Pakistan

Utrecht - Islamabad

We hoeven pas om twaalf uur op Schiphol te zijn, dus we kunnen 's ochtends uitslapen. Maar met zo'n spannend fietsavontuur in Pakistan en China voor de boeg, zijn we natuurlijk ruim op tijd wakker. We ruimen de boel nog even op, sluiten het huis goed af en geven de sleutels aan de buren om vervolgens ons in de Mini Cooper S te wurmen. Maureen zit in kleermakerszit opgevouwen boven op de tas/stoel, terwijl Patrick ongeveer met zijn knieën bij zijn oren zit te sturen. Gelukkig is het maar een klein stukje van Utrecht naar Schiphol. We hebben overwogen met de trein te gaan, maar dan moeten we overstappen met al die bagage en dat zien we ook niet echt zitten. Een beperkende factor daarbij is dat je fietsen sowieso niet mee mag nemen tijdens de spits. En de Schipholtaxi heeft eveneens in de voorwaarden staan dat ze geen fietsen vervoeren. Het demonteren van de fietsen op Schiphol vinden we in dit geval ook niet handig, omdat ze volledig uit elkaar de doos in gaan. Zo'n sleutelavontuur zal vast veel bekijks trekken en daar hebben we geen zin in. Bovendien willen we dat passend in de doos krijgen van de fiets al geprobeerd hebben voor we op Schiphol bij de balie van British Airways staan. Maar ja, dan ga je natuurlijk niet weer de fiets helemaal in elkaar inzetten. Kortom, de auto is dus het aangewezen vervoersmiddel om op Schiphol te komen. Lang parkeren is natuurlijk ronduit duur, maar in dit geval wel de beste optie.

Bij het inchecken op Schiphol komen we meteen onze eerste reisgenote tegen. Nog iemand die de fiets op de vlucht naar Londen wil inchecken, dat kan geen toeval zijn. We spreken elkaar even kort. Als we een paar uur later zitten te wachten bij de gate, komen we de tweede reisgenoot tegen. We horen een man uitleggen aan de security check dat hij fietsonderdelen bij zich heeft en dat het dus niet vreemd is dat hij een fietszadel in zijn handbagage heeft. Heel herkenbaar, want ook wij hebben net weer onze reserve remkabels en gereedschap moeten laten zien.De vlucht naar Londen verloopt voorspoedig. Als we het vliegtuig in Londen verlaten komen we alweer de volgende reisgenoot tegen. Hij is in gesprek met een Nederlandse huisarts die voor zes weken in Gilgit zal gaan werken. Heel even schiet door het hoofd dat het misschien handig is om haar gegevens te vragen. Maar het moment gaat verloren. De vlucht naar Islamabad verloopt eveneens voorspoedig. Een vlucht van acht uur van Londen naar Islamabad is goed te doen, zeker omdat ook British Airways een aardig inflight entertainment systeem heeft zodat je naar hartelust filmpjes kunt kijken.

Patrick on the KKH.Als we uitstappen in Islamabad zijn de rijen voor de douane lang en traag. Een van de reisgenoten is verrassend snel door de douane en haalt alle fietsen van de transportband. Iedereen is blij dat zijn fiets en bagage is gearriveerd en dat alles er op het eerste gezicht nog heel uitziet. Door de schuifdeuren van de douane stap je in een wondere wereld van tropische warmte en alléén mannen in lange jurken in lichte (pastelachtige) kleuren. Voor menig reisgenoot is het een warm weerzien met Pascal, onze reisgids voor de komende weken en eigenaar van Tropical Cyclist, voor ons is het een eerste kennismaking.

We worden richting de bussen gedirigeerd. Daar worden de fietsen zo goed als fietsklaar gemaakt in een strakke drie kwartier. Het is hard werken om de fietsen klaar te krijgen naar Patrick's standaard, wat dan ook niet helemaal lukt. We zijn dan ook een van de laatsten die klaar zijn, bij Patrick gutst het zweet dan inmiddels rijkelijk langs zijn lichaam. De fietsen worden op de twee bussen vastgezet die ons de eerste paar dagen over de Karakoram Highway zullen vervoeren. We stoppen bij Pakistan Tourist Development Corporation (PTDC) in Islamabad waar we de fietsdozen kunnen afgeven om ze over een krappe drie weken weer op te halen. Dat scheelt ons tegen die tijd alweer een kopzorg. Bij het PTDC maken we kennis met de Pakistani mixed tea (in de kleur van whisky saus) en tot onze verrassing vindt Patrick het nog best lekker ook.

Na de theepauze rijden de bussen ons naar een kleermaker. We hebben van Pascal allemaal kleedgeld gekregen, zodat we de komende weken ons kunnen hullen in Pakistani "shalwar kameez": een lange blouse (door ons omgedoopt tot jurk) en een heel erg wijde broek. Voor de vrouwelijke shalwar kameez hoort daar dan ook nog een sjaal bij. De voorspelling is dat de mannen binnen een kwartier allemaal klaar zijn en dat de vrouwen zo een uur nodig zullen hebben en dan de bus ingestuurd moeten worden. De vrouwen hebben inderdaad wat meer moeite met kiezen dan de mannen. De meeste exemplaren zijn namelijk synthetisch en daar wil je niet in fietsen met temperaturen van 40 graden. Bovendien zijn de maten nogal aan de kleine kant, Westerse vrouwen zijn gemiddeld blijkbaar wat groter dan Pakistaanse vrouwen. En strak is niet de bedoeling in Pakistan. Het komt er uiteindelijk op neer dat ook de meeste dames een Pakistaanse mannenoutfit kopen.

Islamabad - Gilgit

De rit in de bus is lang. Maureen voelt zich niet helemaal lekker. Na de lange reis en de warmte buiten, voelt ze langzaam de kleur van haar gezicht trekken. Er is behoefte aan een plastic zakje, maar erom vragen zal de noodzaak meteen wegnemen... Gewoon je mond dicht houden dus. De theepauze komt net op tijd. Het laatste deel van de reis gaat ze weer naast Patrick redelijk voorin de bus, zodat ze langs de chauffeur heen naar buiten kan kijken. Helaas helpt het niet, de splinternieuwe shalwar kameez is al toe aan een wasbeurt voordat hij een dag oud is. Maureen is op zich wel vaker een beetje misselijk in de auto, maar heeft dit tot op heden altijd gewijd aan de soms wat agressieve rijstijl van Patrick in zijn Mini Cooper S. Dat argument gaat voortaan dus niet meer op.

We overnachten de eerste nacht in Besham. De regio Indus Kohistan wordt gezien als een provincie waarbij de Pakistaanse autoriteit alleen de KKH min of meer onder haar gezag heeft. 's Nachts reizen over dit stuk van de Karakoram Highway gebeurt ook door de Pakistani alleen in colonne. De lokale bevolking heeft het niet zo op vreemden, laat staan blanke Westerlingen op een fiets. Als je behoefte hebt om al fietsend een keer lekker gestenigd te worden dan is dit zeker een plek waar je aan je trekken schijnt te kunnen komen.

We zijn op de eerste dag in Pakistan meteen laaiend enthousiast over de prachtige Pakistaanse vrachtwagens. Geen centimeter wordt onbenut gelaten om de vrachtwagen van buiten, maar ook van binnen, zo mooi mogelijk te maken. De kettinkjes en andere versierselen onder aan de bumper maken bovendien geluid als de vrachtwagen rijd. We hebben in Islamabad al gezien dat ook de soort van tuktuk's en sommige oude bussen eveneens geheel zijn versierd.

