivier. Daar hebben we al snel spijt van, we worden al snel ontdekt door bedelaars, schoenpoetsers en boekverkopers. Na ongeveer vijf minuten hebben we zo al tien personen weggestuurd. Voeg daar dan nog de continue aanbieding van brommers en tuktuks (tijdens het nuttigen van je maaltijd!) aan toe; wij worden daar niet echt vriendelijker van. We verschansen ons dan ook met heel veel plezier in de Foreign Correspondance Club (FCC). Dit restaurant zit namelijk niet op de begane grond maar op de eerste verdieping en heeft heerlijke stoelen, lekkere muziek, lekker eten en al met al een lekker sfeertje. We brengen hier dan ook een middag lezend door. In Phnom Penh zien we ’s ochtends in een bijna ononderbroken rij boeddhistische monniken langs diverse winkels trekken. Ze komen voor de winkel staan en blijven dan staan wachten tot ze geld of eten krijgen. We hebben gelezen dat de monniken alles moeten krijgen. De eerste monnik die wij tijdens deze fietsvakantie hebben gezien was een monnik in het Grand Palace in Bangkok, die met een videocamera rondliep. Tja, die zal ook wel gekregen zijn, dachten wij toen. We hebben alle regels over eten op (tropische) vakantiebestemmingen inmiddels wel zo’n beetje aan onze laars gelapt, maar dat blijft niet ongestraft goed gaan. Die regels zijn: alleen eten als je het kan koken, pellen of bakken, geen salades dus, geen zuivelproducten als ijs en slagroom, geen rauw vlees. Als we op oudejaarsavond als toetje ijs en pannenkoek met slagroom bestellen, lijkt dat toch de spreekwoordelijke druppel te zijn geweest. Dit jaar geen enorm oud-en-nieuw-feest in Phnom Penh (niet dat we dat van plan waren en niet dat we daar iets van hebben kunnen merken) maar vooral ziek, erg ziek. Gelukkig blijven we twee dagen in Phnom Penh en is het daarmee niet zo erg dat Maureen zo ziek is. Als Maureen de tweede dag weer een beetje begint op te knappen, gaan we naar het Tuol Sleng museum, ook wel bekend als S21 en daarna naar de killing fields van Choeung Ek. We hebben vooraf wel getwijfeld of we deze twee locaties wilden bezoeken. We hebben bij een van de boekverkopers het boek S21 gekocht (wat natuurlijk een kopie is, zoals alle boeken en reisgidsen die je op straat kan kopen in Cambodja en Vietnam). We huren voor de hele dag een tuktuk en laten ons eerst naar S21 rijden. We huren een gids, die zo later blijkt, zelf ook een deel van haar familie hier heeft verloren. Tuol Sleng is een voormalige school, die door de Khmer Rouge is gebruikt als gevangenis en martelplaats om de gevangen te ondervragen. In totaal zo'n 14.000 mensen brachten hier de laatste dagen van hun leven door onder erbarmelijke omstandigheden waarbij ze continu werden gefolterd om "de waarheid" te achterhalen. Vanuit Tuol Sleng werden de mensen vervolgens naar Choeung Ek gebracht en daar vermoord. We zijn vooral erg onder de indruk van de rijen met pasfoto’s die in een aantal van de voormalige gevangenenzalen (en voorheen klaslokalen) te zien zijn. Onze gids vertelt ons erbij dat de foto’s van de mensen met pet de bewakers zijn en de mensen zonder pet de gevangenen. De gezichten zijn voor ons echter vergelijkbaar. Zonder gids zouden we nooit hebben geweten dat niet alle foto’s van de gevangenen waren. We hebben ook nog de film bekeken die in de voormalige gevangenis wordt gedraaid, maar daar vonden we het verhaal wat warrig van. We raden wel aan om een gids te nemen die je het museum rondleidt. Na de deprimerende rondleiding door S21 zijn we naar de killing fields gereden. Daar hebben we ook een gids gehuurd, maar die voegt (zeker als je een gids hebt gehad in Tuol Sleng) weinig toe. De killing fields en het Tuol Sleng museum zijn indrukwekkende plaatsen, waar je stil staat bij de oorlog die Cambodja heeft verscheurd. Bij de killing fields zijn de botten en schedels van zo’n 8.000 mensen opgegraven en in een stupa geplaatst. Onze gids heeft ons meerdere malen aangespoord om hier foto’s van te maken, maar wij voelen er niets voor om deze foto’s te maken. We vonden het maar bizar en luguber, dat je over de paadjes van de killing fields loopt en de gids je de botten en een enkele kies aanwijst. Het gebruikelijke knerpen van de plaatjes onder onze fietsloopschoenen geeft hier een bijzonder onaangenaam gevoel. We zien allerlei (vooral Aziatische) toeristen foto’s maken van zichzelf voor de killing fields, maar dat vinden wij nu niet echt een goed moment voor de zelfontspanner. De gedachte die Patrick vooral bezig hield op deze plek is dat we een dergelijk monument ook aan de andere kant van de wereld, Srebrenica om precies te zijn, zouden kunnen bouwen. Tijdens het avondeten in het restaurant bij het Indochina 2 hotel ligt er een Lonely Planet over Cambodja