Amsterdam – Porto
Op 1 juni 2007 vliegen we van Amsterdam naar Porto voor het begin van onze fietsvakantie. Uiteraard vertrekt het vliegtuig met vertraging vanaf Schiphol. Wanneer we aankomen in Porto moeten we even wachten op de fietsen, maar die worden toch vrij vlot afgeleverd op een karretje. Als we door de douane zijn gegaan, verwachten we een chauffeur die ons en onze fietsen naar een hotel in Porto zal brengen. Iemand die wij kunnen herkennen aan een bordje met onze naam erop. Bovenal verwachten we dat we met onze fietsen snel ontdekt worden door deze persoon. Er staan genoeg chauffeurs met naambordjes te wachten, maar niet op ons. We lopen nog een aantal keer de hal door en gaan ook even buiten kijken. Bellen naar het telefoonnummer van de Portugese reisorganisatie levert niets op, de telefoon wordt niet opgenomen. Ook in Nederland neemt Vlieg & Fiets de telefoon niet meer op. We staan dan inmiddels al drie kwartier in de aankomsthal te wachten op onze transfer. Als we met fietsen en al uiteindelijk maar naar buiten gaan, komt er een meneer aangesneld met ons naambordje. We zijn enigszins geïrriteerd maar vooral blij dat we nu alsnog niet zelf de taxi naar het hotel moeten regelen.
Patrick gaat na aankomst in het hotel meteen met de fietsen aan de slag, Maureen maakt de tassen fietsklaar. Daarna proberen we in de straten rondom ons hotel wasbenzine te vinden om als brandstof te dienen voor onze MSR dragonfly brander. Schuin tegenover het hotel hebben we namelijk een winkel gezien die lijkt op een doe-het-zelf winkel. Het blijkt een gereedschapwinkel te zijn. De man verwijst ons door naar een apotheek, maar dat lijkt ons niet echt een logische plek. We lopen uiteindelijk wel een farmacie binnen, maar ook meteen weer naar buiten. Tussen alle gezichtscrèmes en afslankpillen, gaan we echt geen brandstof voor onze MSR allesbrander vinden. De wijk rond het hotel blijkt heel veel winkeltjes te hebben, die iets met gereedschap, ijzerwaren e.d. te maken hebben. Avondeten regelen in Porto gaat ons evenmin makkelijk af. Het centrum van Porto waar ons hotel ook ligt, blijkt niet bepaald het uitgaanscentrum te zijn. Met enige moeite kunnen we hooguit drie restaurants ontdekken rond het centrale plein. We kiezen voor een restaurant waar de kaart ook in het Engels is aangegeven en waar al wat mensen binnen zitten. Het eten is er vreselijk en we bedanken dan ook voor de dessertkaart, we hebben genoeg gezien van Porto.
Porto – Figueira da Foz
De volgende ochtend vertrekken we opgewekt voor onze fietsvakantie door Portugal. We hebben er zin in en hopen op twee weken mooi weer en kamperen. Deze eerste ochtend ziet er in ieder geval veelbelovend uit. Al snel komen we bij de rivier Douro uit. Daar is meteen het eerste fotomoment: de (schijnbaar) wereldberoemde brug Dom Luis I brug. Na het nemen van een aantal foto’s steken we de brug over en fietsen vervolgens langs de rivier verder. De eerste fietsetappe is nagenoeg vlak en voert ons regelmatig langs het strand kort langs de kust. We komen onderweg geen bouwmarkt of iets dergelijks tegen waar we wasbenzine kunnen kopen. De supermarkt waar we wel langskomen tijdens deze etappe is de Lidl. En hoewel het assortiment ruim is, is wasbenzine niet een van de artikelen. Daarom besluiten we toch maar loodvrije benzine te gaan tanken, zodat we kunnen proberen of onze MSR Dragonfly allesbrander inderdaad ook wil lopen op benzine. Bij het tankstation loopt Maureen met de twee MSR-brandstofflessen naar binnen om te vragen of ze volgetankt mogen worden. Patrick maakt zich nog een beetje zorgen of het wel zal mogen, maar de dames achter de balie vinden het geen probleem. Ze kunnen er wel hartelijk om lachen en vinden ons waarschijnlijk nogal raar. Een krappe twee euro armer en vijf minuten later zitten we weer op de fiets. We weten in ieder geval dat we kunnen proberen te koken die avond. Of de brander het dan ook gaat doen zonder dat onderdelen vervangen moeten worden, is dan nog maar de vraag. Een paar kilometer nadat we getankt hebben, komen we vervolgens langs een winkel met kampeerbenodigdheden. We zijn er niet meer binnen geweest, maar voor fietsers die ook deze route gaan fietsen: onderweg kom je langs een kampeerwinkel. Patrick is zo nieuwsgierig of de MSR brander het ook in een keer wil doen op deze nieuwe brandstof, dat we besluiten om een soepje te maken langs de kant van de weg. Gelukkig, de MSR Dragonfly werkt probleemloos. Weten we dat ook weer voor volgende fietsreizen, want het vinden van brandstof is altijd een punt dat ons bezighoudt op de eerste dag.