De volgende ochtend maken we ons weer op voor een nog een lange reis in de bus, waarbij we als alles meezit ("Insja'allah" zouden de Pakistani zeggen) de laatst 30 kilometer worden losgelaten: dan mogen we het laatste stukje naar Gilgit fietsen. We hebben geluk, er zijn geen landslides die voor oponthoud zorgen en we schieten dus relatief gezien lekker op. Al rijdend over de Karakoram Highway kan je je alleen maar verbazen over het feit dat de weg er überhaupt ligt. En realiseer je je dat de natuur voortdurend haar best doet om het kleine streepje asfalt dat Pakistan en China verbindt, terug te nemen. Regelmatig doet ze dit met groot succes. De Pakistaanse en Chinese wegwerkerploegen staan altijd paraat om de weg te repareren, die voortdurend wordt bedreigd door landslides, maar ook door water dat de bergen komt afgestroomd en het asfalt langzaam uitslijt.

Maureen zit deze dag helemaal voorin de bus naast de chauffeur, om de misselijkheid zoveel mogelijk te voorkomen. De wagenziekte valt gelukkig mee die dag. Om drie uur 's middags is het zover, we worden de bus uit gezet. De laatste hand wordt aan de fietsen gelegd, de banden extra opgepompt. De kruikjes gevuld en we kunnen gaan doen waar we voor kwamen: fietsen over de Karakoram Highway. De dertig kilometer naar Gilgit maakt Maureen nauwelijks bewust mee, twee dagen wagenziekte zorgen ervoor dat de benen niet rond willen. Gelukkig weet Patrick nog wel wat de aanwijzingen voor het hotel waren, want Maureen rijdt op de automatische piloot. Patrick heeft die dag een goede fietsdag; hij dartelt als vee dat na de lente weer de wei in mag over de KKH. Hotel Riveria in Gilgit is voor twee dagen de vertrekbasis. De groene tuin en het behulpzame personeel helpen bij het acclimatiseren. Het is stralend weer en vooral erg warm, ook naar Pakistaanse begrippen voor deze tijd van het jaar. We blijven tot laat in de tuin fietsverhalen uitwisselen met de reisgenoten. Muggen zijn er alleen in het uurtje waarin het donker wordt, zodra het echt donker is zit de werkdag voor de muggen erop en kun je lekker in de tuin blijven zitten.

Gilgit - Karimabad

Gilgit is een handelsplaats van waaruit voor 11 september 2001 heel veel trektochten naar hoge bergen vertrokken. Sinds 11 september is het aantal reizigers dramatisch gedaald. Het is even gek om te zien dat er heuse outdoorshops zijn waar klimspullen en allerlei outdoorkleding wordt verkocht. Maar als je je realiseert dat deze regio heel populair was voor trektochten, is het helemaal niet zo onlogisch. Sinds de aanslagen van 11 september op de Twin Towers is het aantal reizigers hier dramatisch gedaald. Ziekten als SARS en de vogelgriep hebben het aantal reizigers nog verder doen dalen. We zien dan ook nauwelijks toeristen in de straten van Gilgit. Wel zien we heel veel soldaten en militaire politie die met doorgeladen wapens door de straten patrouilleren. Begin 2005 zijn in Gilgit ongeregeldheden uitgebroken. De onrust tussen Sjiieten en Soennieten laait in deze stad af en toe hoog op. Om ongeregeldheden te voorkomen wordt er voortdurend gepatrouilleerd. De onrust richt zich niet op toeristen laten we ons vertellen (dat is ook niet zo gek als er bijna geen toeristen zijn).Hunza Valley Als we de dag erna een fietstocht maken langs de Gilgit rivier, worden we al snel vergezeld door een pick-up truck met daarin een aantal mannen van de militaire politie; zij verzorgen het gehele fietstripje onze bewaking. We voelen ons er niet direct veiliger op. Bovendien wordt de laatste fietser er bloednerveus van.

's Middags gaan we de bazaar bezoeken op zoek naar de vrouwelijke shalwar kameez voor Maureen. Bij de winkel waar we naar binnen gaan krijgen we meteen commentaar op het feit dat Maureen rondloopt in een mannelijke shalwar kameez. Vooraf had Patrick erg opgezien tegen het dragen van deze kledij. Niet zozeer 's avonds, maar wel op de fiets. Tot zijn verbazing bevalt het dragen van de ruime en luchtige kledij hem erg goed. Enig nadeel is dat de kleur van mannelijke shalwar kameez bijna allemaal erg licht zijn uitgevallen, waardoor hij op de foto's met stralend weer wat minder goed blijft plakken. Voor Maureen willen we dan ook opvallende kleuren. De man in het winkeltje biedt ons een kopje thee aan en laat de laatste mode uit Lahore zien. Hij heeft er net drie dagen voor gereisd om deze laatste mode in zijn winkel te hebben: 24 uur met de bus, een dag inkopen doen en toen weer 24 uur terug met de bus. De laatste mode is een wijde broek die een beetje aan haremkledij doet denken, met heel revolutionair voor Pakistan, elastiek in de taille in plaats van een touw als riem. De bijhorende tuniek is wel zo synthetisch als het maar zijn kan, maar voor 's avonds is het wel geschikt. Als we wat in katoen willen zien laat de man een ontzettende hippie jurk zien met heel veel kleuren en spiegeltjes erop genaaid. Hij past en zoveel kleuren doen het wel goed op de foto's. Kortom we zijn helemaal klaar. Het onderhandelen geloven we wel, het kost toch allemaal niet veel en de man had vijf kinderen die ook moeten eten.

Op de eerste echte fietsdag die start in Gilgit, worden we 's ochtends in twee groepen naar de KKH gebracht. Een groep die om acht uur vertrekt en een groep die om negen uur vertrekt.Taking a break.De groep van acht uur wordt al snel omgedoopt tot " de slome groep", bedoeld voor de fietsers die veel foto's willen maken en/of wier tempo gemiddeld niet zo hoog zal liggen. Wij voelen ons weliswaar niet tot het laatste criterium aangetrokken maar willen wel graag om acht uur beginnen. Belangrijkste reden hiervoor is de hitte. Het is, ook voor de tijd van het jaar, buitengewoon warm en het liefst zouden wij nog een uurtje eerder zijn begonnen.

Het landschap vanaf de KKH is prachtig, na iedere bocht verwacht je een nog mooier uitzicht en in die verwachting wordt bijna voortdurend voorzien. Wel heel opvallend is het gebrek aan meisjes en vrouwen in het straatbeeld. Je ziet echt voor 99% alleen maar mannen en jongens op straat. Het lijkt wel alsof in Pakistan geen meisjes worden geboren. De hele kleine meisjes mogen nog wel zonder sluier op straat maar vanaf circa 5 jaar is dat voorbij. De kleine kinderen (nou ja, de jongetjes dus) roepen allemaal steevast "one pen". Het lijkt de vervanging geworden voor het alomtegenwoordige "hello" of "where you go" uit de andere Aziatische landen die we eerder aandeden. Een enkeling vindt het wat minder leuk dat we geen pennen uitdelen en pakt een steen om die richting de fietsers te gooien. Gelukkig kunnen ze niet zo goed gooien of willen ze je ook niet echt raken, want de stenen komen in ieder geval nooit aan. Een enkele jongen vindt het een leuk idee om achter de bagagedrager te gaan hangen. Daar is Maureen niet van gediend, een keer hard remmen blijkt een goede remedie.

Op deze eerste fietsdag worden ook al meteen beloond met een spectaculair uitzicht op Rakaposhi met een hoogte van 7790 meter. Je rijdt de bocht om en ineens ligt die enorme berg daar... Vanaf het Rakaposhi viewpoint is het vervolgens nog een paar kilometer onverhard naar het guesthouse waar we de nacht gaan doorbrengen. Dat onverhard daar hadden we een beetje tegenop gezien maar gelukkig viel het reuze mee. Wij hadden natuurlijk nog steeds onverhard fietsen in Costa Rica in het hoofd, en als je dat mee hebt gemaakt valt vrijwel alles daarna wel mee. We waren even vergeten dat onze volgbus ook op de plaats van bestemming moet kunnen komen, dus kan het nooit zo steil of onbegaanbaar zijn. Die volgbus had zo zijn voor- en nadelen, waarvan het vervoer van de bagage beide keerzijden had. Je hoeft dan weliswaar niet zelf met de bagage de berg op, maar het betekent ook dat je pas bij je bagage kunt als de laatste fietser bij het hotel is gearriveerd. De bus blijft immers altijd wachten op de laatste fietser. En als je zoals wij van vroeg beginnen houdt, kan dat soms nog wel even duren.