uit 1996. Hierin zijn alleen de tempels van Angkor en Phnom Penh beschreven, daarnaast zijn nog hooguit vier pagina’s aan Sihanoukville gewijd. De rest van Cambodja werd in die periode als onveilig voor toeristen beschouwd. Over fietsvakanties in Cambodja staat er "reizen per fiets in Cambodja is onverantwoord". Tja, zo heel lang geleden is dat nog niet. Dat maakt toch wel indruk op ons. Phnom Penh - Chau Doc Na twee dagen Phnom Penh zijn we wel weer toe aan een stukje fietsen. Maureen heeft ondanks de pillen toch nog een slechte nacht gehad, waardoor ze niet echt uitgeslapen op de fiets zit. Phnom Penh uitrijden is een verzoeking; iedereen begint en stopt met rijden waar hem dat het beste uitkomt. En alles gebeurt zonder te kijken. Je moet er voortdurend rekening mee houden dat iemand iets onmogelijks gaat doen, helemaal als het betreffende voertuig een stuk zwaarder is dan jij. Het routeboekje van Asian Way of Life geeft diverse opties na Phnom Penh. De hoofdroute brengt je naar Sihanoukville. Wij hebben vier weken vakantie, maar zullen de laatste paar dagen in Singapore doorbrengen. We kiezen dan ook niet voor de optie naar Sihanoukville. We willen best graag naar de zee. Maar dan willen we daar ook een paar dagen blijven relaxen, zoals we tijdens onze fietsvakantie in Maleisië twee jaar daarvoor heerlijk op Tioman hebben gedaan. Aangezien we daar de tijd niet voor hebben, gaan we ook niet op en neer naar Sihanoukville. We besluiten dan ook om de route via Takeo naar Chau Doc in Vietnam te nemen. Als we in Takeo om kwart over zes ’s ochtends het gordijn opendoen, zien we al weer scholieren langs fietsen. De schoolgaande jeugd in Cambodja stelt ons voor een raadsel. Het maakt niet uit hoe laat op de dag het is, altijd zijn er scholieren onderweg van of naar school. We vragen ons af wanneer ze dan daadwerkelijk les krijgen. Ook de aantallen kinderen is iets om je over te verbazen. De bevolkingsaanwas in deze regio moet echt fenomenaal hoog zijn gezien de enorme hoeveelheden kinderen die wij iedere dag weer zien. Wij veroorzaken die ochtend twee verkeersongelukken. Nou ja, veroorzaken… Het eerste ongeluk is nog geen honderd meter bij ons hotel vandaan. Wij fietsen rustig door de straten van Takeo. Een groepje scholieren is echter drukker met kijken naar ons dan met kijken naar elkaar en tuimelt met fiets en al over elkaar heen. Het tweede ongeluk betreft een door nieuwsgierigheid getroffen man die met brommer en al omvalt, zo onder de indruk van onze aanblik. We hebben die ochtend ter afscheid van Cambodja nog circa 50 kilometer onverharde weg voor de boeg. De stofdoeken zijn al weer snel nodig om het tandenknarsen te beperken. De weg varieert van onverhard rul zand tot stuk gereden restanten asfalt. We verbazen ons die ochtend zoals wel vaker weer over het feit dat in een dorp alle verkopers hetzelfde verkopen. We drinken wat in een dorpje waar iedereen gepocheerde eieren op een stokje verkoopt. Zulke eieren op stokjes hebben we in Cambodja nog niet eerder gezien. Een heel dorp verkoopt meloenen of benzine in Petflessen of eieren op stokjes. Maar variatie binnen zo’n dorp is er nauwelijks. De kans dat je dus wat verkoopt lijkt ons niet zo groot, aangezien de keuze aan verkopers groter is dan de keuze aan koopwaar. Het lijkt ons veel handiger om zelf meloenen te gaan verkopen als je buurvrouw ananas verkoopt. Volledig onder het stof komen we na drie uur trappen bij de Vietnamese grens aan. We hadden ons al voorbereid op bureaucratie en geduld. In het hokje van de Cambodjaanse grenswacht moeten we plaats nemen. De Cambodjanen en Vietnamezen moeten blijven staan, maar wij worden met een ferm "sit down" richting het bankje gedirigeerd. Iedere pagina, vol of leeg, van ons paspoort wordt uitgebreid bestudeerd. Het immigratieformulier dat we bij de grens met Poipet hebben ingevuld wordt nageplozen en her en der lijkt de beambte Maureen’s handschrift te willen verduidelijken. Dan is toch eindelijk het moment daar dat de stempel uit de la wordt gehaald. De stempel wordt op het inktkussen gedrukt, de hand van de man met de stempel zweeft boven het paspoort…. Nee! Hij bedenkt zich en gaat nogmaals alle pagina’s controleren. Zekerheid boven alles moet de man gedacht hebben. Wij blijven geduldig en vriendelijk zitten op het bankje. Nadat hij opnieuw een pagina heeft uitgezocht, komt dan toch eindelijk de stempel in het paspoort. In het eerste paspoort welteverstaan, het tweede paspoort ondergaat eenzelfde behandeling. Bij de Vietnamese grens aangekomen worden we direct gefilmd door een toevallig aanwezige cameraploeg. De Vietnamese douane wil al onze tassen door de X-ray machine halen. Wij vinden het prima, we vinden het alleen een