We kamperen de eerste nacht op het Parque de Campismo van Sao Jacinto. De eerste ontmoeting met een Portugese camping doet ons hart niet direct sneller kloppen. Een paar kilometer eerder zijn we langs een andere camping gekomen en we hebben de indruk dat dit gemeentelijke camping is en dat de camping waar we hard voorbij zijn gefietst een commerciële uitbater heeft. We hebben dan ook het niet gecontroleerde idee dat we de minst fraaie hebben uitgezocht. Maar, blij dat we ons tentje kunnen opzetten zijn we toch wel. De camping is ook op deze zaterdagavond vrij verlaten en we hebben dan ook een rustige avond.
De volgende ochtend staan we na drie kilometer fietsen al weer stil. Volgens ons routeboekje “vaart de veerboot de hele dag af en aan”. We moeten echter zo’n veertig minuten wachten en dat valt bij ons niet onder de categorie “af en aan”. Het is vrij bewolkt en daardoor best frisjes door de koele bries die waait. Een mooi moment om de nieuwe regenjas aan te doen. Na de wachttijd en een klein kwartier op de veerboot, staan we dan toch aan het begin van de fietsdag. De weg tussen Mira en Figueira da Foz is ronduit slecht. Het is een lange rechte weg door het bos waar het asfalt volledig is stuk gereden. Het hobbelt vreselijk, maar het ergste wegdek wordt gevormd door de stukken die wel zijn opgelapt. De stukken reparatie-asfalt laten ons het meest stuiteren van allemaal. Tot op dat moment is de route nog vlak, maar na Quiaios is daar dan toch onze eerste klim in Portugal. En zoals bij iedere fietsvakantie het geval is, valt een eerste klim ons altijd zwaar. Op de camping in Figueira da Foz verbazen we ons ’s avonds over de loslopende honden. Maureen blijkt om het beeld compleet te maken ook nog eens in de hondenpoep te zijn gestapt. We zullen ons er nog vaker over verbazen, maar de honden worden in Portugal “gewoon” op de camping uitgelaten.
Figueira da Foz – Lissabon
De volgende fietsdag eindigt in de Sao Pedro de Muel. Onderweg hebben we het ook al een paar keer bedacht en bij het inschrijven bij deze camping ook weer: “wat zal het hier ’s zomers druk zijn”. Sommige van de plaatsen geven de indruk een enorme hoeveelheid gasten kwijt te kunnen. Wij zijn in het voorseizoen en het is overal nagenoeg uitgestorven. De juffrouw achter de receptie van de camping in Sao Pedro de Muel zegt “u mag een plek uitzoeken tussen nummer 1 en 999”. En dan te bedenken dat dit alleen de trekkersplekken zijn, caravanplekken worden apart genummerd! We gaan in het stadje op zoek naar een supermarkt, maar we vinden alleen twee kleine mini mercados. De combinatie van spullen in de winkeltjes maakt het voor Maureen niet makkelijk om een fatsoenlijke maaltijd te bedenken. De supermarkt op de camping moet duidelijk nog worden aangevuld voor het hoogseizoen begint, hij staat vol met lege planken en hier en daar een verdwaalt, stoffig blik. Maar, met enig kunst en vliegwerk lukt het Patrick toch weer om een fantastische combi-nassi te koken op ons allesbrandertje.