Karimabad - Passu

De dagafstand naar Karimabad is bijzonder kort. Maar we hebben inmiddels wel in de gaten dat juist korte dagafstanden in deze omstandigheden (warm, maagproblemen) niet onverstandig of onplezierig zijn. In Karimabad gaan we het Baltit fort bezoeken. Patrick besluit om niet mee te gaan aangezien zijn maag nog steeds flink van slag is en hij graag zo fit mogelijk op de fiets wil zitten. Terwijl de groep naar Karimabad is zit hij op het terras van het PTDC hotel te praten met een Pakistaanse man. De man wil weten of we "Bush-people" zijn. Uit zijn bewoordingen kan geen misvatting ontstaan; inmenging van de Amerikanen wordt als hoogst ongewenst gezien. Dat komt goed uit want Patrick deelt die mening van harte; een geanimeerd gesprek over Bush, Amerikanen, Irak en Al Qaeda doet de tijd dan ook snel laten gaan. De man geeft aan dat als er buitenlandse (lees: Amerikaanse) inmenging in het gebied zou komen, hij de bergen in zou trekken. En wij zijn er inmiddels van overtuigd dat een (Westers) leger met al haar moderne wapentuig niet is opgewassen tegen de uitgestrekte bergen en volhardende bevolking van Noord-Pakistan en Afghanistan. Als je af en toe ziet op welke plaatsen mensen wonen, waar paadjes lopen en hoe de mensen daar ogenschijnlijk zonder enige moeite lopen dan begrijp je dat de Russen in Afghanistan geen voet aan de grond kregen. Patrick heeft in de voorgaande dagen ook nog regelmatig teruggedacht aan zijn diensttijd in Bosnië in de eerste helft van 1995. Destijds vroeg hij zich regelmatig af hoe het Pakistaanse bataljon het volhield om de hele dag in het uitgestrekte niets een brug te gaan zitten bewaken. In Pakistan ziet hij vanzelf het antwoord: er was voor de mannen van dat bataljon geen verschil met thuis: zij zaten net als thuis in de middle-of-nowhere bij een brug. De rondleiding door het Baltit Fort geeft in ieder geval antwoord op één vraag. Je ziet op straat regelmatig mannen die hun baard met henna rood hebben geschilderd. Volgens de gids in het fort betekent dit dat de betreffende man graag weer een partner wil.

De fietsdag van Karimabad naar Passu is fantastisch mooi. Zo mooi dat je bijna niet aan fietsen toekomt. Om iedere bocht zie je een prachtig uitzicht en denk je "vooruit, nog een foto dan maar". Een van de mooiste momenten is wat Maureen betreft als je de bocht omkomt en ineens aankijkt tegen de Passu gletsjer. De trap naar het restaurant Glacier Breeze is een verzoeking (lang en steil), maar we komen toch boven. Achter het toiletgebouw staan twee tentjes. Wat een fantastische plek om te mogen kamperen. Dat hadden wij ook wel gewild, kamperen met uitzicht op de gletsjer. Op het programma staat een wandeling van circa anderhalf uur naar de gletsjer. We besluiten om niet mee te gaan. Patrick is nog steeds niet helemaal opgeknapt (eufemisme). Bovendien vinden we het wandelen over mogelijk gladde stenen met onze SPD-schoenen geen aanlokkelijk idee. We fietsen dan ook meteen richting het hotel dat nog een paar kilometer verderop ligt. Als we op de fiets zitten steekt een enorme wind op en begint het er buiten even behoorlijk dreigend uit te zien. We hebben op dat moment niet echt spijt dat we niet mee naar de gletsjer zijn.

Passu - Sost

De etappe van Passu naar Sost is wederom een korte rit als een soort stilte voor de storm. Met de twee komende fietsdagen waarin we van 2700 meter naar 4700 meter zullen klimmen is deze dag ook zo bedoeld. Halverwege de rit hebben we een theepauze bij een Pakistaanse familie. Mannen en vrouwen hebben een aparte kant van de kamer toebedeeld gekregen zoals dat gebruikelijk is in Pakistaan. We voelen ons reuze ongemakkelijk als zo'n tiental fotocamera's uit de diverse stuurtassen komen die een immense stroom aan foto's produceren. We hebben het gevoel ongewild in een openlucht museum te zijn terecht gekomen en voelen plaatsvervangende schaamte voor het ongeneerde fotograferen van de groep.

Patrick voelt zich op deze fietsdag voor het eerst weer in goede fietsvorm. De voorgaande fietsdagen kon Maureen hem tijdens beklimmingen eenvoudig bijhouden. En dat kan alleen maar betekenen dat Patrick niet fit is. We hebben allebei een andere tactiek bij beklimmingen. Patrick trapt zich bij een klim helemaal leeg en stopt dan om even op adem te komen. Zodra zijn snelheid onder de 8 a 9 kilometer per uur dreigt uit te komen, gaat hij harder trappen. Maureen kan daarentegen met een snelheid (wat daarbij niet het juiste woord is) van 5 kilometer per uur de berg op kruipen. Zolang ze daarbij nog een versnelling overheeft om op terug te schakelen en ze niet buiten adem raakt, vindt ze dat helemaal geen probleem. Dit heeft tot gevolg dat Maureen minder vaak stopt tijdens een klim, wat ook precies haar bedoeling is omdat ze het zwaar vindt om na een stop haar fiets weer aan het rollen te krijgen. Patrick stopt dus veel vaker en heeft per saldo een hogere gemiddelde snelheid. Op deze manier komen we wel redelijk gelijk boven. We hebben inmiddels wel verzonnen dat Patrick's tactiek op de Karakoram Highway met minder zuurstof in de lucht wellicht niet de meest handige tactiek zal blijken.

Patrick voelt zich wederom als een veulen dat voor het eerst de wei in de mag, zo blij is hij dat hij weer lekker kan fietsen. Maureen herkent zelfs nog even een futiele poging van Patrick om Pascal even bij te houden, maar dat is toch echt een stap te ver (tja, hoogmoed komt voor de val). Dat zou ook niet gegaan zijn als Patrick wel de hele week gezond en fit was geweest. Wat kan die man fietsen, echt ongelooflijk.

Sost blijkt niet veel meer te zijn dan een paar winkels links en rechts langs de kant van de weg. Met vijf minuten wandelen heb je de hele stad wel zo'n beetje gezien. Wel is de variëteit aan spullen die je in deze grensplaats kunt kopen vrij groot. Dit komt omdat hier een overslagstation ligt voor de handel tussen China en Pakistan. De Chinese vrachtwagens mogen niet verder dan Sost het land in en dito mogen de Pakistaanse vrachtauto's China niet in. Alle geïmporteerde goederen worden dus in Sost overgeladen en vervolgens het land van bestemming in vervoerd. Je mag tegenwoordig niet fietsend de grens tussen China en Pakistan over. Onze reisorganisatie Tropical Cyclist heeft speciale toestemming van de Pakistaanse autoriteit om voor de gelegenheid in het Khunjerab nationaal park te mogen overnachten. De meeste individuele fietsers zijn hier genoodzaakt om in een dag naar Khunjerab pass te fietsen en weer af te dalen. Dat wil zeggen in 85 kilometer zo'n 2000 hoogtemeters klimmen naar de top op ruim 4700 meter en dan ook weer diezelfde 85 kilometer terug afdalen naar Sost. Wij zullen zo'n 17 kilometer onder de top in Koksil slapen in barakken.

Het Pakistaanse eten dat ons wordt voorgezet begint ons in Sost langzaam flink tegen te staan. Het is iedere dag twee maal hetzelfde: rijst, kip, linzen en wat lokaal brood. Dit traditionele eten wordt zowel 's middags als 's avonds genoten. 's Ochtends krijgen we toast met abrikozenjam en/of honing. Wij dromen inmiddels van een Chinees keuzemenu nr. 83 met sambal en kroepoek bij. Oh ja, en alles wat 's middags niet op is gegaan krijg je 's avonds gewoon weer; dus gewoon je bordje lekker leeg eten!