beetje raar dat onze tassen zo nauwkeurig worden onderzocht, terwijl alle brommers en vrachtwagens zonder enige controle de grens over mogen. Wij vullen weer eens wat formulieren in, halen alle tassen van de fiets en zijn allang blij dat ze de fiets niet ook door de X-ray machine willen halen. We moeten nog een gezondheidsverklaring hebben, die we krijgen als we daar 4000 Dong voor betalen. We hebben geen Vietnamese Dong want die hebben wij ondanks herhaalde pogingen nog niet kunnen wisseln in Cambodja. Geen probleem, als je het dubbele bedrag in Cambodjaanse Riel betaalt is het ook goed. Weer een stempel erbij, zullen we maar zeggen. Uiteindelijk is de filmploeg klaar met filmen en mogen we Vietnam binnen. We hadden nog gehoopt dat het verkeer in Vietnam minder zou toeteren en de mensen minder "hello" zou roepen. Na nog geen vijfhonderd meter in Vietnam te hebben gefietst, weten we al dat dat een ijdele hoop was. De weg naar Chau Doc is van slechte kwaliteit asfalt, smal en druk. Aan beide zijden van de weg staan direct huizen; meer ruimte voor de weg is er eenvoudigweg niet. Verder valt ons op dat er heel veel rode socialistisch getinte vlaggen hangen. Vietnam is ongelooflijk druk, het verkeer is nog chaotischer dan in Cambodja. Bijkomend probleem is dat in Vietnam ook nog vrij veel vrouwen een rijdend winkeltje met bijvoorbeeld kleren of groenten voortduwen langs de kant van de weg. Verder is het aantal brommers hoger dan in Cambodja. In de krant lezen we dat in Vietnam 800.000 auto’s rijden en 12 miljoen brommers. Daarnaast is Vietnam een echt fietsland. Hebben we ons in Cambodja verbaasd over alles wat je op de brommer kan meenemen, in Vietnam blijkt alles ook op de fiets meegenomen te worden. Wie denkt dat de gemiddelde vakantiefietser of wereldfietser zwaar is bepakt, is maar een beginner in Vietnam. Vier eenpersoons matrassen, tien zakken rijst van 25 kilo, maar ook een fiets vol met zakjes met goudvissen… Chau Doc - Vinh Long In Chau Doc hebben we een fraai uitzicht over de rivier. Wat een bedrijvigheid en wat een herrie! De mensen die op een gemiddelde boot varen, moeten een dramatisch slecht gehoor hebben. We gaan eten in het beroemde, koloniale Victoria hotel, deels in de hoop dat dit goed zal zijn voor Maureen’s maag. Dat blijkt niet het geval, maar Patrick geniet wel van een biefstukje van een niet-bejaarde of ondervoede koe. Maar ja, als je die Cambodjaanse en Vietnamese koeien ziet, snap je wel waarom het niet eenvoudig is om een lekker biefstukje te kunnen eten. Ook in Vietnam zijn de fietsende schoolkinderen niet favoriet bij ons. Als we onderweg van Chau Doc naar Long Xuyen weer eens terechtkomen tussen de gniffelende meisjes en de stoere jongens, vinden wij het tijd voor colaatje. Daar maken we onverwacht kennis met een typisch Aziatisch fenomeen, dat in Vietnam ongekend populair is. Terwijl wij genieten van ons koele colaatje (het ijs wordt stukgeslagen, wat direct voor een koud drankje zorgt), horen we Vietnamese muziek op de televisie. We hebben het samen over de mate waarin muziek cultureel bepaald is. We vinden het nummer namelijk niet om aan te horen. Maar ineens ziet Maureen dat er twee volwassen Vietnamese kerels op de bank naar de televisie zitten te kijken die de microfoon doorgeven: ze zijn Karaoke aan het doen… We kunnen alleen maar hopen dat ook de Vietnamezen vinden dat die man niet kan zingen. In Long Xuyen nemen we het "luxe" hotel. Dat blijkt een groot hotel te zijn, dat hoegenaamd ingesteld is op buitenlandse toeristen. Het personeel spreekt echter totaal geen woord over de grens en van de faciliteiten wordt waarschijnlijk alleen de Karaoke regelmatig gebruikt. We proberen te lunchen in het hotel, maar dat valt helemaal niet mee. Het restaurant zou de hele dag door open moeten zijn, maar er is helemaal niets of niemand te bekennen. Als we proberen te vragen bij de receptie of we iets te eten kunnen krijgen, begint de juffrouw achter de receptie te lachen, maar een antwoord krijgen we niet. Dat typische gedrag zullen we in Vietnam nog vaker tegenkomen en we hebben er niet aan kunnen wennen. De volgende dag nemen we in Can Tho weer het luxe hotel. Dit komt omdat we op de eerste verdieping een mooi groen aangekleed terras zien waar heel veel mensen zitten. Kijk, dat lijkt ons wel wat en er is ook een zwembad. Als we na het inchecken en het douchen op zoek gaan naar dat betreffende restaurant, kunnen we het niet vinden. Wel zijn er meerdere restaurants, maar er is weer geen kip te bekennen. We spreken af dat we niet meer in het meest "luxe" hotel zullen gaan zitten. ’s Avonds gaan we eten in een toeristisch bolwerk dat hoog op de top drie van de Lonely Planet staat. Er zitten dan ook alleen