De fietsdagen zijn niet extreem lang, maar ze vallen ons niet heel makkelijk; onze conditie is niet optimaal. We zijn allebei moe aan deze fietsvakantie begonnen. Tot de laatste dag voor vertrek hebben we allebei hard moeten werken. Op de zesde fietsdag van deze fietsvakantie zijn we dan ook allebei behoorlijk afgemat. Maureen is zo moe dat ze bij een scherpe bocht in Sintra haar evenwicht verliest en omvalt. Je zou bijna gaan denken dat ze gewoon niet zo goed kan fietsen. Zo gebeurt er drie jaar lang geen valpartij en nu valt ze al voor de derde keer in een half jaar tijd. Ondanks de vermoeidheid kunnen we wel lekker kamperen in een zonnig klimaat. De campings zijn allemaal vrij groot met de nodige voorzieningen als een winkeltje,
wasmachine en soms ook de mogelijkheid om te internetten.
We zijn ’s ochtends in Ecireira vertrokken en hebben ons voorgenomen om in Sintra wel te beslissen of we zelf naar Lissabon fietsen of de trein zullen nemen. We kunnen natuurlijk het excuus opgeven dat we niet zo graag in een grote stad fietsen. Hoewel we doorkruisen van hoofdsteden op de fiets niet het leukste deel van een fietsvakantie vinden, is dat niet de echte reden waarom we in Sintra toch met de trein zijn gegaan. Het stond al zo mooi aangegeven in ons routeboekje, dat de trein een optie was. En de vermoeidheid was te groot om niet aan die verleiding te willen toegeven. Deze dag blijkt een feestdag te zijn. De conducteur vertelt ons dat het aparte kaartje voor de fiets op deze dag niet verplicht is. Enigszins zorgwekkend is het feit dat op deze feestdag nog veel meer mensen naar Lissabon willen met de trein en wij versperren samen met onze fietsen een ingang. Maar we kunnen geen kant op, dus proberen we de overige treinreizigers er maar zo goed mogelijk langs te laten. Een half uur later staan we na wat geirriteerde blikken van mede passagiers op station Sete Rios in Lissabon.
Lissabon – Aljezur
Nu de camping van Lissabon nog vinden. Er zit helaas geen kiosk of boekenwinkeltje in de stationshal. We wachten tot alle reizigers zijn vertrokken voor we ons met onze fietsen op de roltrappen wagen; de lift van het peron naar straatniveau is te klein voor onze fietsen. Eenmaal buiten zien we meteen een bord richting de camping. We zijn in de naïeve veronderstelling dat dat betekent dat de camping in de buurt zal zijn. Een paar honderd meter verder worden we met een nieuw bord richting de camping terug gestuurd in de richting waar we vandaag kwamen, waarna die weg doorgaat als snelweg. Verboden voor fietsers dus... Als we dan een bord zien richting Monsanto Park, volgen we die maar. We weten dat de camping in dat park moet liggen, maar het betekent voor ons nog wel een fikse klim. Na een bocht wordt het verkeer tegengehouden omdat een commercial wordt opgenomen voor een nieuwe auto. We fietsen zelf door en worden inderdaad bijna van de weg gereden door de camera-auto. We moeten uiteindelijk het hele park doorkruisen. De Portugezen grossieren niet echt in bordjes naar deze camping. Als we het hoogste punt in het park gehad hebben zijn we nog steeds op zoek naar de camping. Onderweg naar beneden stoppen we bij een brandweerkazerne om even de weg te vragen. Uiteindelijk missen we alsnog bijna het laatste bordje en lijken we een woonwijk in te fietsen. Aan het kaartje van de brandweerman te zien, kan het toch wel kloppen. De camping van Lissabon ligt aan de rand van het Monsanto Park maar is vooral bedoeld om daar met de auto of de bus te komen.