Sost - Koksil

In zo'n 68 kilometer zullen we 1300 hoogtemeters klimmen om te gaan overnachten bij checkpoint Koksil; een paar barakken. Het stijgingspercentage van deze tocht valt op zich reuze mee. Het is vooral de hoogte die langzaamaan het klimmen begint te bemoeilijken. De eerste 33 kilometer naar het nationale park Khunjerab gaan op zich vrij voorspoedig. Vervolgens is het zo'n 17 kilometer naar checkpoint Dhi waar we de lunch zullen nuttigen. Hotel Riveria in Sost heeft voor iedereen lunchdozen gemaakt. De inhoud wordt vol verbazing uitgepakt; een tosti, een in de schil gekookte aardappel, een gekookt ei, koekjes, mangosap, maar natuurlijk kan ook de obligate kippenpoot niet ontbreken.

De laatste 18 kilometer naar Koksil zijn zwaar, vooral voor Patrick. Maureen probeert hem een stuk uit de wind te laten rijden als we tijdens een beklimming pal de wind op kop hebben. Maar het gaat verre van vanzelf. We hebben tijdens de lunch het voorbeeld van een van onze reisgenoten gevolgd en een van de bidons gevuld met een mengsel van gewone Pepsi cola en Diet Pepsi. Om de beklimming een beetje vol te houden stelt Maureen voor om de etappe mentaal op te knippen in zes stukken van drie kilometer. Na vijf kilometer staan we stil. Patrick hijgt en piept. Zijn klimtactiek blijkt inderdaad op de KKH niet de meest handige. We rusten even uit en gaan weer op weg. Na 100 meter staan we echter weer stil. Patrick is buiten adem. Hij drinkt het kruikje met cola in een keer leeg. Vervolgens gaat Maureen voorop om hem uit de wind te houden. We klimmen een paar kilometer met een sterke wind op kop. In het wiel uit de wind rijden gaat niet helemaal vlekkeloos, maar het helpt wel. Na een paar kilometer staan we weer stil. Als nu de volgbus voorbij zou komen, zou Patrick van Maureen in moeten stappen. Maar de bus komt niet voorbij en eigenwijs gaan we weer op weg. Als we weer een beetje een ritme te pakken hebben komt de volgbus alsnog voorbij. De bagage wordt alvast naar het checkpoint gebracht zodat iedereen warme kleren aan kan doen als hij op de bestemming aankomt. We stappen niet in de bus maar worstelen voort. Zo'n vier kilometer voor Koksil komt Pascal ons voorbij. Maureen ziet zijn fles Diet 7Up in de bidonhouder en vraagt hem wat aan Patrick te geven. Pascal geeft hem de hele fles, genoeg voor Patrick om ook de laatste vier kilometer op het tandvlees te kunnen volbrengen. Volledig uitgeput en ontdaan komt Patrick op eigen kracht in Koksil aan.

In Koksil blijkt de ruimte waar we de nacht zullen doorbrengen redelijk vol te liggen. Pascal zegt dat de ervaring leert dat er meestal nog wel een paar van de groepsleden mee naar beneden gaan naar Sost als de koks na het eten weer vertrekken, dus dat probleem wordt wellicht vanzelf opgelost. Als we even in de slaapzak kruipen in een poging een moment van rust te creëren, blijkt dat dat in deze groep niet zal gaan lukken. De gedachte aan het eten alleen al ontneemt Patrick de eetlust volledig. Maureen gaat wel eten, hoewel fikse buikkrampen doen vermoeden dat het niet goed zal gaan vallen. Veel verder dan wat rijst en wat naan komt ze niet. Snel gaat ze richting de slaapspullen waar Patrick wat rondloopt. Het huilen staat haar nader dan het lachen, gek wordt ze van het voortdurende gepraat van alles en iedereen. Er is nooit stilte in de groep, altijd zijn er vragen, vragen en nog meer vragen. De gedachte aan het slapen 's nachts in de volle ruimte is nog niet zozeer het probleem, we hebben onze matjes en we hebben onze oordopjes. Het probleem zit hem vooral in de gedachte dat zodra de eerste reisgenoot de volgende ochtend wakker zal worden, het gepraat weer zal beginnen. We overwegen even om zelf alsnog met de koks mee naar Sost af te reizen. Maar bedenken dan dat we misschien wel, net als reisgenoot Dick, in de bus kunnen slapen. Hij is ook erg op zijn rust gesteld, dus dat zit wel goed. Gelukkig vind hij het prima. Als we onze bedden in de bus aan het opmaken zijn, kunnen we natuurlijk niet alle vragen ontlopen, maar het lukt toch vrij aardig. En met onze Thermarest matjes gelegen op de banken van de bus, hebben we boven alle verwachtingen een niet onaardige nachtrust.

De volgende ochtend blijkt de rest van de groep al aangekleed als wij wakker worden doordat de deur van de bus opengaat. Het is nog geen zes uur 's ochtends en op bijna 4000 meter hoogte is het fris: handschoenen en mutsen zijn geen overbodige luxe. De fietsdag die we voor ons hebben is de klim van 17 kilometer naar de Khunjerab pass en vervolgens de afdaling van 85 kilometer terug naar het hotel in Sost. Twee van onze reisgenoten, Paul en Lieven, voelden zich de dag ervoor nog zo fit dat ze ineens naar de top zijn doorgefietst, zij beginnen vandaag dus aan de beklimming voor de tweede keer. Als wij warm zijn ingepakt en onze kruikjes zijn gevuld met heel koud water en de chocolaatjes en koekjes voor onderweg zijn gehamsterd, zijn ook wij er klaar voor. We zijn de dag ervoor een stukje gaan wandelen de haarspeldbochten op. Het is goed om op grotere hoogte te zijn geweest dan de hoogte waarop je gaat slapen.

Het eerste stuk zou het steilste stuk van de beklimming zijn. Nadat we ongeveer net zo ver hebben gefietst als dat we de dag ervoor te voet zijn gekomen, zegt Patrick dat hij een knallende hoofdpijn krijgt. En hij heeft het nog niet gezegd of hij krijgt een fikse bloedneus. Maureen heeft, gezien de nog altijd aanwezige buikkrampen, wat wc-papier in haar broekzak gestopt en die komt nu meteen goed van pas. De bloedneus is niet te stelpen en het bloedt behoorlijk. We kijken elkaar aan "terug, naar beneden". Het is meer een gebaar dan uitgesproken. We fietsen altijd samen, dus we halen samen de top, of we halen hem samen niet... Het is niet eens in de gedachten opgekomen dat Maureen alleen over de KKH zou doorfietsen, de ervaring heeft voor ons alleen maar waarde wanneer wij hem delen. Andere leden in de groep zullen dit later niet kunnen begrijpen, tja...

Koksil - Karimabad

We gaan terug naar de barakken in Koksil, waar de laatste fietsers nog moeten vertrekken. Terwijl we Pascal staan te vertellen dat we zullen afdalen naar Sost, begint ook uit het tweede neusgat bloed te lopen, toch maar wat tempo maken met afdalen. Als we eenmaal aan het dalen zijn, houdt die bloedneus na een tijdje ook vanzelf op. De afdaling gaat geenszins vanzelf. De kilometers tikken tergend langzaam weg en we stoppen zo een keer of zes, Patrick voelt zich echt behoorlijk beroerd. Nog even denkt Patrick dat we ingehaald zullen worden door reisgenoten die af komen dalen vanaf de top. Maar zover komt het gelukkig net niet. De laatste 20 kilometer steekt er een fikse tegenwind op die ervoor zorgt dat we in de afdaling nog stevig moeten trappen ook. We zijn blij als we het hotel eindelijk bereiken. We hebben warm water als we in de hotelkamer komen, een luxe waar we maar wat graag gebruik van maken. Helaas zijn er geen schone kleren om het gevoel compleet te maken, maar dat mag de pret niet drukken.