maar westerse toeristen met de Lonely Planet onder de arm (net als wij!). Ook typisch Vietnamees: tegen de tijd dat Maureen haar pizza krijgt, heeft Patrick de zijne al bijna opgegeten, omdat die zo een kwartier eerder is gebracht en anders koud wordt. We eten die avond weer eens een toetje: Patrick gaat voor de appeltaart met ijs. Maureen wil alleen appeltaart, geen ijs. Patrick zegt nog "weet je dat zeker?", waarop Maureen antwoord "ik wel, jij ook?". Het gaat goed, tot het begin van de ochtend. Patrick wordt in schrikbarend tempo overvallen door diarree. We zijn op dat moment al bijna door onze anti diarree tabletten heen. We kunnen natuurlijk gewoon tot 12 uur in de kamer blijven zonder dat het meteen extra geld kost. We zijn dan wel gewend om altijd vroeg op pad te gaan, maar dat hoeft natuurlijk niet persé. Maureen is met de Lonely Planet onder de arm op zoek gegaan naar een drogisterij gegaan in een poging om een nieuwe voorraad tabletten in te slaan. Na het aanwijzen van het woord diarree in de woordenlijst, kreeg ze tabletten en de (Engelstalige) bijsluiter in de handen gedrukt. Even goed lezen. Mhh, volgens mij is dit gewoon paracetamol. Dat hebben we niet nodig, ze schudt maar eens met het hoofd. De man achter de toonbank geeft andere tabletten en de bijsluiter. Weer goed lezen… artritis? Nee, dat lijkt ook niet verstandig. Nogmaals diarrhoea – tiêu chay aangewezen. Toen kwamen dan toch de immodiumtabletten en alles wat daar op leek op de toonbank. Maureen koos voor de tabletten waar de bijsluiter aan vast zat, dat geeft een prettiger gevoel. Deze tabletten bleken bij nadere inspectie door Patrick vervolgens een monster te zijn: "not for resale" prijkte op de verpakking. Die dag kunnen we nog vooruit met de diacuretabletten van thuis, dus laten we hopen dat we ze niet nodig hebben. Can Tho is overigens erg toeristisch, we komen er uiteindelijk in Saigon achter dat Can Tho een populaire excursiebestemming is voor toeristen in Vietnam. Can Tho is erg beroemd om haar drijvende markten. We worden op straat dan ook voortdurend gevraagd of we een boot willen huren. Dat willen we niet, we hebben immers in Cambodja al een hele dag op de boot van Siem Reap naar Battambang gezeten. Als Maureen ’s ochtends nog even wat door Can Tho loopt om foto’s te maken, komt ze weer langs het overvolle terras op de eerste verdieping. Dit zit inderdaad aan de achterzijde van het Golf Cantho hotel, maar het hoort er dus niet bij. Vandaar dus, dat we het niet konden vinden. Tegen half tien in de ochtend is Patrick voldoende opgeknapt om op de fiets te willen stappen. De hitte als we buitenkomen, valt ons zwaar. We zijn gewend om vroeg te beginnen, als het nog relatief koel is. Om half tien is van die koelte niets meer over. Maureen is Patrick’s held van de dag als ze opmerkt dat we in plaats van de 65 kilometer volgens het routeboekje naar Vinh Long ook over de drukke weg in slechts 35 kilometer op de volgende bestemming kunnen staan. Het zijn voor Patrick twee lange en zware fietsuren. Net voordat we bij het hotel aankomen, voelt hij zich dusdanig ziek worden, dat we nog even langs de kant van de weg moeten stoppen. Hij zit weer tegen uitdroging aan, maar gelukkig voelt hij dat tegenwoordig aankomen. Zodra we bij het hotel hebben ingecheckt stuurt Maureen Patrick naar bed. Nou ja, eerst wat drinken om het vochttekort op te lossen en dan naar bed. Vinh Long - Saigon (Ho Chi Minh City) Maureen wordt op straat een aantal keer aangesproken door oudere Vietnamezen, die graag hun Frans met je willen oefenen. Helaas spreekt Maureen slechts een zeer beperkt woordje Frans. Als een van de Vietnamese oudere dames vraagt waar we vandaan komen, antwoordt Maureen "Holland", waarop de vrouw als antwoord zegt "La vache qui rit". Tja, daar weet Maureen dan weer geen antwoord op. Wat moet je in vredesnaam antwoorden op een lachende koe? Tegen het eind van de dag is Patrick weer aardig opgeknapt. Voorlopig toch maar wat voorzichtiger zijn met wat we eten. De fietsdag van Vinh Long naar Mytho is niet onze beste dag van deze fietsvakantie. Als we ergens langs de kant van de weg wat gaan drinken, doet de eigenaar een poging om ons af te zetten. We betalen in Vietnam doorgaans ergens tussen de 5.000 en 8.000 Dong voor twee flesjes frisdrank. Maureen geeft dan ook doorgaans een briefje van 10.000 of 20.000 Dong en dan krijgen we vanzelf wel wat terug. Ze geeft ook nu een briefje van 10.000 Dong. De man zegt dat het 20.000 Dong moet zijn. Maureen zegt dat ze dat veel te veel vindt en betaalt niet bij. Dat is blijkbaar ook goed, dan maar 10.000 Dong moet die kerel gedacht hebben. We drinken de cola op en gaan snel weg terwijl Patrick de uitbater nog wat onvriendelijkheden