We zetten ons tentje op een betrekkelijk lege camping op. Patrick zegt ’s avonds nog dat hij had verwacht dat het drukker zou zijn met jeugd op deze camping. Meer zoals we in Florence of Avignon ook gezien hadden. Dat wordt de tweede avond volledig goedgemaakt. We nemen een rustdag in Lissabon en gaan ’s ochtends met de bus de stad bezichtigen. We willen perse een kaart kopen en verder willen we wat door de stad slipperen. We hebben geen idee waar we het beste uit kunnen stappen, maar gelukkig zitten er twee oudere Nederlandse stellen in de bus. We kunnen duidelijk opmaken dat zij wel weten waar ze naar toe gaan. We besluiten voorlopig te blijven zitten tot zij de bus gaan verlaten. Nu maar hopen dat ze inderdaad de “gewone” toeristische attracties doen. Uiteindelijk komt de bus langs het centrale busstation. We stappen een halte later uit en dat blijkt ook de halte van de andere Nederlanders te zijn. Het plein staat vol met een expositie van nep-bomen over ontbossing en luchtvervuiling. We zoeken alvast de veerboot waar we de volgende ochtend mee zullen overvaren. We kopen de kaart van Lissabon en lopen wat door de straatjes. Na de lunch vinden we het wel weer mooi geweest en nemen de bus terug naar de camping.
In de loop van de middag wordt het op de camping steeds drukker met jongeren en tentjes. We denken dat er een festival in de buurt moet zijn geweest want de meeste jongeren verlaten de camping direct na het opzetten van de tent. De een heeft daar alleen wat meer moeite mee dan de ander. We kijken onze ogen uit als een jongen ruim anderhalf uur doet over het opzetten van een tweepersoons tentje. Hij kruipt tijdens het opzetten steeds in de tent, dan weer eruit, de boel zakt scheef. Hij verplaatst hem nog een keer omdat de grond te hard is en tegen de tijd dat zijn tentje eindelijk staat, staan er al twee andere tentjes op de plek waar hij de haringen niet de grond in kreeg. Met een waslijn en onze fietsen houden we de afstand van onze vele nieuwe buren tot onze eigen test nog redelijk onder controle. Als we de volgende ochtend wakker worden na een onrustige nacht, blijken er nog ’s nachts nog aardig wat tentjes te zijn bijgekomen.
We moeten deze fietsdag twee keer met de veerboot dus we willen op tijd vertrekken. De afstand van de camping tot de veerboot is zo’n 10 kilometer, die niet tot de officiële etappeafstand horen. We moeten het Monsanto Park opnieuw doorkruisen, de enige manier om op de fiets de camping te verlaten. Het is zaterdagochtend en gelukkig is het nog rustig op straat. We nemen de veerboot naar Seixal. Onderweg krijgen we de eerste echte klim van deze fietsreis, dat wil zeggen een klim die langer duurt dan de gemiddelde Portugese heuvel die we tot nu hebben bedwongen. In Setubal moeten we nogmaals met de veerboot. Het routeboekje raadt aan om in Setubal te blijven overnachten, maar dat is in een hotel en wij willen kamperen. Volgens onze kaart is in Troia, waar de veerboot aankomt, een camping en zo’n tien kilometer verder nog een. We zijn van plan om naar die tweede camping te fietsen. Het is een lange rechte weg op een smalle strook grond, aan beide zijden liggen duinen en vaak kan je de zee zien. Wat we echter niet zien is de beoogde camping. Na 10 km niet, maar ook na 15 km niet. En als we een bordje zien dat het dorp Comporta aanduidt, weten we zeker dat de camping niet meer bestaat. Aangezien terugfietsen nog nooit een optie is geweest, zit er niets anders op dan doorfietsen naar Praja de Gale. De weg is gelukkig nagenoeg vlak en we hebben de wind wat in de rug. Bovendien komen we net na Comporta langs een benzinestation waar we wat te drinken kunnen kopen. We eten er nog een flinke koek bij en vullen de kruikjes met kraanwater bij. Zo kunnen we er in ieder geval qua eten en drinken weer even tegen. De laatste vijf kilometer naar de camping krijgen we niet cadeau, het is een hobbelige, deels onverharde weg naar een mooie camping aan de zee. We staan echt maar een honderd meter bij de zee vandaan, alleen zijn we na een krappe 115 kilometer te moe om te gaan kijken. We zijn zelden zo laat op de camping en het is er relatief druk omdat het natuurlijk weekend is. Maureen moet dan ook voor de allereerste keer in de vijf jaar dat we nu fietsen en kamperen in de rij staan voor de douche. We maken snel een maaltijd en gaan dan vroeg slapen.