In de loop van de middag komen de reisgenoten langzaam binnen druppelen. Iedereen (nou ja, iedereen behalve wij dus) die 's ochtends aan de klim in Koksil is begonnen heeft de top, de Khunjerab pas, bereikt. Een unicum! En natuurlijk een geweldige sportieve prestatie. We brengen de dag door met lezen en in bed liggen. Een aantal reisgenoten vindt het sneu voor ons dat wij de top niet fietsend hebben gehaald. "Daar kwam je toch voor..." is een opmerking die we een paar keer horen. Nou, dat is niet helemaal waar. We kwamen om de Karakoram Highway in Pakistan te fietsen. We zouden het natuurlijk leuk hebben gevonden om de Khunjerab pas zelf fietsend (en bij voorkeur ook fluitend) te bedwingen. Maar het is niet zo dat we alleen voor die laatste 17 kilometer kwamen. De bestemming is nooit het doel tijdens onze fietsvakanties, de reis zelf is hetgeen waarvoor wij fietsen. Bovendien houden we onszelf voor dat we de Khunjerab pas nog tweemaal zullen zien: een keer tijdens de volgende dag vanuit de bus onderweg van Pakistan naar China en een paar dagen later zullen we op de terugweg van China naar Pakistan worden losgelaten om nogmaals de afdaling te fietsen. Het mocht echter, zo zou later blijken, niet zo zijn dat wij tijdens deze reis de top zouden bereiken: Allah wilde het blijkbaar niet.

's Avonds tijdens het eten zit Patrick voortdurend met een oog dicht. Hij ervaart een forse druk achter zijn oog. Min of meer het gevoel alsof je oog uit de oogkas wil. Bovendien heeft hij nog steeds wel hoofdpijn. Hij wacht niet op het toetje en gaat alvast naar bed. Maureen gaat na het eten toch nog even de spiegeltjes van de fietsen afschroeven. Tijdens het toetje is afgesproken dat de fietsen om half acht in de ochtend op de bus gezet zullen gaan worden en dat om acht uur het ontbijt is. De fietsen zijn al veilig achter slot en grendel gezet, maar het hotelpersoneel is behulpzaam. Na het verwijderen van de spiegeltjes gaat ook Maureen slapen. Om 11 uur 's avonds wordt Maureen wakker van Patrick als hij terug komt vanuit de badkamer. Nou ja, hij had nog steeds last van zijn maag, dus op zich niet direct verontrustend. Hij rommelt wat in de ehbo-tas. Als Maureen heeft gevonden wat Patrick zocht, gaat het licht weer uit.

Maureen kan echter niet in slaap komen, Patrick is erg onrustig. Hij blijkt het hartstikke koud te hebben. Nou is hij een koukleum die midden in de zomer thuis ook met een dubbel dekbed slaapt omdat dat zo lekker zwaar is. Maar nu ligt hij onder een slaapzak die tot -10 graden Celsius zou moeten kunnen voldoen en een heerlijke zware dikke Pakistaanse deken. En hij ligt nog steeds te klappertanden. Maureen besluit zich aan te kleden om hulp te halen. Terwijl ze dat doet, krijgt Patrick het benauwd. Maureen holt naar beneden waar ze de receptionist om hulp vraagt. Hij zegt dat hij Pascal wakker zal maken. Als Pascal de hotelkamer binnenkomt, sleurt hij zowat Patrick uit bed. "Naar beneden" (afdalen dus) is zijn commentaar. Maureen helpt Patrick aankleden terwijl Pascal vervoer gaat regelen. Patrick krijgt nauwelijks lucht binnen. Maureen roept om hulp om hem naar beneden te krijgen. De treden van de trap zijn niet allemaal even hoog en ze wil niet dat ze allebei de trap af komen rollen. Terwijl een van de mensen van het hotel Patrick ondersteunt de trap af, grijpt Maureen nog snel even de stuurtas met de paspoorten en een tas met kleren en toilettas mee. Je weet immers maar nooit waar dit zal eindigen, denkt ze.

In de pick-up truck die ons naar de medische post in Sost zal brengen wordt door de Pakistani gespeculeerd over een hartaanval. Pascal is echter resoluut. Geen hartaanval, maar hoogteziekte. Patrick blijft nog steeds heel moeilijk adem halen. De chauffeur van de pick-up truck is een oude Pakistaanse man met haast. Pascal vraagt hem iets rustiger aan te rijden zodat we niet alsnog zullen verongelukken. In de medische post duurt het even voordat de zuurstoffles werkend is. Maureen heeft onderweg naar de medische post al aan Pascal uitgelegd dat er pertinent niet in Patrick geprikt mag gaan worden. Als de verpleegster begint over injecties, is het antwoord volmondig "NEE!". Als Patrick eenmaal aan de zuurstof ligt, worden zijn ademhaling en bewegingen wat rustiger en meer gecontroleerd. Hij wil af en toe wat tegen Maureen zeggen, maar dat gaat moeizaam. "De paspoorten.." Maureen verzekert hem dat ze die bij zich heeft. "Geen naalden..." Maureen verzekert hem dat er niet in hem geprikt zal gaan worden. Het laatste dat hij vervolgens nog wil zeggen is "Niet naar huis bellen". Ook daarvan verzekert ze Patrick dat ze dat niet zal doen. De verpleegster zegt dat Patrick ongeveer een half uur aan de zuurstof zal moeten blijven liggen.

Pascal heeft inmiddels gebeld met het hotel in Gilgit. Daar verblijft op dat moment de tweede groep fietsers die met Tropical Cyclist in Pakistan fietst, de groep die een week na de onze is aangekomen in Islamabad. De chauffeur van die groep zal met zijn bus richting Karimabad rijden, terwijl onze bus met ons en onze spullen ook richting Karimabad zal rijden. Terwijl Patrick dat half uur aan de zuurstof ligt, gaat Maureen de spullen pakken. De man van het hotel weet nog welke fietsen van ons zijn, aangezien hij had geholpen bij het verwijderen van de spiegeltjes. Maureen propt zo snel mogelijk alle spullen in de tassen. Als ze nog even op de badkamer komt, ziet ze aan de bloedspetters op de vloer dat Patrick blijkbaar eerder die avond toch weer een flinke bloedneus heeft gehad.

In de tussentijd slaat Pascal in de medische post zowat de verpleegster een naald uit de handen. Patrick kan er voor zover zijn toestand dat toelaat nog een beetje om lachen. De naald was bedoeld om een goedje te mengen dat vervolgens als inhalatiemiddel wordt toegevoegd aan het zuurstofkapje. Het resultaat is dat je lichte rook lijkt te zien bij het in en uitademen, vergelijkbaar met ademen in de vrieskou. Als Patrick voldoende is opgeknapt voor het vervoer naar Karimabad verlaten we de medische post in Sost. De rit over de nachtelijke Karakoram Highway levert een ander beeld op dan de KKH overdag. Zo blijken er 's nachts de nodige vrachtwagens dringend te moeten worden overgeladen. Een aantal van de Pakistani die daarbij aanwezig zijn, zit zichtbaar flink onder de drugs. De versieringen op de vrachtwagens waar wij zo'n grote fan van zijn, blijkt bovendien bijzonder functioneel. Veel van de versieringen blijken als reflector te functioneren. We hadden al eerder gezien dat van de voorkant zo'n vrachtwagen in het donker een soort rijdende kerstboom lijkt, zoveel lampjes zitten erop. Maar ook de achterkant en de zijkant blijken in het donker door alle (metalen) versieringen goed zichtbaar te zijn (natuurlijk onder voorwaarde dat je eigen voertuig dan wel met verlichting aanrijdt).