toe bijt. We zijn dan nog nijdig van het voorval als we vier jongens op de fiets inhalen. Ze halen ons in, gaan naast ons rijden en snijden ons af. Vervolgens laten ze het tempo zakken, zodat we er weer voorbij moeten. We zijn niet in de stemming. We vragen bij de tweede keer als ze ons inhalen of ze ons met rust willen laten. De derde keer zeggen we dat ze moeten ophoepelen. Als de twee jongens die samen op de fiets zitten dan alsnog een poging doen om ons weer in te halen, heeft Patrick het helemaal gehad. Patrick rijdt de jongens van de weg af. Niets ernstigs hoor (vonden wij zelf), ze rijden een erf op waar ze achterna worden gezeten door een hond. We zijn in ieder geval van ze af! In My Tho gaan we lunchen in het restaurant dat in ons routeboekje staat aangeprezen om de lekkere pannenkoeken. Dat bestelt dus iedere vakantiefietser die daar met een routeboekje van AWOL komt, dus de eigenaresse weet breed lachend al wat we willen bestellen nog voordat ons achterwerk de stoel heeft geraakt. Wij hadden gerekend op pannenkoeken ongeveer zoals wij die kennen. Helaas, we krijgen een soort omelet met garnalen en groenten erin meegebakken. De eigenaresse doet voor dat we een stuk pannenkoek en wat van de groenten in een rijstevel moeten rollen en dat dan dopen in de saus. We vinden het echt helemaal niet lekker, ook niet nadat we de garnalen eruit hebben gepulkt. Dus, heb je een fietsvakantie via Asian Way of Life naar Cambodja op de planning staan: de pannenkoeken in My Tho hebben niets van doen met pannenkoeken in de Nederlandse zin van het woord. We zitten redelijk aan onze tolerantiegrens deze dag. We kunnen dan ook maar met moeite vriendelijk blijven tegen alle mensen die ons een boottochtje of een ritje op de brommer willen verkopen. Een van de mannen vindt echter dat we een mooie doelgroep zijn en laat ons niet los als verkoopdoelgroep. Terwijl wij door de straten van de stad lopen op weg naar het Internetcafé blijft hij naast ons rijden. En hij blijft zeggen dat we wat bij hem moeten kopen. Echt, we worden er niet vrolijker van. We moeten dan ook behoorlijk expliciet worden om de man te doen opkrassen. We concluderen dat het maar goed is dat we bijna klaar zijn met fietsen in Vietnam. ’s Avonds proberen we in het restaurant bij het hotel weer wat te eten te krijgen. We krijgen de kaart. Als we vervolgens de bestelling doorgeven, blijkt de kaart niet meer te kloppen. Ze hebbengeen kip en geen rund, je kunt kiezen uit seafood, seafood en seafood. We zeggen dat we dan niets willen en gaan weer weg. Echt, het is niet onze beste fietsdag. En al met al is Vietnam niet ons favoriete fietsvakantieland geworden. We vinden de mensen vaak onbeleefd, het toeschreeuwen, nawijzen en uitlachen staat ons tegen. We vinden de bediening in hotels (die toch claimen op toeristen te zijn gericht) onder de maat, het eten is lauw of koud en komt niet op het juiste tijdstip. En de prijs die je als toerist moet betalen, ligt minimaal een factor twee hoger dan voor de Vietnamezen zelf. Kortom, vergeleken met Cambodja (en de fietsvakantie in Maleisië twee jaar eerder) is Vietnam niet aan ons besteed. Saigon - Singapore De laatste fietsdag naar Saigon is vooral druk maar verder weinig spannend. Als we de dag erna door de stad lopen en we kijken naar al de brommers, auto’s en fietsers, kunnen we ons nauwelijks voorstellen dat wij in die chaos zonder ongelukken hebben kunnen fietsen. Belangrijkste advies wat we je kunnen geven als je naar Vietnam gaat: ren niet de straat over, maar loop heel langzaam. Begin wel gewoon te lopen anders sta je volgend jaar nog te wachten tot er een geschikt moment komt. Je moet het verkeer alleen de kans geven om te bedenken aan welke kant ze je zullen passeren. Voor Saigon hebben we ook niet echt wat op het programma staan. Het enige wat we willen bezoeken is het War Remnants Museum, voorheen ook bekent als het Museum of Chinese and American War Crimes. Bij de kassa krijg je een pamflet uitgereikt met de tekst "some pictures of US Imperialists agressive war crimes". Na bezichting concluderen we alleen dat de propaganda te ver is doorgeschoten. Het is in ieder geval duidelijk dat de Vietcong heeft gewonnen en zij het verhaal hebben mogen samenstellen. De rol van het Zuid-Vietnamese leger is geheel buiten beschouwing gelaten. Het is een eenzijdig verhaal van de slechte Amerikanen tegen de lieve onschuldige (Noord) Vietnamezen. Even voor de duidelijkheid, we willen de rol van de Amerikanen zeker niet goed praten: de Amerikanen hadden niets in Vietnam te zoeken. Maar wat in het museum wordt getoond, is wat ons betreft ook niet de waarheid, sterker nog de term geschiedvervalsing kwam een paar keer in de gedachten op. We