De volgende ochtend stuiteren we eerst weer de hobbelige weg terug naar de doorgaande weg. Daarna fietsen we richting Vila Nova de Milfontes. Onderweg komen we tot de conclusie dat bij het herschrijven van het routeboekje Vlieg & Fiets te veel uit de beschrijvingen heeft geknipt. De route lijkt daarmee 10 kilometer korter dan hij in werkelijkheid is. We hebben al vaker gemopperd onderweg over de kwaliteit van dit routeboekje en we irriteren ons aan het slordige knip- en plakwerk. Maar ondanks de fouten komen we iedere keer toch weer op onze gewenste plek van bestemming aan. Met 10 kilometer meer in de benen dan gepland komen we aan in Vila Nova de Milfontes. Als we onze tent opzetten is de camping nog redelijk vol maar langzaamaan zien we de meeste mensen vertrekken; zij gaan zondagavond gewoon weer naar huis.
Aljezur – Faro
We hebben ons voorgenomen om in Aljezur nog een rustdag te nemen. Daarna volgt volgens ons routeboekje een hele zware etappe en we hebben nog genoeg tijd om een extra rustdag te nemen. De route naar Aljezur brengt ons in Zambujeira do Mar, waar we even de weg kwijt zijn. We zoeken het pleintje een keer of wat af, maar slagen er maar niet in om de Turismo te vinden. Na een kwartiertje zoeken, vindt Patrick toch de Turismo in een klein gebouwtje met moeilijk waarneembaar uithangbord. We vinden ook een bakkerij waar we een pauze nemen. Bij het verlaten van het dorp hebben we het idee dat we in een afgrond storten. De weg gaat onbeschrijfelijk steil naar beneden, de afdaling is gelukkig betrekkelijk kort. Als fietser weet je dat zo’n afdaling altijd gevolgd wordt door een vergelijkbare klim. En jawel, ook dit keer worden we wat dat betreft niet teleurgesteld! Vervolgens wordt de route een paar kilometer onverhard en daarbij zit nog een keer een steile afdaling en klim bij het strand van Carvahal. Fietsend boven komen is er onmogelijk, afstappen en duwen dus. De camping net voor Aljezur is ook redelijk verlaten. We kiezen een plekje met zoveel mogelijk schaduw. Na het douchen fietsen we nog naar Aljezur om boodschappen te doen. We slaan in voor twee dagen tegelijk, we hebben geen zin om op onze rustdag nog een keer te fietsen. We weten nu dat het stukje van de etappe naar Aljezur bergaf is, dus met de boodschappen moeten we toch nog weer 4 kilometer klimmen. Op de rustdag doen we echt helemaal niets, we komen de camping niet af. Meer dan eten, slapen, wat wassen en lezen doen we niet. We vinden het maar warm deze dag. Wel typisch dat we op de fiets vaak nauwelijks doorhebben, maar dat we het vooral warm vinden als we niet fietsen.
Volgens ons routeboekje is het eerste stuk van Aljezur naar Monchique erg zwaar. We laten nu de zee achter ons en gaan de heuvels van de Algarve in. We kijken op tegen de beschreven zware beklimming. We beginnen vroeg om de hitte van de dag zoveel mogelijk voor te zijn. De eerste vier kilometer na Aljezur vallen nog mee, maar daarna is het vier kilometer lang heel erg steil. Hoewel het nog geen half negen ’s ochtends is, gutst het zweet ons van het hoofd. Zo warm heeft Maureen het niet vaak op de fiets, maar de druppels vallen van de kin op de grond. De weg naar Monchique blijft stijgen, maar afgezien van die vier hele zware kilometers is het goed vol te houden. We fietsen niet naar Monchique zelf, aangezien we daar toch niet willen overnachten; we snijden hier een paar kilometer van de beschreven route af. We mogen richting Silves nagenoeg alleen maar dalen en dat doen we dan ook met alle plezier. In Silves nemen we weer een pauze in een bakkerij. Daarna fietsen we door naar Alte waar we zullen overnachten.