Karimabad - Gilgit

De rit van Sost naar Karimabad over de KKH duurt twee uur. Patrick is vreselijk misselijk gedurende de rit en het duurt dan ook niet lang voordat de bus van Mr. Gohar niet meer schoon is. De sjaals van de vrouwelijke shalwar kameez blijken niet alleen heel handig te zijn om je haren te bedekken maar ook om liters maaginhoud op te vangen. De medische post in Karimabad is iets groter dan die in Sost en heeft een zaal voor mannen en voor vrouwen, een intensive care en een eerste hulp. De ruimte van de eerste hulp is niet groot en staat zodra wij gearriveerd zijn vol met mensen: twee verpleegsters, een dokter, onze chauffeur plus de mensen van het hotel in Sost, Pascal, de bewaker van het complex, iemand die er sowieso wat lijkt rond te hangen en nu maar hier komt hangen, Maureen en Patrick zelf natuurlijk als middelpunt op de behandeltafel. Een fikse zuurstoffles komt te voorschijn om Patrick opnieuw aan de zuurstof te leggen. Na een kwartiertje arriveren ook Mr. Shaw en een man van het hotel in Gilgit, zodat de behandelkamer helemaal vol staat. Patrick kan steeds rustiger en beter ademhalen. Ook hier wil de dokter maar wat graag een injectie geven. Maureen legt de dokter uit dat Patrick allergisch is voor naalden (nou ja, niet helemaal waar) en dat dat onderzocht is in het ziekenhuis in Nederland. Inmiddels worden onze spullen van de ene in de andere bus overgeladen. "Onze" bus heeft namelijk een lange dag in het vooruitzicht, want de bedoeling was dat ook wij met de bus de Khunjerab pas zouden oversteken en China in zouden trekken. .Close to Passu Het is dan inmiddels rond half drie in de nacht en dus de hoogste tijd voor Pascal en Mr. Gohar om terug richting Sost te gaan rijden. Maureen helpt Patrick in de schone kleren (nadat de nog aanwezige mensen uit de eerste hulp zijn gestuurd) terwijl Mr. Gohar in de tussentijd zijn bus wat probeert schoon te maken. Pascal vertelt dat Patrick bij deze het eerste medische noodgeval in het bestaan van Tropical Cyclist is geworden. Patrick is inmiddels voldoende opgeknapt om toch nog even wat grapjes te kunnen maken bij het afscheid. Hij heeft van de dokter tabletten gekregen, vermoedelijk tegen de misselijkheid. De man van hotel in Gilgit stelt nog voor dat we niet met de gewone bus gaan, maar dat we Patrick in de ambulance laten vervoeren. Toevallig heeft Maureen op de eerste dag in Pakistan per ongeluk vanuit de bus heel goed zicht gehad op een patiënt in een ambulance. En dat was vooral een heel bloederig gezicht. De noodzaak om met de ambulance te gaan ontgaat ons allemaal een beetje. De man zegt dat we dan minder vragen zullen krijgen van politieposten langs de weg. Pascal vindt het geen goed idee. Als we eenmaal in het medische systeem van Pakistan zitten, zal het minder makkelijk zijn om daar uit te komen. Daarbij zien wij zelf de acute noodzaak niet meer in, Patrick kan inmiddels weer eenvoudiger ademhalen. We gaan dus toch gewoon met de bus van Mr. Shaw. We nemen afscheid van Pascal en de overige aanwezigen en reizen af richting Gilgit. De controle bij de politieposten blijkt mee te vallen. We zien alleen maar bemande posten waar daadwerkelijk controle plaats vindt als we alweer de lichten van Gilgit kunnen zien. Rond vijf uur 's ochtends arriveren we uitgeput en ontdaan in Hotel Riveria in Gilgit.

Maureen kan 's ochtends aanschuiven bij de tweede groep van Tropical Cyclist in Pakistan fietst. Bellen naar de hulpcentrale van de CZ Groep is niet zo zinvol, als er in hun ogen geen sprake meer is van een medisch spoedgeval, willen zij niets voor je betekenen. Maureen gaat bovendien op zoek naar een internet café om geld over te maken van de spaarrekening naar de lopende rekening. Mochten we dan in de komende dagen geld moeten afhalen, dan staat het in ieder geval op de juiste plek. Onderweg ziet ze een man lopen met een röntgen foto in de hand. Als we die middag bij de dokter komen, lijkt dat het standaard pakket wat hij iedereen aanbiedt. Ook van Patrick wordt een röntgenfoto gemaakt. De dokter klopt en luistert, maakt röntgen foto's en een ECG. Vervolgens schrijft hij een flinke dosis pillen voor waar de verpleger even mee bezig is om dat allemaal uit te zoeken.

De maandag gebruiken we om nog wat op krachten te komen voor de lange busreis over de KKH richting Islamabad. During a tea-break. Het is al een paar dagen niet echt stralend weer in Gilgit en de binnenlandse vlucht met de Fokker 50 kan alleen vertrekken als de hemel strakblauw is. Aangezien we de weersvoorspellingen voor de regio hebben gehoord verwachten wij niet dat het vliegtuig zal kunnen vertrekken op korte termijn. Bovendien bestaat er dan een wachtlijst, zeker als het vliegtuig een paar dagen achter elkaar niet heeft kunnen vertrekken. Dus besluiten we een busje te huren om ons naar Islamabad te brengen. We worden heel goed verzorgd in Gilgit door de mensen van Hotel Riveria, dus dat is zeker een aanrader! Maar als we in Gilgit zitten, hebben we niet het gevoel dat we onderweg naar huis zijn. En dat is eigenlijk wat we nu wel willen, onze fietsreis zit erop: de groep is door naar China en wij zitten een beetje ontheemd in Gilgit. De fietsreis met Tropical Cyclist zou duren tot zondag 18 september. Wij hadden een paar dagen extra in Islamabad gepland en ons ticket staat dan ook pas op 21 september. Dat is als we in Gilgit aan het bijkomen zijn nog een ruime week. We hebben gekozen om met een groep te gaan fietsen omdat we Pakistan te spannend vonden om het alleen te gaan fietsen. Dus we willen niet met zijn tweetjes gaan fietsen. Dagtripjes in de buurt van Gilgit fietsen lijkt ons niet heel aardig en ook terug fietsen richting Islamabad zien we niet direct als een optie; dat is het hele stuk door Kohistan waar we op de heenweg ook met de bus doorheen zijn gereisd. Afgezien daarvan, Patrick's gezondheid heeft echt betere tijden gekend. Kortom, we willen naar Islamabad waar we een ticket naar huis willen regelen.

Gilgit - Islamabad

Het is natuurlijk eigenlijk vreselijk onverantwoord wat we doen. We reizen in een dag van Gilgit naar Islamabad. Dat is weliswaar een krappe 600 kilometer van Islamabad verwijderd, maar de Karakoram Highway is niet geschikt voor hoge snelheden. Als je al rijdend een gemiddelde haalt van 50 kilometer per uur, dan heb je waarschijnlijk een roekeloze chauffeur. Wij hebben een prima chauffeur. Inhalen op de KKH voelt af en toe heel spannend, maar als je dat niet doet, doe je er waarschijnlijk drie dagen over. De prachtige versierde Pakistaanse vrachtwagens staan niet bepaald bol van het motorvermogen, dus zal je toch regelmatig een inhaalactie moeten uitvoeren. Iedere paar uur stopt de chauffeur bij een eettentje om even wat te drinken en even uit te rusten. Maureen heeft in Gilgit bij een drogist gevraagd om tabletjes tegen wagenziekte. In eerste instantie kwam de winkelier toen met ORS aanzetten, maar een tweede poging leverde toch een doosje op waar een vliegtuig, boot en auto op afgebeeld waren. We hebben allebei de voorgeschreven twee tabletjes tegen wagenziekte genomen. Het vooruitzicht om circa 15 uur wagenziek te zijn was te veel van het goede.It's cold on our way down from Koksil to Sost. Maar het lijken eerder slaaptabletjes, we kunnen allebei de ogen nauwelijks open houden. Nou ja, dan gaat zo'n reis in ieder geval een stuk sneller voorbij.