waren ook nog even van plan om naar de Cu Chi tunnels te gaan. Nadat we hebben gelezen dat de tunnels niet origineel zijn, maar zijn nagebouwd (anders passen wij als westerse toeristen er immers niet in) en we erachter komen dat de excursie ons 35 dollar per persoon gaat kosten, besluiten we deze optie aan ons voorbij te laten gaan: het War Remnants "museum" was ook wel weer genoeg propaganda voor een dag (en eigenlijk ook wel genoeg voor een fietsvakantie). We proberen nog om eerder naar Singapore te gaan. We zitten namelijk aan onze limiet van Vietnamezen in het algemeen en Vietnamese verkopers in het bijzonder, als het zo door gaat komen we volslagen overspannen thuis. Gek worden we ervan: "Hé mister, wil je op de brommer? Postcard? Brommer? Cyclo? Krantje? Kauwgompjes? Kokosnoot? Op de brommer? Give me Money!! Wil je op de brommer? Met de boot? Krantje?". Echt, het houdt maar niet op. En het is pas half tien ’s ochtends als we de twintigste verkoper het bos insturen (Voor de goede orde: dan zijn wij dus pas vijf minuten op straat). We gaan dan ook langs bij het kantoor van Singapore Airlines. Als we rond half tien bij de beste man aan het bureau staan, kunnen we inderdaad eerder naar Singapore vliegen. Dan moeten we wel met de vlucht van tien over twaalf mee. Tja, als we alleen een koffer hadden gehad als bagage, zou het gegaan zijn. Maar binnen 2 1⁄2 uur krijgen wij nooit onze fietsen goed ingepakt in het vliegtuig naar Singapore. Dus bedanken we voor de moeite en gaan we maar wat shoppen. We hebben de dag ervoor gelakte schalen gezien die we wel mooi vinden. Alleen krijgen we dat nooit mee naar huis in onze bagage, dus zullen we ze moeten opsturen. We gaan met onze schalen naar de dozenwinkel tegenover het postkantoor. Hier hebben we de dag ervoor al een flinke voorraad bubbeltjesplastic gekocht om onze fietsen mee in te pakken. Voor 15.000 dong wordt voor ons een doos op maat gemaakt en de schalen worden ingepakt. We lopen eerst even langs bij UPS, maar US$ 280 voor het opsturen van een pakket van vier kilo gaat ons wat te ver, wij gebruikten de term "obsceen" om het aanbod van UPS af te slaan. Maar hoe leg je aan iemand die amper drie woorden Engels kent uit dat je niet wilt dat het pakketje de volgende dag thuis al wordt bezorgd. Dan zijn we zelf nog niet eens thuis om de deur open te doen voor de pakketdienst. We besluiten het gewoon per post te gaan versturen. Dat komt goed uit want het kantoor van UPS zit naast het internationale postkantoor. We proberen uit te zoeken wat we allemaal moeten invullen voor we het pakket überhaupt verstuurd krijgen. We krijgen van balie 1, de informatiebalie, een stapel formulieren mee die we moeten invullen. Als we ons adres moeten invullen, moeten we toch echt even nadenken. We wonen tijdelijk in een huurhuisje en aangezien het tijdelijk is, hebben we minder moeite gedaan om het adres uit ons hoofd te leren. Laat staan het telefoonnummer. Als we alles op goed geluk hebben ingevuld gaan we terug naar de dame van balie 1. We worden door haar naar balie 4 gestuurd. Daar aangekomen wordt onze doos in ontvangst genomen. We worden ernstig toegesproken dat we de twee tassen rieten tassen die als vulmiddel in de doos wordt gebruikt, niet op het formulier hebben gezet. En vervolgens worden we, zonder pakketje, weer naar balie 1 gestuurd om een postzegel te gaan kopen. Daar staan we vervolgens een kwartiertje in de rij. We verbazen ons over het feit dat de Vietnamezen verpakkingsmateriaal dat ze zelf niet nodig hebben, gewoon op de grond gooien. Wij hebben het idee dat Vietnam er niet gaat komen qua milieu met het kaartje in ons hotel waarmee wij hebben vanochted aangegeven dat het niet nodig is om ons bed te verschonen. Blijkbaar vindt de meneer van balie vier het ook te lang duren, hij staat te seinen. Maureen gaat naar hem toe. We moeten een rol plakband bij hem kopen en dan is het goed. Merkwaardig, wij zijn de enigen die een rol plakband moeten kopen. We vragen nog waarom we nu geen postzegel meer nodig hebben, maar uit die discussie komen we natuurlijk niet uit. We kopen de plakband en de man gaat aan de slag met het volledig dicht tapen van ons pakketje. Dat heeft de man duidelijk vaker gedaan. De goede man stuurt ons door naar de volgende balie. Hier neemt een man de papierhandel van ons over en voert alles in een computer in. Nadat dit gebeurt is moeten we naar de volgende balie. Hier mogen we afrekenen, iets meer dan US$ 30,- voor vervoer over land (maar gaat per boot), luchtpost kost twee keer zoveel. De dame accepteert gelukkig onze Amerikaanse dollars. Uiteindelijk ligt ons pakketje bij de stapel te versturen bootpost. We hebben geen idee hoe lang zo’n pakket onderweg zal