Alte is een aardig plaatsje, veel bezocht door toeristen. De herberg in het centrum van het dorp die ons routeboekje staat, blijkt niet meer te bestaan. Nog een punt dat wij wel opmerkelijk vinden in ons net opnieuw verschenen routeboekje van Vlieg & Fiets. Het enige alternatief om te overnachten is Hotel Alte en dat ligt (natuurlijk) bovenop een berg. Het heeft wel fraaie uitzichten, het personeel is vriendelijk en we kunnen er prima eten. De volgende ochtend beginnen we de laatste fietsdag van deze fietsvakantie in ongewone omstandigheden: regen! De regen komt met bakken tegelijk uit de hemel zetten en het zit er niet uit dat een half uurtje wachten zal helpen. We trekken onze nieuwe Lofller Colibri regenjasjes aan, een goed moment om ze uit te proberen. We worden over rustige wegen naar Faro gestuurd wat wordt gepresenteerd als een voordeel. De wegen zijn ons echter net iets te rustig. De dorpjes waar we doorheen komen, zijn te klein om een winkeltje of een café te hebben. En we komen nauwelijks door dorpjes want iedere keer als we wel in de buurt van een dorpje komen, worden we weer een andere kant op gestuurd. Of het nu aan de regen ligt of aan het feit dat het de laatste actieve dag van deze fietsvakantie in Portugal is, van harte gaat het in ieder geval niet. We hebben behalve met water gevulde kruikjes geen eten of drinken bij ons en we zijn na 20 kilometer wel toe aan een pauze. Uiteindelijk komen we pas na 30 kilometer bij een café annex mini mercado uit. Daar trekken we allebei een droog T-shirt aan en slaan wat te eten en drinken in voor onderweg. Bovendien warmen we ons op aan een kopje koffie en een gebakje. Het blijft de hele weg regenen, soms miezert het wat, soms stort het hard naar beneden. We storen ons nog een laatste keer aan het routeboekje als we in Estoi staan. Volgens het routeboekje moeten we op het pleintje “linksaf het smalle straatje in”. Nu is er linksaf meer dan 1 straatje en smal zijn ze allemaal. Wat is er mis met de beschrijving van een naambordje? We rijden natuurlijk prompt verkeerd.
Faro - Utrecht
Een krappe vijftien kilometer later staan we dan uiteindelijk op het eindpunt van deze fietsvakantie door Portugal: we hebben Faro bereikt. We mogen onze fietsen in de gang van het Residencial Alfonso III stallen. Het zit op loopafstand van het centrum van Faro. Het blijft de hele middag af en toe regenen, dus we blijven zoveel mogelijk binnen. De volgende ochtend gaan we op zoek naar karton om onze fietsen transportklaar te maken. Op de hoek van de straat staan diverse glascontainers en daar ligt ook een flinke kartonnen doos bij. Het karton is een klein beetje vochtig en niet heel dik, maar we zijn er toch mee geholpen.
Het inleveren van de fietsen op het vliegveld van Faro levert nog wel wat stress op. Na het inleveren van de tassen moeten we de fietsen inleveren bij de aparte bagageband voor afwijkende bagage. Maureen’s fiets past daar net door het scanapparaat en gaat via een lopende band een (voor ons) groot zwart gat in. Nu maar hopen dat die lopende band niet te veel bochten heeft. Patrick’s Koga is natuurlijk net wat groter, Patrick is immers ook een stukje langer dan Maureen. Patrick’s fiets past dus net niet door de scanner. De man achter de balie vindt dat we de fiets dan maar moeten demonteren. Gelukkig kunnen we hem van het tegendeel overtuigen en mogen we de zorgvuldig ingepakte fiets toch op een andere plek inleveren. We lopen nog wat rond op de luchthaven voordat de vlucht van TAP richting Amsterdam (uiteraard) te laat vertrekt.
Op Schiphol is het vervolgens wel weer spannend of beide fietsen er zijn. TAP laat ons even in spanning wachten want niet alle bagage lijkt te zijn aangekomen. Uiteindelijk blijkt het uitladen van de fietsen gewoon lang te hebben geduurd. Als Maureen bij de bagage-afhandelaar wil aangeven dat er twee fietsen niet zijn aangekomen, meldt de mevrouw dat ze er toch echt zouden moeten zijn. Vijf minuten later zijn we inderdaad weer met onze fietsen herenigd. En een uurtje later zijn we weer thuis en herenigd met onze twee katten. We zijn weer thuis, klaar om te gaan nagenieten van de foto’s van de fietsreis door Portugal en als altijd alvast te gaan dromen van de volgende fietsvakantie.
|