Als we in de buurt komen van Islamabad wordt het steeds drukker op de weg. Het inhalen wordt moeilijker omdat ook het tegemoet komend verkeer een rijdende opstopping is. Ieder gaatje in de rij auto's wordt benut. Onze chauffeur zit er, niet verwonderlijk natuurlijk met al bijna 15 uur sturen achter de kiezen, helemaal doorheen. Voor het eerst lijkt hij deze lange dag het geduld te verliezen met de medeweggebruikers. Na 15 1/2 uur staan we voor het luxueze Pearl Continental Hotel waar Maureen daags ervoor telefonisch een kamer heeft geboekt. Dat is maar goed ook, want het personeel staat niet bepaald te juichen dat wij met twee fietsen aankomen. Het enige wat ze uit lijken te brengen is "dat is niet gebruikelijk". De receptionist vindt de fietsen buiten voor de deur zetten wel een goed idee. Wij niet. Uiteindelijk wordt de strijd beslist: de fietsen mogen mee op de luxe kamer.

Op woensdag gaan we ons best doen om daadwerkelijk naar huis te kunnen gaan. We gaan eerst langs bij PTDC, waar we op onze eerste dag in Islamabad thee hebben gedronken. Tropical Cyclist heeft een goede relatie met de club. Op advies van Wilfred hebben we gebeld met de manager van PTDC en onze vluchtgegevens aan hem gefaxt. Nu gaan we even langs om te horen of hij geluk heeft gehad met het omzetten van onze tickets. Helaas voor ons blijkt dit niet het geval. Aangezien we een groepsticket of een kortingsticket hebben, moeten we toch echt even zelf langs bij British Airways. Het kantoortje zit tegenover ons hotel, dus dat komt mooi uit. De man achter de balie geeft echter aan dat hij onze tickets niet kan omzetten en dat alle stoelen op de vlucht van zowel vrijdag als zondag zijn geboekt. Ze zijn weliswaar nog niet allemaal bevestigd, maar volgens hem wel allemaal verkocht. Het beste dat we kunnen doen is zorgen dat we vrijdagochtend met onze spullen op het vliegveld staan en hopen dat er nog stoelen vrij blijken te zijn.... Niet echt optimistisch nemen we dat advies aan.

Als we onderweg naar onze hotelkamer bij de lift staan te wachten, hebben we eigenlijk verzonnen dat we zelf gaan internetten op zoek naar een manier om eerder thuis te komen. Maar het voordeel van een luxe hotel is dat het allerlei faciliteiten heeft, waaronder een reisbureau! Terwijl wij op de lift staan te wachten, zit de man van het reisbureau overduidelijk op klanten te wachten. We leggen de vraag aan hem voor: we willen graag naar huis en wel zo snel mogelijk. De mensen van het reisbureau gaan aan het werk. En ze kunnen ons na veel speurwerk melden dat we vrijdag thuis kunnen zijn als we nieuwe tickets kopen. Dat willen we met alle plezier doen, maar dan komt toch de volgende uitdaging om de hoek zetten: betalen.

We zijn zo'n twee maanden daarvoor overgestapt naar de ABN AMRO, die hebben zoiets ogenschijnlijk moois als Preferred Banking. Dit betekent dat we ook weer een nieuwe creditcard hebben. Een tweede is eveneens aangevraagd, maar de afhandeling duurde wat lang. Evenals het verhogen van onze limiet, want standaard is die maar 1000 euro. Patrick heeft al met ABNAMRO Credit Card Services gebeld. Het klopt dat de aanvraag voor limietverhoging is goedgekeurd. Alleen is die aanpassing nog niet helemaal afgerond, waardoor wij er nog geen gebruik van kunnen maken. En de man weet niet of dat gaat lukken hoor. Het feit dat wij vanuit Pakistan bellen in lichte paniek, maakt geen indruk bij ABNAMRO Credit Card Services. Er staat een geldautomaat in het hotel, maar die wil ons helemaal geen geld geven.The decorations are not only beautiful but serve a purpose in the dark as reflections. Nu hebben we wel vaker dat het niet bij alle geldautomaten in het buitenland wil lukken om geld af te halen, dus we schieten nog maar voor 90% in de stress. We zijn naar de ABN AMRO Preferred Banking overgestapt omdat we daar persoonlijke aandacht zouden krijgen. Welnu, de hoogste tijd om die te gaan opeisen. We bellen met het team in Utrecht waar ze beloven hun best voor ons te doen. Terwijl we zitten te wachten op een telefoontje, zegt de man van het reisbureau dat er ook een ABN AMRO in Islamabad zit. Om het te bewijzen laat hij ons zijn bankpas zien; hij is ook ABNAMRO klant. Hij belt met het filiaal. Patrick vraagt aan de Pakistaanse ABN AMRO-er of we op zijn filiaal geld kunnen afhalen. De man geeft als antwoord dat we beter naar Citibank kunnen gaan "they give everybody money" is zijn repliek. Dat lijkt ons niet waarschijnlijk, maar we willen nog steeds heel graag geld afhalen dus besluiten we te gaan kijken of ze ons ook geld willen geven. We durven er niet op te gokken de tickets met de creditcard te betalen in de hoop dat die limiet vanzelf goed komt. Stel je voor dat dat niet zo is, dan hebben we een probleem als we het hotel moeten betalen. We springen in een taxi en laten ons naar de dichtstbijzijnde Citibank brengen. En inderdaad: "they give everybody money!". We proberen een groter bedrag af te halen dan het maximaal bedrag wat de automaat weergeeft. Maar dat snapt het ding niet. Oké, dan maar het maximum en dan maar kijken hoe vaak we dat kunnen afhalen... Dat blijkt drie keer te kunnen, daarna is ook bij de ABN AMRO waarschijnlijk een vinkje "verdachte transactie" aangesprongen. Maar dat maakt ons niet uit, wij zijn allang blij, wij hebben voldoende geld gekregen om vooruit te kunnen. Nu kunnen we de tickets contant betalen en gaan nadenken over het pakken van de spullen.

Islamabad - Utrecht

Bij het PTDC gaan we onze fietsdozen ophalen. Zodra de ruimte wordt geopend, weten we al dat ze er in de afgelopen twee weken niet beter van geworden zijn. Met name de fietsdoos van Maureen blijkt erg vochtig (lees: kletsnat) te zijn. Het is dat er zoveel plakband omheen zit, die het natte karton bij elkaar houdt, anders was de doos terplekke uit elkaar gevallen. Op de heenweg naar het PTDC hadden we ook nog wat rollen plakband kunnen kopen, dus we kunnen nog wel wat repareren. We laten de dozen een tijdje in de zon drogen langs de kant van de weg. De Pakistani kijken ons aan alsof we gek zijn geworden; twee westerlingen in een shalwar kameez met een kartonnen doos die ze in de zon staan vast te houden?? Nadeel van het duurdere hotel is dat het natuurlijk niet gebruikelijk is dat je daar dozen te drogen zet. Maar, Patrick verzint gelukkig ook vrij snel een ander voordeel van het hotel: we hebben een föhn op de badkamer. Dus vouwen we de dozen wat meer op en gaan richting hotel. Gewoon strak voor je uit blijven kijken, voorbij de receptie en snel naar de lift; niets aan de hand. Vervolgens hebben we nog een paar uurtjes met de föhn in de hand geprobeerd de fietsdozen weer wat stevigheid te laten krijgen. Dat lukt vrij aardig en het nieuwe plakband doet de rest. Patrick haalt dit keer wel de trappers van de fietsen af. We mogen op de terugweg maar twintig kilo bagage per persoon meenemen. Dat is nog eens drie kilo minder dan de toch al krappe 23 kilo die we op de heenweg mee mochten slepen. De inhoud van de toilettas wordt aan inspectie onderworpen en alles wat niet dringend mee naar huis moet, blijft achter.Taking a break. Het naar huis bellen hebben we tot dit moment uitgesteld, maar nu vinden we het toch wel een goed idee om in ieder geval Maureen's zus te bellen en te laten weten op met welke vlucht we naar huis zullen vliegen. Als we dan op een onwaarschijnlijke plek neerstorten dan weet Annoek tenminste wat er aan de hand is.