zijn. Als we het ontvangen, zullen we het even melden. (Uiteindelijk heeft het bijna vier maanden geduurd voordat we het pakketje eindelijk kregen. We hadden tegen die tijd echt al niet meer verwacht dat het nog aan zou komen. Op het postkantoor aangekomen, bleek de doos echt flink beschadigd, maar eenmaal thuis viel de schade reuze mee. Van een schaal is een klein beetje lakwerk beschadigd. Mocht je jezelf dus een pakketje willen sturen: zorg dat je een hele stevige doos laat maken en zorg dat de inhoud geen kant op kan. En verder moet je dus heel veel geduld hebben, als je post per boot verstuurd). Terug in het hotel worden de fietsen door Patrick zorgvuldig ingepakt in bubbeltjesplastic. Alleen het stuur en de derailleur worden voorzien van wat karton voor extra bescherming. De IKEA-tassen worden dicht geregen met onze waslijn. We hebben een taxibusje geregeld dat ons naar het vliegveld zal brengen. Als we vanuit de taxi naar het verkeer om ons heen kijken, kunnen we ons alweer niet voorstellen dat we hier hebben gefietst. Het lijkt, zeker vanuit een auto, veel enger dan op de fiets en waarschijnlijk ook veel enger dan op de brommer. Achteraf hadden we ook eenvoudig naar het vliegveld van Saigon kunnen fietsen, maar goed, dat weet je immers niet vooraf. Aangekomen op het vliegveld moeten we alle tassen door het röntgenapparaat laten controleren. We moeten natuurlijk onze handbagage openmaken. Dat moeten we namelijk op ieder vliegveld. We moeten dan standaard het waterfilter en de trappers laten zien. Dit keer moeten we ook onze Canon Macrolens uitpakken. En we hebben de sloten in onze handbagage zitten (die zijn namelijk nogal zwaar en we moeten een beetje op het gewicht letten). Alsof dat nog niet gevaarlijk genoeg is, moeten we ook de bagage bestemd voor het vrachtruim openmaken. Daar heeft de juffrouw namelijk gereedschap in herkend. We leggen uit dat het klopt, we hebben inderdaad gereedschap bij ons. Haar baas komt ons gelukkig redden op het moment dat Maureen moet uitleggen wat het waterfilter is. De man denkt weliswaar dat het een fietspomp is, maar dat vinden we allang prima. Uiteindelijk moeten we de sloten in de in te checken bagage stoppen (we zouden het vliegtuig wel eens op slot kunnen zetten!) en mogen dan door. We moeten in totaal op vier verschillende plaatsen onze tassen door een röntgenapparaat laten controleren voordat we eindelijk het vliegtuig in kunnen stappen. Dat lijkt ons toch wat overdreven, maar misschien kan je heel gevaarlijke spullen kopen in de taxfree winkel op het vliegveld van Saigon? In het vliegtuig van Vietnam van Singapore kijken we naar de video van Discovery Channel waarin een reportage is te zien van een fietsreis over de Karakoram Highway. Dat is ook toevallig, de volgende fietsvakantie die we geboekt hebben is met Tropical Cyclist van Pakistan naar China over de Karakoram Highway! Waardeloze documentaire overigens. Singapore - Utrecht Op het vliegveld in Singapore staan we helemaal verbaasd te kijken dat een van de medewerkers als extra service alvast onze fietsen op een bagagekarretje aan het zetten is, als wij bij de bagageband aankomen. Zo zeldzaam snel en servicegericht, dat kan alleen maar in Singapore! We nemen onze tassen mee, de fietsen laten we staan bij de left luggage service van Changi airport. Oh ja, de fietsen zijn nog gewoon heel, ook altijd spannend. We zijn iets vroeger dan gepland en staan even te wachten tot Annoek arriveert. Ze had in de voorliggende periode al een keer of 5 gevraagd; "Zal ik jullie komen ophalen van het vliegveld?". Zou ze ons nu toch nog vergeten zijn? Maar nee, ook Singapore kent zijn files. We genieten van de rust en georganiseerdheid van het verkeer in Singapore. Na 3, 5 week chaos en drukte is het voor ons echt een verademing. De volgende ochtend horen we voor het eerst tijdens deze fietsvakantie vogeltjes fluiten als we wakker worden. In Cambodja en Vietnam is altijd wel verkeer dat toetert of waarvan de motor veel lawaai maakt. Het is in die landen gewoon nooit maar dan ook nooit gewoon stil. We hebben niet echt wat op het programma staan tijdens onze twee dagen in Singapore. Nou, dat is niet helemaal waar, we willen graag BBQ. En Patrick is als verjaardagscadeau een Apple iPod beloofd, dus moeten we even langs de Apple Store. ’s Ochtends gaan we eerst met Annoek en Lida zwemmen bij "de club" (zoals ons nichtje Lida van twee zegt). ’s Middags kopen we inderdaad Patrick’s nieuwe gadget. ’s Avonds gaan we met Annoek en Haiko eten op "de club" (De Hollands Club in Singapore), waar zij eerst tennisles hebben. Het is erg gezellig om weer eens met ze bij te praten. Het is al weer bijna twee jaar geleden dat wij hier waren, aan het eind van onze fietsvakantie in Maleisië. We hebben toen een krappe week in Singapore doorgebracht, vandaar dat we nu niet echt een programma hebben. We zouden op zich nog wel graag een keer High Tea willen drinken in het Raffles hotel. Maar dat zouden we dan wel graag in gepaste stijl willen doen. We voelen ons in Singapore altijd extra uit de toon vallen in onze afritsbroek en fietsschoenen. Niet echt een outfit voor high tea in koloniale stijl.Helaas zijn de twee dagen in Singapore erg snel om en moeten we weer afscheid nemen. De terugvlucht is een verzoeking zoals iedere intercontinentale vlucht bij ons is. We moeten dit keer weer een "limited release" verklaring tekenen, waarmee Singapore Airlines aangeeft dat onze bagage niet goed verpakt is. Dat wisselt echt per keer dat je vliegt. Het is sowieso afhankelijk van de vliegtuigmaatschappij, maar ook van degene bij wie je incheckt. Het tekenen van zo'n ding geeft ons altijd een onbestemd gevoel. Als er wat met de fietsen is dan hebben we toch een probleem, geen idee hoe de verzekering dan gaat reageren. In ons achterhoofd weten we dat we dit probleem ooit moeten tackelen, we hopen alleen dat het nog vele jaren duurt voor het zover is. Op het moment dat het vliegtuig zou moeten opstijgen, staan we nog bij de gate. De piloot roept om dat er geen karretje is om ons naar de startbaan te duwen. Als we dan toch eindelijk op de startbaan staan, roept de piloot om dat we een klein technisch probleem hebben. Er wordt even overlegd met de technische dienst. Vijf minuten later roept de piloot om dat de technische dienst toch even komt kijken. Nog vijf minuten later roept hij om dat we terug moeten naar de gate. En weer vijf minuten later krijgen we te horen dat we een probleem hebben met de rechtermotor. Alsof wij dat willen weten! We zitten niet echt ontspannen te wachten. Als het technisch probleem is verholpen wordt het vliegtuig opnieuw volgetankt. Wij vinden dat dat heel lang duurt voor een vliegtuig dat nog niet heeft gevlogen. Maar goed, twee uur te laat en met het klamme zweet in de handen stijgen we dan toch op. Na een kwartiertje in de lucht, klinkt er via de intercom "is er een dokter in het vliegtuig, we hebben een medisch noodgeval". Gelukkig keren we niet terug naar Singapore maar vliegen gewoon door richting Amsterdam. Maureen valt in slaap en droomt dat we een noodlanding maken in Maleisië, waar we worden opgewacht door een ambulance en moeten overstappen in een ander vliegtuig. Als ze wakker wordt, snapt ze dat dat niet waar was. Had ze dat medisch noodgeval dan ook gedroomd? Maar nee, dat was volgens Patrick toch echt gebeurd. Op Schiphol vriest het en is het mistig. We krijgen het al koud als de piloot dat omroept. We wachten bij de bagageband tot onze tassen en fietsen aankomen. Onze medefietsers die tegelijk met ons in Bangkok aankwamen, zitten eveneens in het vliegtuig. Hun fietsen komen snel via de afwijkende bagageband binnen. Alle andere koffers duren ook lang, dus we maken ons niet direct zorgen. Onze tassen komen uiteindelijk wel, maar als de hal al weer bijna leeg is, staan we met enkele andere reizigers nog steeds bij de afwijkende bagage te wachten op onze fietsen. De medewerkers controleren nog eens of er nog ergens een container staat van de vlucht Singapore – Amsterdam. Helaas, alles is al verspreid. Geen fietsen! Dat vinden we vreselijk, maar er zit niets anders op dan een rapportje op te laten maken. Dat we naar huis gaan zonder fietsen, heeft als enige voordeel dat Patrick flink gas kan geven in zijn Mini Cooper S. We hopen de volgende dag vanaf circa 10 uur ’s ochtends op een telefoontje dat onze fietsen zijn gearriveerd. Gelukkig gaat om 11 uur inderdaad de telefoon. We krijgen alleen te horen dat ze de fietsen dinsdag tussen 9 en 5 zullen komen thuisbezorgen. Dat gaat natuurlijk niet, na vier weken fietsvakantie zullen we toch echt maandag weer aan het werk moeten. We moeten tenslotte al die vrije dagen die we nodig hebben om twee keer per jaar een maand fietsvakantie te kunnen regelen, toch echt eerst verdienen. We zeggen dat we de fietsen wel komen ophalen. We voelen er namelijk niets voor dat ze nog langer elders staan. Het blijft een spannend moment, als je je fiets terugkrijgt na een vliegreis. We kunnen dit keer opgelucht ademhalen. De verpakking is nog heel, dat is in ieder geval een goed begin. We pakken de fietsen snel uit. Natuurlijk hebben ze wel weer wat krassen opgelopen, ze worden er zeker niet beter van. Maar gelukkig zijn ze dit keer er ook niet veel slechter van geworden. We nemen de fietsen weer mee naar ons kleine tijdelijke huurhuisje, waar ze hun prominente plaats in de woonkamer inmiddels weer hebben ingenomen. We zijn weer thuis!
|