Op donderdag zijn we er helemaal klaar voor. We vliegen om 11 uur 's ochtends met Aero Asia van Islamabad naar Karachi. Dan moeten we vervolgens wachten tot half elf 's avonds om met Emirates naar Dubai te kunnen vliegen. Daarna zullen we nog eens wat uurtjes met wachten moeten doorbrengen tot de KLM ons om 7 uur 's ochtends op vrijdag richting Amsterdam zal gaan vliegen. Het is even slikken als we ons realiseren dat ook die vlucht nog steeds 7 uur zal duren. Dat betekent dat al die andere vluchten ons per saldo niet dichter bij huis brengen. We zijn wat vroeg op het vliegveld en proberen alvast in te checken. Dat blijkt te vroeg te zijn, nog een kwartiertje. Een kwartiertje later staat Maureen weer bij de balie. Nee, het begint pas om tien uur. Oké, dat duurt dus nog een half uur. Als de balie vervolgens eindelijk wel voor onze vlucht open gaat, zijn we lang niet meer de eerste in de rij. Maar als twee Pakistani elkaar begroeten in de gebruikelijke omarming, is het een mooi moment om gegeneerd voor te dringen...

Bij het inchecken komt de bagage uit op 46 kilo, 6 kilo overgewicht. Dat vinden wij al met al best netjes van onszelf. Gelukkig heeft de man achter de balie er geen moeite mee. De controle van de handbagage zorgt zoals altijd weer voor het nodige uitpakken. We laten de trappers zien en de remkabels. De reservebatterijen mogen om mysterieuze redenen niet mee in het vliegtuig. Wel als ze in een apparaat zitten, maar niet als ze nog in de verpakking zitten... het is ons een raadsel. Maar, als dat het enige is, zijn we allang blij. Aero Asia klinkt ons niet heel betrouwbaar in de oren. Eigenlijk is dit zo'n vliegtuigmaatschappij waar we normaal gesproken niet mee willen of zullen vliegen. We houden onszelf voor dat we als de reis met Tropical Cyclist hadden kunnen voortzetten, we ook van Gilgit naar Islamabad zouden zijn gaan vliegen met een of ander vaag clubje. En dat dit dus in dezelfde categorie valt. Het vliegtuig vertrekt ruim anderhalf uur te laat. De wachtende passagiers zijn niet verbaasd, niemand lijkt zich er druk om te maken. Het vliegtuig gaat, als het gaat. Insja'allah. Wij moeten toch de hele dag wachten, dus ons maakt het ook niet uit.

Op het vliegveld in Karachi mogen we de internationale vertrekhal nog niet direct in, we moeten 4 uur elders zien door te brengen. De wachtruimte blijkt te bestaan uit rijen plastic stoeltjes. Het is dus de bedoeling dat we gewoon buiten wachten. We stallen voor een paar rupees onze fietsen en tassen in het bagagedepot. Dan maar even lunchen bij de McDonalds. Daar staat de airco gewoon op standje "arctisch". De muziek staat hard en na vijf minuten hebben wij de warme belangstelling van een groepje jongeren. Dus ook daar gaan we het geen uren uithouden, op zoek naar een andere plek dus. We brengen nog behoorlijk wat tijd door in een internetcafé en gaan maar een tijdje buiten zitten lezen. Tegen een uurtje of zes 's avonds gaan we een tweede poging wagen om de vertrekhal in te komen, en dat lukt gelukkig.

Het inchecken verloopt hier in eerste instantie niet helemaal soepel. We hebben op het vliegveld nog wat rollen plakband gekocht omdat er stuk fiets uit de doos stak na de eerste vlucht. Het tapen van de fiets trekt de aandacht van de een of andere duty manager en die komt al bezorgd melden dat Emirates geen zware De man wordt hartelijk uitgelachen door zijn collega's als Maureen ter controle de man aanbiedt dat hij zelf de doos ook even kan tillen, hij druipt af. De medewerker achter de incheckbalie weegt onze bagage en zegt uit te komen op 58 kilo. We kijken hem ongelovig aan en zeggen dat dat onmogelijk is. Hij heeft zich verteld en wij vragen hem nogmaals te wegen. Dit keer komt hij uit op 48 kilo. Terwijl we in Karachi op 46 kilo uitkwamen, maar we mogen maar 40 kilo meenemen. Heel even moeten we bijbetalen voor de extra kilo's, maar de man lijkt zich te bedenken. Blijven lachen, gewoon altijd blijven lachen! We moeten alleen wel even de handbagage op de weegschaal zetten, maar die blijft netjes onder het maximum gewicht. Als Patrick de creditcard wil trekken om zonder gemor het overgewicht te betalen zegt de man dat hij ons een plezier doet en de bagage zonder meerkosten zal inchecken: onze dank aan Emirates. De bagage zal direct worden doorgelabeld naar Amsterdam, dus dat scheelt ons weer een zorg op het vliegveld van Dubai.

Ook dit vliegtuig heeft vertraging. En wederom vinden wij dat niet erg; wij moeten in Dubai toch uren staan wachten op onze vlucht richting Amsterdam. En of we nu in Karachi of in Dubai wachten, dat maakt ons niet uit. Als we in Dubai richting de transferbalie lopen, staat daar een man van de KLM op ons te wachten. Hij zegt dat hij ons zal inchecken. Er blijkt 5 1/2 uur eerder dan onze geplande vlucht nog een vlucht naar Amsterdam te gaan. En onze vlucht uit Karachi moet dus snel verwerkt worden. Het duurt even tot de man doorheeft dat wij pas op de vlucht van 7 uur meemoeten, hij kijkt dan een beetje beteuterd. We vragen of er nog ruimte is op de eerdere vlucht. Hij vraagt of we even vijf minuten willen wachten, hij zal eerst de andere passagiers inchecken. "Geen probleem, wachten moeten we sowieso", dus ons maakt het niet uit waar we wachten. De man is inderdaad onze held van de nacht en hij geeft ons stoelen op deze eerdere vlucht. We sms-en nog even naar Annoek dat we op een eerdere vlucht zitten en hollen naar de gate waar het vliegtuig al klaar staat en het instappen is begonnen.

Maureen had zich een beetje zorgen gemaakt over het vliegen met Patrick na de hoogteziekte. Ze heeft gelezen dat de cabine te vergelijken is met een hoogte van 2000 tot 2500 meter. Maar Patrick heeft nog twee van die "wagenziekte"-tabletjes genomen en valt als een blok in slaap en krijgt van de hele vlucht niets mee. Zelfs niet dat Maureen de halve vlucht duizelig en ziek op het toilet heeft doorgebracht. Als we op Schiphol bij de bagageband komen, liggen onze fietsdozen en tassen al klaar! De douane twijfelt nog even of ze onze bagage willen zien als ze horen dat wij net uit Pakistan zijn gekomen (we hebben nog overwogen om de shalwar kameez aan te houden, maar we zijn bang dat wij de enigen zijn die dat grappig zouden vinden). Als we daarbij meteen zeggen dat we eerder van deze fietsvakantie zijn teruggekomen omdat Patrick ziek is geworden, mogen we toch doorlopen. We stappen de bus in naar parkeerplaats P3. Onze auto is snel gevonden en zonder problemen in de ochtendspits van vrijdagochtend rijden we naar de binnenstad van Utrecht. Na drie kwartier rijden draaien we moe maar blij de parkeergarage van ons appartementencomplex in: we zijn weer thuis!

 
Voor vragen of opmerkingen kun je ons Dit e-mail adres wordt beschermd tegen from spam bots, u hebt Javascript nodig om het te bekijken
'Dit reisverhaal is geschreven door Patrick en Maureen en is gepubliceerd op

WWW.PATRICKENMAUREEN.NET

Op de inhoud en opmaak van dit document is de Creative Commons Licentie van toepassing.
http://creativecommons.org/licenses/by-nc-sa/1.0/nl